lOMoARcPSD| 77884
Functieleer 2: samenvatting
Deel 1: Leerpsychologie
H1: Basisconcepten en definities
Wist je dat?
● Leren kan resulteren in zowel een toename als een afname van reactie
● Leren is niet altijd duidelijk in de acties van een organisme. Het kan ook stil
gedragsmatig zijn.
● Leren kan onderzocht worden op gedrags-, neurofysiologisch- en cellulairniveau
● Leren is een speciaal type oorzaak van gedrag
● Leren kan enkel onderzocht worden met experimentele methoden. Naturalistische
methoden leveren enkel suggestieve resultaten en kunnen niet bewijzen dat
gedrag het gevolg is van leren
● Controle procedures zijn belangrijk in studies over leren als training of
experimentele conditie
1. Fundamentele kenmerken van leren
Leren is identificeerbaar door een verandering in gedrag. Vb. leren de telefoon op te
nemen wanneer het rinkelt, leren fietsen, …
De meeste, maar niet alle soorten leren bevatten een aanwinst van nieuwe responsen.
Maar we leren ook om dingen niet te doen. Leren om gedrag te inhiberen of
onderdrukken is vaak even belangrijk als nieuwe responsen leren.
de verandering in gedrag (= leren) kan dus zowel een toename als een afname van een
respons zijn
Leren in de “leerpsychologie”:
Niet enkel intentioneel, bewust, expliciet. Ook incidenteel, niet-bewust
en impliciet. Vb. leren angstig zijn voor honden.
Niet enkel gesofisticeerd, ook basale vaardigheden. Vb. aangezichten
leren herkennen
Niet enkel leren doen, maar ook leren niet doen. Vb. leren zwijgen in hoorcollege
Niet enkel motorisch-perceptueel-cognitief, ook emotioneel-affectief. Vb.
vrees voor spinnen, liften, enge ruimtes.
levenslang
1
, lOMoARcPSD| 77884
1.1 Leren en andere vormen van gedragsverandering
belangrijk om leren te onderscheiden
van andere soorten van gedragsverandering.
(Andere oorzaken: Maturatie, Vermoeidheid, Stimulischange, Verandering in motivatie
en fysiologische toestand, Evolutionaire effecten, Tijdelijke verandering in
omgevingsstimuli)
Leren is een relatief duurzame gedragsverandering
->oorzaken van tijdelijk, niet-
Vermoeidheid (vele acties worden tragen)
Stimulischange
Verandering in motivatie en fysiologische toestand (Bv: arousalniveau, honger of
sekshormonen)
Tijdelijke verandering in omgevingsstimuli (bv: licht plots uit, steentje in schoen)
Maar niet alle duurzame gedragsveranderingen zijn ontstaan door leren!
Fysieke/fysiologische/neuronale maturatie en groei (zie
ontwikkelingspsychologie)
Leren Maturatie
Oefening en ervaring specifiek aan Geen of minder inbreng van
het geleerde gedrag specifieke ervaring
Zeer specifiek en beperkt effect Niet beperkt tot 1 bepaald soort
(in bepaalde situatie) Maar gedrag (in 1 bepaalde situatie)
generalisatie wel mogelijk!
-> MAAR soms interacties, onderscheid niet steeds even duidelijk
(bv: katjes die van geboorte enke verticale lijntjes zien en geen schuine, zullen later nooit
deze lijntjes kunnen zien)
Evolutie
Leren Evolutie
Resultaat van interactie met omgeving Duurzame gedragsverandering Leren is
het product van evolutie
Binnen individueel leven Kan over generaties heen gebeuren
Maar het vermogen tot leren is wel zelf een product van evolutie!
1.2 Leren, performantie en niveaus van analyse
Men kan zien dat iemand iets geleerd heeft als er een verandering in gedrag is, maar
deze verandering komt soms pas tot uiting in bepaalde situaties. Wanneer er wel een
gedragverandering is, maar deze nog niet tot uiting is gekomen, noemt men deze
behaviorally silent.
Correcter om te zeggen dat leren samen gaat met verandering in gedragspotentieel.
Leren valt niet samen met performantie. Leren valt niet samen met
gedragsverandering. De aanwezigheid van een gedragsverandering kan een indicatie
zijn van leren, maar het is niet noodzakelijk zo dat zonder gedragsverandering geen
leren heeft plaats gevonden.
2
, lOMoARcPSD| 77884
(Bv: doolhofleren ratten met of zonder reward: ratjes zonder eten in begin om te vinden:
hadden wel kennis van het doolhof maar gebruikten deze niet in begin (want geen
motivatie), na eten verstoppen zaten ze op 2/3 dagen al op zelfde performantieniveau als
ratjes die van begin eten verstopt kregen -> geen gedragsverandering in begin betekent
dus niet dat leren niet heeft plaatsgevonden)
Één van de redenen waarom Leren niet duidelijk is in iemand zijn acties is omdat het
geleerde een associatie is tussen omgevingsstimuli en geen bepaalde respons. =
Stimulus-stimulus leren. (S-S-leren) Dit soort leren is meestal niet duidelijk in de
acties van een organisme, buiten wanneer er speciale tests worden afgenomen. Bv. De
kleur rood en een rijpe appel.
Leren is dus niet hetzelfde als performantie want de afwezigheid van een
gedragsverandering betekent niet meteen dat er een afwezigheid van leren is!
Performantie zijn een persoon zijn observeerbare acties. Het is afhankelijk van
motivatie, stimulusconditries, maar ook LEREN!
Leren is wel een duurzame verandering in gedragspotentieel.
Waar vindt die verandering in gedragspotentieel plaats?
Niveaus van
Niveau van analyse “leren”
analyse Bijpassend type leermechanisme
Volledig organisme Gedragsmatig
Neuronale circuits en neurotransmittoren Neuronale systemen/netwerken
Individuele neuronen Moleculair & cellulair
Elk niveau van analyse nodig, zullen wisselwerken, geen enkel van de niveaus kan
zonder de ander.
1.3 Een definitie van leren
- Middel waardoor dieren zich aanpassen aan veranderingen in hun omgeving en deze
bijhouden (gedragsmatige/ neuronale “plasticiteit”)
- Geïdentificeerd door een gedragsverandering (in bepaalde situaties)
- Kan zowel een toename of afname (verschijnen of verdwijnen) van een bepaalde
respons zijn
- Er moet een causale link zijn tussen de gedragsverandering en het leren (kan enkel
aangetoond worden met experimentele manipulatie)
“Leren is een relatief duurzame verandering in het potentieel om een bepaald
gedrag* te stellen, die toe te schrijven in aan een ervaring met gebeurtenissen in
die omgeving die specifiek gerelateerd** zijn aan dat gedrag”
* motor-responsen zowel als autonoom-vegetatieve responsen
** antecedente S, consequente S, of beide
1.4 Drie fundamentele types van “ervaring”
a) Habituatie/sensitisatie: herhaalde ervaring met een prikkel/gebeurtenis op zich
(S)
b) Klassieke/pavloviaanse conditionering: ervaring met relatie tussen 2
prikkels/gebeurtenissen (S1-S2): blootgesteld worden aan het samen voorkomen
in tijdruimtelijke context van twee stimuli (bv: zwarter worden lucht ->
onweersbui)
3
Functieleer 2: samenvatting
Deel 1: Leerpsychologie
H1: Basisconcepten en definities
Wist je dat?
● Leren kan resulteren in zowel een toename als een afname van reactie
● Leren is niet altijd duidelijk in de acties van een organisme. Het kan ook stil
gedragsmatig zijn.
● Leren kan onderzocht worden op gedrags-, neurofysiologisch- en cellulairniveau
● Leren is een speciaal type oorzaak van gedrag
● Leren kan enkel onderzocht worden met experimentele methoden. Naturalistische
methoden leveren enkel suggestieve resultaten en kunnen niet bewijzen dat
gedrag het gevolg is van leren
● Controle procedures zijn belangrijk in studies over leren als training of
experimentele conditie
1. Fundamentele kenmerken van leren
Leren is identificeerbaar door een verandering in gedrag. Vb. leren de telefoon op te
nemen wanneer het rinkelt, leren fietsen, …
De meeste, maar niet alle soorten leren bevatten een aanwinst van nieuwe responsen.
Maar we leren ook om dingen niet te doen. Leren om gedrag te inhiberen of
onderdrukken is vaak even belangrijk als nieuwe responsen leren.
de verandering in gedrag (= leren) kan dus zowel een toename als een afname van een
respons zijn
Leren in de “leerpsychologie”:
Niet enkel intentioneel, bewust, expliciet. Ook incidenteel, niet-bewust
en impliciet. Vb. leren angstig zijn voor honden.
Niet enkel gesofisticeerd, ook basale vaardigheden. Vb. aangezichten
leren herkennen
Niet enkel leren doen, maar ook leren niet doen. Vb. leren zwijgen in hoorcollege
Niet enkel motorisch-perceptueel-cognitief, ook emotioneel-affectief. Vb.
vrees voor spinnen, liften, enge ruimtes.
levenslang
1
, lOMoARcPSD| 77884
1.1 Leren en andere vormen van gedragsverandering
belangrijk om leren te onderscheiden
van andere soorten van gedragsverandering.
(Andere oorzaken: Maturatie, Vermoeidheid, Stimulischange, Verandering in motivatie
en fysiologische toestand, Evolutionaire effecten, Tijdelijke verandering in
omgevingsstimuli)
Leren is een relatief duurzame gedragsverandering
->oorzaken van tijdelijk, niet-
Vermoeidheid (vele acties worden tragen)
Stimulischange
Verandering in motivatie en fysiologische toestand (Bv: arousalniveau, honger of
sekshormonen)
Tijdelijke verandering in omgevingsstimuli (bv: licht plots uit, steentje in schoen)
Maar niet alle duurzame gedragsveranderingen zijn ontstaan door leren!
Fysieke/fysiologische/neuronale maturatie en groei (zie
ontwikkelingspsychologie)
Leren Maturatie
Oefening en ervaring specifiek aan Geen of minder inbreng van
het geleerde gedrag specifieke ervaring
Zeer specifiek en beperkt effect Niet beperkt tot 1 bepaald soort
(in bepaalde situatie) Maar gedrag (in 1 bepaalde situatie)
generalisatie wel mogelijk!
-> MAAR soms interacties, onderscheid niet steeds even duidelijk
(bv: katjes die van geboorte enke verticale lijntjes zien en geen schuine, zullen later nooit
deze lijntjes kunnen zien)
Evolutie
Leren Evolutie
Resultaat van interactie met omgeving Duurzame gedragsverandering Leren is
het product van evolutie
Binnen individueel leven Kan over generaties heen gebeuren
Maar het vermogen tot leren is wel zelf een product van evolutie!
1.2 Leren, performantie en niveaus van analyse
Men kan zien dat iemand iets geleerd heeft als er een verandering in gedrag is, maar
deze verandering komt soms pas tot uiting in bepaalde situaties. Wanneer er wel een
gedragverandering is, maar deze nog niet tot uiting is gekomen, noemt men deze
behaviorally silent.
Correcter om te zeggen dat leren samen gaat met verandering in gedragspotentieel.
Leren valt niet samen met performantie. Leren valt niet samen met
gedragsverandering. De aanwezigheid van een gedragsverandering kan een indicatie
zijn van leren, maar het is niet noodzakelijk zo dat zonder gedragsverandering geen
leren heeft plaats gevonden.
2
, lOMoARcPSD| 77884
(Bv: doolhofleren ratten met of zonder reward: ratjes zonder eten in begin om te vinden:
hadden wel kennis van het doolhof maar gebruikten deze niet in begin (want geen
motivatie), na eten verstoppen zaten ze op 2/3 dagen al op zelfde performantieniveau als
ratjes die van begin eten verstopt kregen -> geen gedragsverandering in begin betekent
dus niet dat leren niet heeft plaatsgevonden)
Één van de redenen waarom Leren niet duidelijk is in iemand zijn acties is omdat het
geleerde een associatie is tussen omgevingsstimuli en geen bepaalde respons. =
Stimulus-stimulus leren. (S-S-leren) Dit soort leren is meestal niet duidelijk in de
acties van een organisme, buiten wanneer er speciale tests worden afgenomen. Bv. De
kleur rood en een rijpe appel.
Leren is dus niet hetzelfde als performantie want de afwezigheid van een
gedragsverandering betekent niet meteen dat er een afwezigheid van leren is!
Performantie zijn een persoon zijn observeerbare acties. Het is afhankelijk van
motivatie, stimulusconditries, maar ook LEREN!
Leren is wel een duurzame verandering in gedragspotentieel.
Waar vindt die verandering in gedragspotentieel plaats?
Niveaus van
Niveau van analyse “leren”
analyse Bijpassend type leermechanisme
Volledig organisme Gedragsmatig
Neuronale circuits en neurotransmittoren Neuronale systemen/netwerken
Individuele neuronen Moleculair & cellulair
Elk niveau van analyse nodig, zullen wisselwerken, geen enkel van de niveaus kan
zonder de ander.
1.3 Een definitie van leren
- Middel waardoor dieren zich aanpassen aan veranderingen in hun omgeving en deze
bijhouden (gedragsmatige/ neuronale “plasticiteit”)
- Geïdentificeerd door een gedragsverandering (in bepaalde situaties)
- Kan zowel een toename of afname (verschijnen of verdwijnen) van een bepaalde
respons zijn
- Er moet een causale link zijn tussen de gedragsverandering en het leren (kan enkel
aangetoond worden met experimentele manipulatie)
“Leren is een relatief duurzame verandering in het potentieel om een bepaald
gedrag* te stellen, die toe te schrijven in aan een ervaring met gebeurtenissen in
die omgeving die specifiek gerelateerd** zijn aan dat gedrag”
* motor-responsen zowel als autonoom-vegetatieve responsen
** antecedente S, consequente S, of beide
1.4 Drie fundamentele types van “ervaring”
a) Habituatie/sensitisatie: herhaalde ervaring met een prikkel/gebeurtenis op zich
(S)
b) Klassieke/pavloviaanse conditionering: ervaring met relatie tussen 2
prikkels/gebeurtenissen (S1-S2): blootgesteld worden aan het samen voorkomen
in tijdruimtelijke context van twee stimuli (bv: zwarter worden lucht ->
onweersbui)
3