College 1: Introductie, opfrissen basis hersenanatomie en NT
- Welke twee overkoepelende klassen (te onderscheiden naar gebruik) psychoactieve middelen zijn er?
Geneesmiddelen en genotsmiddelen (ofwel therapeutische middelen en recreatieve middelen)
- Wat zijn de verschillende namen die aan op de markt gebrachte geneesmiddelen worden gegeven, en wat is het
verschil tussen deze namen?
Chemische naam / structuur
Codenaam
Generieke naam (communicatie)
De patenthouder van het medicijn geeft het medicijn een naam waaronder het medicijn op de markt wordt
gebracht. Als dit recht is afgelopen (aantal jaren) mogen de andere farmacobedrijven het zelfde medicijn onder de
generieke naam op de markt brengen.
- Wat is farmacokinetiek en farmacodynamiek? Omschrijf deze termen en begrijp het verschil.
1. Farmacokinetiek gaat over hoe een stof door het lichaam beweegt. Hoe en waar wordt het afgebroken?
Hoeveel van de ingenomen stof bereikt uiteindelijk de hersenen? Wanneer zijn bepaalde bloedwaarden bereikt?
2. Farmacodynamiek gaat over de beïnvloeding van de hersenprocessen. Aan welke receptor bindt de stof? Wat
voor effect heeft de stof op de receptor? Het gaat met name om interacties tussen neurotransmitters.
- Bekend verondersteld (zelf bestuderen als nog niet bekend): typen neurotransmitters, typen receptoren, algemene
principes van neurotransmitter aanmaak (bv precursoren), afbraak (incl. heropname), principes van communicatie
tussen cellen middels receptoren en beïnvloeding van de kans op een actiepotentiaal.
- Beschrijf de meest voorkomende mechanismen van beïnvloeding van neurotransmissie waarlangs psychoactieve
middelen hun werking hebben op het brein.
1. Hoeveelheid transmitter kan beïnvloed worden door opname transmitter in vesicles en vrijlaten.
2. Blokkeren of moduleren receptor (pre/post synaps)
3. Eindiging beïnvloeden via
- Heropname
- Intracellulaire afbraak
Agonisme vs. Antagonisme
Agonisme: leidt tot stimulatie van neurotransmissie
Antagonisme: blokkeert neurotransmissie
- Veel van de nu gebruikte psychoactieve middelen zijn bij toeval ontdekt, maar af en toe worden er ook nieuwe
middelen ontwikkeld via doelbewuste onderzoekslijnen die daartoe zijn opgezet. Beschrijf in grote lijnen wat de
onderzoeksstadia zijn die doorlopen (moeten) worden voordat een nieuw geneesmiddel beschikbaar komt voor
patiënten.
Preklinische trials:
1. Werkzaamheid
2. Toediening
3. Veiligheid
Klinische trials 4 Fasen:
1. Kleine groep gezonde participanten: wat is de werking van het middel? Leveren de veilige doseringen een
werking op? Is het verdraagbaar voor gezonde mensen?
2. Kleine groep participanten met aandoening: werkt het middel waarvoor het bedoeld is, therapeutische werking
1