Paragraaf 1
De zes leesstrategieën:
Leesstrategie Leesdoel
Oriënterend lezen Onderwerp vaststellen
Globaal lezen Deelonderwerpen vaststellen
Intensief lezen De tekst bergrijpen/De hoofdzaken van de tekst vinden
Zoekend lezen Bruikbare informatie vinden
Kritisch lezen De betrouwbaarheid van de tekst bepalen
Studerend lezen De inhoud van de tekst onthouden
De vijf schrijfdoelen:
Schrijfdoel De auteur wil… Voorbeelden
Amuseren Vermaken Romans, strips, verhalen en gedichten.
Informeren Kennis overbrengen Uiteenzetting, studieboek en nieuwsbericht.
Opiniëren De lezers een mening laten vormen Beschouwing, essay, recensie en verslag.
Overtuigen Zijn mening laten overnemen Betoog, column en ingezonden brief.
Activeren De lezers er toe zetten iets te doen Advertentie, brochure en directe mail.
Teksten zijn opgebouwd uit een inleiding, een middenstuk en een slot.
De inleiding trekt de aandacht van de lezer door middel van:
Een actualiteit
De geschiedenis
Een anekdote
Een voorbeeld
Belang van de lezer
In het middenstuk worden diverse aspecten van het onderwerp behandelt, de deelonderwerpen.
Om erachter te komen waar elk deelonderwerp begint, gebruik je aanwijzingen in de tekst zoals;
Alineaverbanden
Signaalwoorden
Structurerende zinnen
Typografische kenmerken (witregels, vet of cursief gedrukte woorden)
In het slot zit vaak de conclusie van de tekst, de hoofdgedachte.