Week 1 en 2
Arteriosclerose
Arteriosclerose: slagaderverkalking. De elasticiteit van de slagader verminderd.
Onder Arteriosclerose vallen ook:
1. Arterosclerose: plaques aan slagaderwand. De plaque vernauwt het bloedvat. Als een plaque
beschadigd kan het losschieten in de bloedbaan als een bloedstolsel (trombus).
Hierdoor kan een bloedvat zwak worden en breder worden in plaats van nauwer. Dit wordt
aneurysma genoemd.
Risicofactoren zijn: te veel cholesterol, erfelijkheid, mannelijk, overgewicht, roken.
2. Möncheberg mediaal calcificerende sclerose: de vaatwand wordt dikker en minder elastisch
door kalkafzetting. Het vat wordt niet nauwer. Bij deze ziekte heb je vaak geen klachten.
3. Arteriolosclerose: de wand verdikt en er vindt elasticiteitsverlies van de kleinere slagaders
plaats.
HDL-cholesterol verwijdert cholesterol uit de vaatwand. HDL daalt door een slechte leefstijl. LDL-
cholesterol zorgt ervoor dat het cholesterol van de lever naar de weefsels wordt vervoerd.
Ontstaan:
Veroudering, man, erfelijkheid, hypertensie, hoog cholesterol, diabetes, roken etc.
Gevolgen:
CVA: hersenslagaders
Claudiocatio intermittens (etalagebenen, pijn in benen door vernauwing): beenslagaders
Decompensatio cordis: coronairslagaders (kransslagaders)
Myocardinfarct: coronairarteriën
Hypertensie en nierinsufficiëntie: nierslagaders
Behandeling:
Gezonde leefstijl,dieet en medicatie, laag oestrogeen, vitamine B12 en foliumzuur (verlagen
homocysteïne(verhoogt de kans op hart en vaatziekten))
Trombose
Ontstaan van trombose: Trias van Virchow
bron: http://trombosebeen.nl/watistrombose/oorzakentrombose
Trombose: ongewenste stolling in een bloedvat. Zit meestal vast aan de vaatwand.
Embolus: als een stuk stolsel losschiet en meegesleept wordt met het bloed.