100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

samenvatting boek sociale psychologie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
20
Subido en
31-08-2023
Escrito en
2023/2024

samenvatting van het boek sociale psychologie 10e editie geschreven door Elliot Aronson, Timothy D. Wilson en Samuel R. Sommers. dit is de samenvatting van alle begrippen van het boek

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
31 de agosto de 2023
Número de páginas
20
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting boek inleiding
psychologie
Hoofdstuk 1
Psychologie = de wetenschappelijke studie naar het gedrag en het innerlijke leven (gedachten en
gevoelens) van mensen

Sociale psychologie = de wetenschappelijke studie naar de manier waarop de werkelijke of
denkbeeldige aanwezigheid van mensen de gedachten, gevoelens en gedragingen van andere
mensen beïnvloedt

Sociale invloed = het effect dat de woorden, daden of alleen al de aanwezigheid van andere mensen
hebben op onze gedachten, gevoelens, houdingen en/of gedrag

Empirische methode = op waarneming en/of onderzoek gebaseerde methode voor het toetsen van
hypothesen

Hypothese = een als voorlopige waarheid aangenomen, maar nog te bewijzen veronderstelling

Determinant = bepalende factor in een ontwikkeling of toestand

Evolutietheorie = verklaart hoe verschillende soorten organismen in de loop van de geschiedenis
verschillende lichamelijke kenmerken hebben verworven

Natuurlijke selectie = het verschijnsel dat in de evolutie sommige organismen uit een bepaalde
populatie beter in hun omgeving passen en zo meer kans hebben om te zorgen voor overlevende
nakomelingen dan minder goed aangepaste organismen

Evolutionaire psychologie = wetenschappelijke discipline die sociaal gedrag probeert te verklaren op
basis van erfelijke factoren die zich door de tijd heen hebben ontwikkeld volgens de principes van
natuurlijke selectie

Persoonlijkheidspsychologie = bestudeert de individuele factoren, die de ene persoon bijvoorbeeld
tot een verlegen en conventioneel mens maken en de andere juist tot een opstandig en eigenzinnig
persoon, die bijvoorbeeld in een geheel blauw publiek een turquoise pruik of een geel T-shirt draagt.
Sociaal psychologen bestuderen de machtige rol van sociale invloed op hoe we ons gedragen

Individuele verschillen = die aspecten van de persoonlijkheid die mensen onderscheiden van anderen

Construct = de manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en interpreteren

Evolutionaire Persoonlijkheidspsychologie Sociale psychologie Sociologie
psychologie, biologie,
neurowetenschap
Studies van De studie van de De studie naar De studie naar
natuurlijke kenmerken die maken dat zowel de universele algemene wetten en
selectieprocessen, individuen uniek zijn en van als de theorieën over
genen, hormonen of elkaar verschillen cultuurbepaald groepen en
psychologische invloed van de samenlevingen, in
processen in de sociale omgeving op plaats van

, hersenen de gevoelens, individuen
gedachten en
gedragingen van
mensen
Fundamentele attributiefout = neiging om de mate waarin iemands gedrag wordt veroorzaakt door
de rol van persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren te overschatten en de rol van
externe, situationele factoren te onderschatten (correspondentievertekening).

Attributie = het toeschrijven van oorzaken aan het eigen of aan andermans gedrag en het daarmee
voorzien van verklaringen

Behaviorisme = psychologische stroming die ervan uitgaat dat je om menselijk gedrag te kunnen
begrijpen slechts hoeft te kijken naar de bekrachtigende of straffende eigenschappen van de
omgeving

Gestaltpsychologie = psychologische stroming die het belang benadrukt van het bestuderen van de
persoonlijke (subjectieve) manier waarop een object wordt waargenomen (het gestalte of geheel), in
plaats van het bestuderen van de manier waarop de objectieve, fysieke eigenschappen zich
combineren tot het object

Fenomenologie = filosofische stroming die probeert door de geestelijk-intuïtieve beschouwing (door
de directe ervaring) van de dinge, niet door rationele kennis, de wereld en het wezen der dingen te
beschrijven

Een van de taken van sociaalpsychologisch onderzoek is manieren te vinden om vooroordelen te
verminderen

Naïef realisme = de overtuiging dat we dingen waarnemen zoals ze echt zijn, daarbij onderschattend
hoeveel we dat we zien, interpreteren of zelfs verdraaien

Zelfwaardering = de beoordeling van mensen van wat ze zelf waard zijn; dat wil zeggen; de mate
waarin ze zichzelf als goed, competent en fatsoenlijk zien

Positieve zelfwaardering = een positieve waardering van zichzelf, dat wil zeggen: zichzelf beschouwen
als bijvoorbeeld goed, competent en beschaafd

Zelfverheffingsmotief: de voorkeur die mensen hebben voor informatie die heb in een positief
daglicht stelt, ofwel voor informatie die hun zelfwaardering doet stijgen

Sociale cognitie = hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld; het selecteren, interpreten,
herinneren en gebruiken van sociale informatie om oordelen te vormen en beslissingen te nemen

Accuraatheidsmotief = de behoefte van mensen om een beeld te creëren dat zo veel mogelijk met de
werkelijkheid overeenkomt

Samenvatting blz. 27-29

Hoofdstuk 2
Hindsight bias = de neiging van mensen om hun vermogen om een uitkomst te voorspellen te
overdrijven nadat ze te weten zijn gekomen hoe die uitkomst eruitziet

Bystander effect = het fenomeen dat hoe meer mensen bij elkaar zijn, hoe minder ze geneigd zijn om
een persoon in nood te helpen, omdat de verantwoordelijkheid om in te grijpen verdeeld wordt over
het aantal aanwezigen

, Observationele methode = techniek waarbij een onderzoeker mensen observeert en metingen of
indrukken over hun gedrag systematisch vastlegt

Etnografie = methode waarbij een onderzoeker probeert een groep of cultuur te begrijpen door die
van binnenuit te observeren, zonder de groep zijn eigen normen en waarden op te leggen

Operationaliseren = het meetbaar maken van een abstract concept door observeerbare fenomenen
te selecteren die het abstracte concept representeren, waardoor het abstracte concept als meetbare
variabele te gebruiken is in onderzoek

Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid = de mate van overeenkomst tussen de resultaten van twee of
meer mensen die onafhankelijk van elkaar een dataset observeren en coderen

Archiefanalyse = vorm van de observationele methode waarbij de onderzoeker de verzamelde
documentatie, oftewel de archieven, van een cultuur onderzoekt

Correlationele methode = techniek waarbij twee of meer variabelen systematisch worden gemeten
en waarmee wordt vastgesteld wat de relatie is tussen die variabelen

Correlatiecoëfficiënt = een maat voor correlatie waarmee je de samenhang kunt vaststellen tussen
twee variabelen

Vragenlijstonderzoek (surveys) = onderzoek waarin aan een representatieve steekproef van mensen
(vaak anonieme) vragen gesteld worden over hun attitudes of gedrag

Aselecte steekproef = een steekproef waarbij elk element uit een populatie op basis van toeval
dezelfde kans heeft om in de steekproef te worden opgenomen, zodat de steekproef representatief
is voor de populatie

Non-response = het totaal van de personen die de onderzoeker wel benadert met zijn vragenlijst,
maar die niet meedoen

Experimentele methode = methode waarbij de onderzoeker proefpersonen willekeurig aan
verschillende condities toewijst en ervoor zorgt dat deze condities identiek zijn, met uitzondering van
de onafhankelijke variabele

Onafhankelijke variabele = de variabele die een onderzoeker verandert of varieert om te zien of dat
effect heeft op een andere variabele

Afhankelijke variabele = de variabele die de onderzoeker meet om te zien of de onafhankelijke
variabele die verandert; de onderzoeker heeft de hypothese dat de afhankelijke variabele afhangt
van de onafhankelijke variabele

Interne validiteit = de mate waarin je met zekerheid kunt concluderen dat de onafhankelijke
variabele, en alleen de onafhankelijke variabele, van invloed is op de afhankelijke variabele; dat
bereiken we door alle irrelevante variabelen te beheersen en door mensen willekeurig toe te wijzen
aan verschillende experimentele condities

Randomisatie = het op basis van toeval indelen van de proefpersonen in de verschillende groepen
van een experiment (controlegroep en experimentele groep)

Overschrijdingskans (waarschijnlijkheidswaarde) (p-waarde) = een met statistische technieken
berekend getal dat vertelt hoe waarschijnlijk het is dat de resultaten van een experiment bij toeval
zijn ontstaan, en niet als gevolg van onafhankelijke variabele. Resultaten mogen significant genoemd
$7.27
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
merellaffeber
4.0
(1)

Conoce al vendedor

Seller avatar
merellaffeber Tilburg University
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
10
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
7
Documentos
7
Última venta
2 semanas hace

4.0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes