Emelie Vloebergh
1 SW B15
Sociologie
Intro
Examen
10 woordjes uit vakjargon (prof geeft omschrijving)
Prof geeft uitleg
→ student geeft begrip
1 Basisbegrippen over mens en samenleving → maatschappelijke orde
1.1 Van individu naar samenleving
1.1.1 Interactie tussen personen
Interactie: communicatie + beïnvloeding, betekenis geven aan gedrag van ander, de situatie
definiëren (bijvoorbeeld hoorcollege)
Hulpmiddel bij samenleven: interactiepatronen (bijvoorbeeld prof moet een interessant
verhaal vertellen, student noteert)
→ ongeschreven regels (bijvoorbeeld prof komt niet extreem dicht bij student) → gedrag
wordt voorspelbaar
1.1.2 Groepen en sociale categorieën
Definitie groep
Duurzame interacties
Leden op bepaalde positie
Spontane groepsregels bepalen gedrag
Gevoel van verbondenheid
Primaire groep: interacties zijn
Frequent
Intensief
Met emotionele kant
Bijvoorbeeld: gezin
Secundaire groep: interacties zijn
Minder intens
Zakelijk
Zonder emotionele kant
Bijvoorbeeld: collega’s
Sociale categorie
→ gelijkenissen maar geen groep want er is geen interactie
1.1.3 Organisatie
Optelsom van alle interacties
Heeft structuur
→ orde en vorm
Elk lid eigen positie
1
1 SW B15
Sociologie
Intro
Examen
10 woordjes uit vakjargon (prof geeft omschrijving)
Prof geeft uitleg
→ student geeft begrip
1 Basisbegrippen over mens en samenleving → maatschappelijke orde
1.1 Van individu naar samenleving
1.1.1 Interactie tussen personen
Interactie: communicatie + beïnvloeding, betekenis geven aan gedrag van ander, de situatie
definiëren (bijvoorbeeld hoorcollege)
Hulpmiddel bij samenleven: interactiepatronen (bijvoorbeeld prof moet een interessant
verhaal vertellen, student noteert)
→ ongeschreven regels (bijvoorbeeld prof komt niet extreem dicht bij student) → gedrag
wordt voorspelbaar
1.1.2 Groepen en sociale categorieën
Definitie groep
Duurzame interacties
Leden op bepaalde positie
Spontane groepsregels bepalen gedrag
Gevoel van verbondenheid
Primaire groep: interacties zijn
Frequent
Intensief
Met emotionele kant
Bijvoorbeeld: gezin
Secundaire groep: interacties zijn
Minder intens
Zakelijk
Zonder emotionele kant
Bijvoorbeeld: collega’s
Sociale categorie
→ gelijkenissen maar geen groep want er is geen interactie
1.1.3 Organisatie
Optelsom van alle interacties
Heeft structuur
→ orde en vorm
Elk lid eigen positie
1