Hoorcollege 1 BPR: bewijsrecht
24 april 2017
Introductie bewijsrecht
- ‘Core business’
o Voor partijen/advocaten
o Rechters
- Afdeling 1.2.9 Rv (artikel 149 Rv e.v.)
o Opdragen bewijs: wie moet aan de slag? Dat is aan de rechter (bv 166 Rv).
o Leveren bewijs: hoe moet/mag je leveren? Dat is aan partijen (bv 170 Rv).
o Waarderen bewijs? Dat is aan de rechter (152 lid 2 Rv).
Bereik: geldt voor dagvaardingsprocedures (inclusief kanton). Voorlopig staan
verzoekschriftprocedures in afdeling 1.3. De bewijsregels gelden ook in beginsel voor
verzoekschriftprocedures op grond van artikel 84 Rv. De aard van de verzoekschriftprocedures
kan zich hiertegen verzetten, zoals in het geval de snelheid erom vraagt.
Het bewijsrecht geldt in beginsel ook voor het hoger beroep (art. 353 Rv).
Het bewijsrecht geldt in beginsel niet voor het kort geding. Het kort geding is gericht op
snelheid. Naar de aard van het kort geding leent zich het niet voor toepassing van het
bewijsrecht. Formele bewijsregels zijn te veel belasting voor de kort geding procedure. De
rechter kan wel naar het bewijsrecht kijken.
Het bewijsrecht geldt in beginsel niet voor arbitrage (art. 1039 lid 5 Rv): het scheidsgerecht (de
arbiters) is vrij ten aanzien van bewijsrecht. Zij zijn niet gebonden aan de regels van het
bewijsrecht.
- Begrip bewijs
Geen wettelijke definitie voor ‘bewijs’. De algemene deler kan gesteld worden op dat het
begrip bewijs is in civielrechtelijke context ‘het overtuigend bewijzen van feiten aan de
rechter’. Er dient een bepaalde mate van zekerheid nodig te zijn.
- Bewijsovereenkomst (art. 153 Rv en art. 6:236 sub K BW)
Partijen kunnen in beginsel afspraken maken over het bewijs. De regels van bewijsrecht
zijn in beginsel van regelend recht. Uitzondering in art. 6:236 sub K BW (=zwarte lijst):
bepaalde bewijsafspraken jegens consumenten kunnen per definitie op de zwarte lijst staan.
Verhouding rechter en partijen
Deze twee beginselen zijn twee kanten van de medaille.
Partij-autonomie
Als uitgangspunt in het civiele rechter zijn partijen autonoom.
Lijdelijkheid burgerlijke rechter
De civiele rechter is in beginsel lijdend, in beginsel wacht de civiele rechter af. De rechter heeft
behoorlijk veel opties tot ingrijpen. De rechter heeft meer bevoegdheid dan op het eerste oog lijkt.
Artikel 149 Rv: rechter mag alleen oordelen over feiten en rechten (subjectieve vorderingen) die in het
geding te zijner kennis is gekomen. Deze bepaling heet ook wel de bepaling van het geding. De rechter
mag en moet soms ook rechtsgronden aanvullen.
1
24 april 2017
Introductie bewijsrecht
- ‘Core business’
o Voor partijen/advocaten
o Rechters
- Afdeling 1.2.9 Rv (artikel 149 Rv e.v.)
o Opdragen bewijs: wie moet aan de slag? Dat is aan de rechter (bv 166 Rv).
o Leveren bewijs: hoe moet/mag je leveren? Dat is aan partijen (bv 170 Rv).
o Waarderen bewijs? Dat is aan de rechter (152 lid 2 Rv).
Bereik: geldt voor dagvaardingsprocedures (inclusief kanton). Voorlopig staan
verzoekschriftprocedures in afdeling 1.3. De bewijsregels gelden ook in beginsel voor
verzoekschriftprocedures op grond van artikel 84 Rv. De aard van de verzoekschriftprocedures
kan zich hiertegen verzetten, zoals in het geval de snelheid erom vraagt.
Het bewijsrecht geldt in beginsel ook voor het hoger beroep (art. 353 Rv).
Het bewijsrecht geldt in beginsel niet voor het kort geding. Het kort geding is gericht op
snelheid. Naar de aard van het kort geding leent zich het niet voor toepassing van het
bewijsrecht. Formele bewijsregels zijn te veel belasting voor de kort geding procedure. De
rechter kan wel naar het bewijsrecht kijken.
Het bewijsrecht geldt in beginsel niet voor arbitrage (art. 1039 lid 5 Rv): het scheidsgerecht (de
arbiters) is vrij ten aanzien van bewijsrecht. Zij zijn niet gebonden aan de regels van het
bewijsrecht.
- Begrip bewijs
Geen wettelijke definitie voor ‘bewijs’. De algemene deler kan gesteld worden op dat het
begrip bewijs is in civielrechtelijke context ‘het overtuigend bewijzen van feiten aan de
rechter’. Er dient een bepaalde mate van zekerheid nodig te zijn.
- Bewijsovereenkomst (art. 153 Rv en art. 6:236 sub K BW)
Partijen kunnen in beginsel afspraken maken over het bewijs. De regels van bewijsrecht
zijn in beginsel van regelend recht. Uitzondering in art. 6:236 sub K BW (=zwarte lijst):
bepaalde bewijsafspraken jegens consumenten kunnen per definitie op de zwarte lijst staan.
Verhouding rechter en partijen
Deze twee beginselen zijn twee kanten van de medaille.
Partij-autonomie
Als uitgangspunt in het civiele rechter zijn partijen autonoom.
Lijdelijkheid burgerlijke rechter
De civiele rechter is in beginsel lijdend, in beginsel wacht de civiele rechter af. De rechter heeft
behoorlijk veel opties tot ingrijpen. De rechter heeft meer bevoegdheid dan op het eerste oog lijkt.
Artikel 149 Rv: rechter mag alleen oordelen over feiten en rechten (subjectieve vorderingen) die in het
geding te zijner kennis is gekomen. Deze bepaling heet ook wel de bepaling van het geding. De rechter
mag en moet soms ook rechtsgronden aanvullen.
1