Breien en eigenschappen (H1 t/m H5)
Hoofdstuk 1
Algemeen
Weefsels * Weefsels bestaan uit 2 (of meer) draadsystemen die elkaar loodrecht kruisen. Wijze waarop
kruisingen plaatsvinden = bindingsleer.
* Kenmerken: stabiel, stevig, stug
Breisels * Bestaan uit 1 draadsysteem waarbij lussen elkaar vasthouden.
* Kenmerken: rekbaar en elastisch, volumineus, isolerend
* Breien: het in lussen leggen van een of meerdere draden die elkaar onderling tot steken
verbinden (draden=kuleren)
* Breimethodes: kuleerbreien, inslag breien
Vlechtsels * Bestaan uit 1 draadsysteem waarbij de draden elkaar diagonaal kruisen waarbij een plat of
buisvormig vlechtsel kan ontstaan.
* VB: riem, tas, schoenveters, touwwerk
Non-wovens * Hebben geen draadsysteem, maar het gaat om vezels die kriskras door elkaar liggen en als
zodanig een vlies vormen. Dit vlies kan verstevigd worden door vernaaien of lijmen.
* VB: medische wereld, huishoudelijk (wegwerpdoekjes)
Kuleren Het in lussen leggen van draden. De draad wordt hierbij in de breedte richting aangevoerd en
verwerkt.
Inslag * De breedterichting bij het breiproces
* Comfort, stabiel
Ketting Voor technische toepassingen (minder comfort), niet zo snel in dagelijkse kleding, eerder in
sportkleding (voetbalshirts) verwerkt.
Breimachine
Handbreimachine * Bestaat uit 2 dakvormige geplaatste naaldbedden
(Vlakbreimachine) * Hoek tussen naaldbedden is meestal 90 graden.
* Voorbed (VB) aan de zijde waar de machine wordt bediend.
* Achterbed (AB) andere zijde
Naaldenbed Bestaat uit een stalen plaat waarin groeven zijn gemaakt, in deze groeven lopen de
breinaalden (daarom benaming naaldenbed). Deze naaldgroeven zijn op een vaste afstand
van elkaar gemaakt zodat daar een bepaalde fijnheid aan gegeven kan worden. Deze
fijnheid = deling
Deling * Kleine deling: fijne deling
* Grote deling: grove deling
* 2 soorten:
Engelse deling: “E” meestal spreekt men van Gauge: aantal naalden per inch (2,54
cm) meest gebruikt.
VB: hoe veel naalden zitten er op een enkel naaldenbed van 82 cm? 82/2,54 = 32,2
inch x 10 naalden (op plaatje) = 322 32 naalden op een naaldenbed van 82cm.
Zwitserse deling of Jouge is de afstand tussen 2 naalden, uitgedrukt in tienden van
millimeters niet vaak gebruikt
De breinaald
Breinaald Kan bestaan uit gestanst plaatmateriaal of uit staaldraad dat in vorm wordt gebogen.
Lipje zorgt ervoor dat de naald de lus kan overnemen (van naald tot naald breien) (opening
waar andere naald doorheen kan).
Kop (naald) Bestaat uit een haak, waar binnen de draad wordt gelegd.
Tong (naald) Wordt schamierend aan de naald bevestigd en deze kan open en dicht.
Lepel Bovenaan de tong, zorgt voor afsluiting van de kop, zodat het garen daaroverheen kan glijden.
Hoofdstuk 1
Algemeen
Weefsels * Weefsels bestaan uit 2 (of meer) draadsystemen die elkaar loodrecht kruisen. Wijze waarop
kruisingen plaatsvinden = bindingsleer.
* Kenmerken: stabiel, stevig, stug
Breisels * Bestaan uit 1 draadsysteem waarbij lussen elkaar vasthouden.
* Kenmerken: rekbaar en elastisch, volumineus, isolerend
* Breien: het in lussen leggen van een of meerdere draden die elkaar onderling tot steken
verbinden (draden=kuleren)
* Breimethodes: kuleerbreien, inslag breien
Vlechtsels * Bestaan uit 1 draadsysteem waarbij de draden elkaar diagonaal kruisen waarbij een plat of
buisvormig vlechtsel kan ontstaan.
* VB: riem, tas, schoenveters, touwwerk
Non-wovens * Hebben geen draadsysteem, maar het gaat om vezels die kriskras door elkaar liggen en als
zodanig een vlies vormen. Dit vlies kan verstevigd worden door vernaaien of lijmen.
* VB: medische wereld, huishoudelijk (wegwerpdoekjes)
Kuleren Het in lussen leggen van draden. De draad wordt hierbij in de breedte richting aangevoerd en
verwerkt.
Inslag * De breedterichting bij het breiproces
* Comfort, stabiel
Ketting Voor technische toepassingen (minder comfort), niet zo snel in dagelijkse kleding, eerder in
sportkleding (voetbalshirts) verwerkt.
Breimachine
Handbreimachine * Bestaat uit 2 dakvormige geplaatste naaldbedden
(Vlakbreimachine) * Hoek tussen naaldbedden is meestal 90 graden.
* Voorbed (VB) aan de zijde waar de machine wordt bediend.
* Achterbed (AB) andere zijde
Naaldenbed Bestaat uit een stalen plaat waarin groeven zijn gemaakt, in deze groeven lopen de
breinaalden (daarom benaming naaldenbed). Deze naaldgroeven zijn op een vaste afstand
van elkaar gemaakt zodat daar een bepaalde fijnheid aan gegeven kan worden. Deze
fijnheid = deling
Deling * Kleine deling: fijne deling
* Grote deling: grove deling
* 2 soorten:
Engelse deling: “E” meestal spreekt men van Gauge: aantal naalden per inch (2,54
cm) meest gebruikt.
VB: hoe veel naalden zitten er op een enkel naaldenbed van 82 cm? 82/2,54 = 32,2
inch x 10 naalden (op plaatje) = 322 32 naalden op een naaldenbed van 82cm.
Zwitserse deling of Jouge is de afstand tussen 2 naalden, uitgedrukt in tienden van
millimeters niet vaak gebruikt
De breinaald
Breinaald Kan bestaan uit gestanst plaatmateriaal of uit staaldraad dat in vorm wordt gebogen.
Lipje zorgt ervoor dat de naald de lus kan overnemen (van naald tot naald breien) (opening
waar andere naald doorheen kan).
Kop (naald) Bestaat uit een haak, waar binnen de draad wordt gelegd.
Tong (naald) Wordt schamierend aan de naald bevestigd en deze kan open en dicht.
Lepel Bovenaan de tong, zorgt voor afsluiting van de kop, zodat het garen daaroverheen kan glijden.