1. Laten zien hoe beoordelingen en beslissingen tot stand komen.
Diagnostiek gaat over het inschatten van mensen. Dagelijks maken wij allemaal inschattingen van
situaties en mensen om ons heen. Soms doen we dat bewust, soms onbewust. We hebben deze
inschattingen nodig omdat we op basis hiervan beslissingen nemen.
Besliskunde
In elk voorspellingsproces spelen twee variabelen de hoofdrol: een beoordelingsmoment nu en een
beoordelingsmoment ergens in de toekomst. In de psychodiagnostiek noemen we dit test en criterium.
De mate waarin deze twee beoordelingen met elkaar overeenstemmen, zegt iets over de kwaliteit van
je voorspellingen en je beoordelingsvermogen. Op basis van de twee beoordelingsmomenten worden
er in de besliskunde vier soorten beslissingen onderscheiden:
1. Valid positive = De voorspelling was positief en bleek later ook waar
2. False positive = de voorspelling was positief, maar bleek niet te kloppen
3. False negative = de voorspelling was negatief, maar bleek niet te kloppen
4. Valid negative = de voorspelling was negatief en bleek later ook waar
Fouten in ons beoordelingssysteem
De sociale psychologie heeft ons gewezen op structurele mankementen in de manier waarop we tot
inschattingen en voorspellingen komen. Hieronder de meest voorkomende fouten:
1. Verstandige fouten aftestgrens naar links
Een van de beoordelingsfouten die we maken, zouden we verstandige fouten kunnen
noemen. Ze helpen ons namelijk problemen te voorkomen.
Voorbeeld: Je ziet een gewapend persoon. De kans dat deze persoon schiet is klein maar
toch besluit je weg te rennen.
Oftewel, de grote kans op false positive neem je voor lief
2. Overschatten van specifieke kansen
De kans dat bepaalde gebeurtenissen zich voordoen of de kans dat iemand over een
bepaalde eigenschap beschikt, wordt nog wel eens verkeerd ingeschat.
Voorbeeld: Klaas is een zeer intelligentie jongen. Hij houdt ervan om abstracte problemen
op te lossen. Op sociaal vlak is hij minder sterk ontwikkeld.
Studeert Klaas psychologie of natuurkunde?
Veel meer mensen studeren psychologie dan natuurkunde.
Kansen worden genegeerd, men gaat af op wat intuïtief logisch lijkt.
3. Beschikbaarheidsheuristiek
We laten gebeurtenissen veel zwaarder wegen dan dingen die niet gebeurt zijn, zelfs als
die juist daarom des te meer bijzonder zijn.
Voorbeeld: Hoe groot is de kans dat iemand bewust met een vrachtwagen inrijdt op een
menigte?
Van dingen waarover we snel voorbeelden uit ons geheugen kunnen terughalen denken
we dat ze vaker voorkomen.