HC2 Verpleegkunde WP
Evidence based practice voor verpleegkundigen
Hoofdstuk 5 Diagnostisch onderzoek
Kernpunten:
De waarde van een diagnostische test wordt bepaald door sensitiviteit, specificiteit, positief
voorspellende waarde, negatief voorspellende waarde en accuratesse.
Diagnostische artikelen worden beoordeeld o p(interne) validiteit, belang en toepasbaarheid.
De stappen van uitvoeren van onderzoek
Het verpleegproces
In de jaren 70 van de vorige eeuw is de verpleegkundige beroepsgroep landelijk overgegaan, in het
kader van patiëntgericht verplegen, tot de invoering van Systematisch Verpleegkundig Handelen.
SVH bestaat uit de vijf stappen van het verpleegkundig proces.
1. Anamnese. Gegevensverzameling veelal a.d.h.v. Gordon. Alert op signalen die duiden op
mogelijke aanwezigheid van disfunctionele gezondheidspatronen.
2. Vaststellen verpleegkundige diagnose. Nadere gegevens verzamelen en interpreteren over:
Aanwijzingen die het bestaan van het probleem bevestigen;
Een nadere typering van het probleem; en
Het in kaart brengen van factoren die invloed hebben op het probleem.
Verpleegprobleem: reactie van patiënt op een gezondheidsverstoring die verpleegkundige
zorg vraagt.
3. Vaststellen gewenste resultaten.
4. Verpleegkundige interventie.
5. Evalueren.
Kwantitatief onderzoek: uitgedrukt in cijfers. Kwalitatief onderzoek: ervaringen en meningen
(interviews).
Klinische eigenschappen van een diagnostisch test
Om de validiteit van een diagnostische test te kunnen beoordelen is het van belang op de hoogte te
zijn van een aantal belangrijke eigenschappen die samenhangen met de gebruikte test of het
gebruikte meetinstrument. Hierbij valt te denken aan anamnestische vragen, observatie, een
vragenlijst of een meetinstrument.
In een 2x2 tabel staat op de ene as de uitslag van de (diagnostische) test en op de andere as de
werkelijkheid (waarheid). Criteriumvaliditeit: uitkomst van de gebruikte diagnostische test
vergelijken met de uitkomst van andere (reeds bekende) valide test.
Voorbeeld:
INSCANNEN
Positief voorspellende waarde: als iemand een positieve testuitslag heeft, hoe groot is dan de kans
dat hij daadwerkelijk de ‘aandoening’ heeft? Formule: a / (a+b).
Negatief voorspellende waarde: als iemand een negatieve testuitslag heeft, hoe groot is dan de kans
dat hij daadwerkelijk de ‘aandoening’ niet heeft? Formule: d / (c+d).
Accuratesse: hoeveel procent van alle testen geeft een correct resultaat? Formule: a+d / (a+b+c+d).
Evidence based practice voor verpleegkundigen
Hoofdstuk 5 Diagnostisch onderzoek
Kernpunten:
De waarde van een diagnostische test wordt bepaald door sensitiviteit, specificiteit, positief
voorspellende waarde, negatief voorspellende waarde en accuratesse.
Diagnostische artikelen worden beoordeeld o p(interne) validiteit, belang en toepasbaarheid.
De stappen van uitvoeren van onderzoek
Het verpleegproces
In de jaren 70 van de vorige eeuw is de verpleegkundige beroepsgroep landelijk overgegaan, in het
kader van patiëntgericht verplegen, tot de invoering van Systematisch Verpleegkundig Handelen.
SVH bestaat uit de vijf stappen van het verpleegkundig proces.
1. Anamnese. Gegevensverzameling veelal a.d.h.v. Gordon. Alert op signalen die duiden op
mogelijke aanwezigheid van disfunctionele gezondheidspatronen.
2. Vaststellen verpleegkundige diagnose. Nadere gegevens verzamelen en interpreteren over:
Aanwijzingen die het bestaan van het probleem bevestigen;
Een nadere typering van het probleem; en
Het in kaart brengen van factoren die invloed hebben op het probleem.
Verpleegprobleem: reactie van patiënt op een gezondheidsverstoring die verpleegkundige
zorg vraagt.
3. Vaststellen gewenste resultaten.
4. Verpleegkundige interventie.
5. Evalueren.
Kwantitatief onderzoek: uitgedrukt in cijfers. Kwalitatief onderzoek: ervaringen en meningen
(interviews).
Klinische eigenschappen van een diagnostisch test
Om de validiteit van een diagnostische test te kunnen beoordelen is het van belang op de hoogte te
zijn van een aantal belangrijke eigenschappen die samenhangen met de gebruikte test of het
gebruikte meetinstrument. Hierbij valt te denken aan anamnestische vragen, observatie, een
vragenlijst of een meetinstrument.
In een 2x2 tabel staat op de ene as de uitslag van de (diagnostische) test en op de andere as de
werkelijkheid (waarheid). Criteriumvaliditeit: uitkomst van de gebruikte diagnostische test
vergelijken met de uitkomst van andere (reeds bekende) valide test.
Voorbeeld:
INSCANNEN
Positief voorspellende waarde: als iemand een positieve testuitslag heeft, hoe groot is dan de kans
dat hij daadwerkelijk de ‘aandoening’ heeft? Formule: a / (a+b).
Negatief voorspellende waarde: als iemand een negatieve testuitslag heeft, hoe groot is dan de kans
dat hij daadwerkelijk de ‘aandoening’ niet heeft? Formule: d / (c+d).
Accuratesse: hoeveel procent van alle testen geeft een correct resultaat? Formule: a+d / (a+b+c+d).