KWARTIEL 2
HC1
Zeg het met beelden, niet met woorden don’t tell them, show them!
Aristoteles ‘Poëtica’ toneel- en theaterwetten voor het eerst beschreven
Dramaturgie = hoe het drama of het verhalende verloop is opgebouwd
Drama = verhalend verloop, niet per se een tragedie
Narrativiteit = de wijze waarop een verhaal verteld wordt
Elementen van een tragedie
- Schouwspel (wijze)
- Liederen en taal (medium)
- Plot, karakter en denken (onderwerp)
o Plot = ziel van de tragedie handeling centraal
o Karakters = 2e plaats
- Herkenningen
- Lijden van de hoofdpersoon
- Peripetieën = plotselinge ommekeer die berust op een onverwachte samenhang:
Oedipus
Plot voor een tragedie (Aristoteles)
- Proloog, Episode, Epiloog
- Samenhang door waarschijnlijkheid of noodzakelijkheid
- Omslag in het lot van de held
- Werkt het sterkst als de held overtuigend geformuleerd is en een onverwacht,
aangrijpend verloop heeft
- Het is noodzakelijk dat de held voor een succesvol plot…
o Eén enkel handelingsverloop met één afloop heeft en geen dubbele
handelingen uitvoert
o Een verandering vertoont van geluk naar ongeluk (in het geval van een
tragedie)
o Veroorzaakt is doordat er een grote fout is gemaakt door iemand van
gemiddelde goedheid of beter, maar niet minder.
1