Meten en meetkunde – Reken-wiskundedidactiek
Pagina 21-30
Hoofdstuk 1 – Samenhang meet en meetkunde
1.2 Meten en meetkunde op de basisschool
1.2.1 Overeenkomsten tussen meten en meetkunde
De domeinen meten en meetkunde komen allebei al vanaf de kleutergroepen expliciet aan bod. Beide
domeinen blijven dicht bij de waarneembare werkelijkheid, waardoor kinderen de mogelijkheid krijgen
zélf ervaringen op te doen. Het onderwijs verschaft kinderen het wiskundige gereedschap om hun
dagelijkse leefwereld te kunnen begrijpen en beschrijven. Letterlijk: liniaal. Brede zin: de wiskundetaal.
Een andere overeenkomst is dat het onderwijs zich in beide domeinen kenmerkt door redeneren en
het ontwikkelen van een onderzoekende houding: een wiskundige attitude.
Bezig zijn met meten en meetkunde levert ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van
gecijferdheid.
1.2.2 Verschillen tussen meten en meetkunde
Bij meten gaat het meestal om andere (mentale) handelingen dan bij meetkundeactiviteiten. Bij
meetactiviteiten: het gaat om het leren meten met een passende maat en kinderen zijn vooral aan het
doen, kennen en begrijpen. Bij meetkundeactiviteiten: het gaat om het onderzoeken van ruimtelijke
relaties en het beredeneren hiervan; kinderen zijn bezig met waarnemen, beschouwen, stellen en
beantwoorden van de ‘waarom-vraag’, gericht op verklaren.
1.2.3 Samenhang in activiteiten
Er zijn tal van mogelijkheden om geïntegreerd met andere reken-wiskundedomeinen en vakgebieden
te werken; het inrichten van een winkel of het ontwerpen van een nieuw schoolgebouw tel/rekenen
+ meet- en meetkundige vragen.
Ook in reken-wiskundemethodes is die samenhang herkenbaar:
- Activiteiten rondom construeren en representeren vallen binnen meetkunde, rondom een
bouwwerk kan het tegelijkertijd om meten gaan; het vaststellen van de inhoud van het
bouwwerk
- Op het gebied van plattengronden, landkaarten en routes: coördinaten, windrichtingen en het
bepalen van locaties behoren tot meetkunde; afstanden en oppervlaktes bij meten
- Tijdzones: lokaliseren of plaatsbepaling valt onder meetkunde, tijdmeting onder meten
- Maken van een zonnewijzer: voorspellen van de schaduw valt onder meetkunde, tijdmeting
onder meten
Hoofdstuk 2 – Meten
2.1 Meten en meetgetallen zijn overal
Meetgetallen zeggen iets over grootheden als gewicht, inhoud, temperatuur en snelheid. Bij elk
grootheid bestaan verschillende maten of maateenheden, die afhankelijk van de situatie gebruikt
worden. In het dagelijks leven gebruik je veel meetreferenties: een lichaamslengte van 2,12 is
behoorlijk lang, bij 39 graden heb je koorts. Dit zijn referentiegetallen. Referentiematen zijn een stap,
een pak sap.
2.1.1 Meetinstrumenten
Bij sommige meetinstrumenten is het afpassen van een maat goed zichtbaar. Bij andere
meetinstrumenten liggen in het verlengde van afpassen met een maat: zo is een rolmaat te zien als
aaneenschakeling van meters. Bij weer andere meetinstrumenten is het afpassen verder naar de
Pagina 21-30
Hoofdstuk 1 – Samenhang meet en meetkunde
1.2 Meten en meetkunde op de basisschool
1.2.1 Overeenkomsten tussen meten en meetkunde
De domeinen meten en meetkunde komen allebei al vanaf de kleutergroepen expliciet aan bod. Beide
domeinen blijven dicht bij de waarneembare werkelijkheid, waardoor kinderen de mogelijkheid krijgen
zélf ervaringen op te doen. Het onderwijs verschaft kinderen het wiskundige gereedschap om hun
dagelijkse leefwereld te kunnen begrijpen en beschrijven. Letterlijk: liniaal. Brede zin: de wiskundetaal.
Een andere overeenkomst is dat het onderwijs zich in beide domeinen kenmerkt door redeneren en
het ontwikkelen van een onderzoekende houding: een wiskundige attitude.
Bezig zijn met meten en meetkunde levert ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van
gecijferdheid.
1.2.2 Verschillen tussen meten en meetkunde
Bij meten gaat het meestal om andere (mentale) handelingen dan bij meetkundeactiviteiten. Bij
meetactiviteiten: het gaat om het leren meten met een passende maat en kinderen zijn vooral aan het
doen, kennen en begrijpen. Bij meetkundeactiviteiten: het gaat om het onderzoeken van ruimtelijke
relaties en het beredeneren hiervan; kinderen zijn bezig met waarnemen, beschouwen, stellen en
beantwoorden van de ‘waarom-vraag’, gericht op verklaren.
1.2.3 Samenhang in activiteiten
Er zijn tal van mogelijkheden om geïntegreerd met andere reken-wiskundedomeinen en vakgebieden
te werken; het inrichten van een winkel of het ontwerpen van een nieuw schoolgebouw tel/rekenen
+ meet- en meetkundige vragen.
Ook in reken-wiskundemethodes is die samenhang herkenbaar:
- Activiteiten rondom construeren en representeren vallen binnen meetkunde, rondom een
bouwwerk kan het tegelijkertijd om meten gaan; het vaststellen van de inhoud van het
bouwwerk
- Op het gebied van plattengronden, landkaarten en routes: coördinaten, windrichtingen en het
bepalen van locaties behoren tot meetkunde; afstanden en oppervlaktes bij meten
- Tijdzones: lokaliseren of plaatsbepaling valt onder meetkunde, tijdmeting onder meten
- Maken van een zonnewijzer: voorspellen van de schaduw valt onder meetkunde, tijdmeting
onder meten
Hoofdstuk 2 – Meten
2.1 Meten en meetgetallen zijn overal
Meetgetallen zeggen iets over grootheden als gewicht, inhoud, temperatuur en snelheid. Bij elk
grootheid bestaan verschillende maten of maateenheden, die afhankelijk van de situatie gebruikt
worden. In het dagelijks leven gebruik je veel meetreferenties: een lichaamslengte van 2,12 is
behoorlijk lang, bij 39 graden heb je koorts. Dit zijn referentiegetallen. Referentiematen zijn een stap,
een pak sap.
2.1.1 Meetinstrumenten
Bij sommige meetinstrumenten is het afpassen van een maat goed zichtbaar. Bij andere
meetinstrumenten liggen in het verlengde van afpassen met een maat: zo is een rolmaat te zien als
aaneenschakeling van meters. Bij weer andere meetinstrumenten is het afpassen verder naar de