Zelfstudie 4
5.1
Proteoom= alle functionele aanwezige eiwitten→ met het genoom weet je niet wat er is en hoe
het samenwerkt, het proteoom geeft functionele informatie
5.2
Om eiwit te begrijpen: aminozuurvolgorde, 3D structuur, functie→ isoleren uit cel
- Gezuiverd eiwit door standaard biochemische technieken
- Hormoon-bindend eiwit (receptor)→ immunologische aanpak
Assay= test of zuivering werkt
Bijv enzymactiviteit meten mbv spectrofotometer→ NADH (product) meten bij 340 nm
Ook hoeveelheid enzym en andere eiwitten bepalen→ specifieke activiteit bepalen
Specifieke activiteit= verhouding van enzymactiviteit tegen hoeveelheid eiwit
Zuivering= alle eiwitten verwijderen behalve waar je geïnteresseerd in bent
Cel openbreken→ cellulaire componenten vrijlaten→ toegang tot eiwit
Homogenaat= mengsel van alle celcomponenten maar geen intacte cellen
Centrifugeren→ zware dingen op de bodem, lichtere oplossing daarboven= supernatant
→ fractioneren van homogenaat
Differential centrifugation= supernatant centrifugeren→ fracties
Ruw extract= fractie die wordt gebruikt voor verdere zuivering
Eiwitten kunnen gezuiverd worden op basis van oplosbaarheid, grootte, lading of specifieke
bindingsaffiniteit
Salting in= eiwitten hebben zout nodig voor oplossen
Salting out= eiwitten slaan neer in een oplossing met hoge zoutconcentratie→ gebaseerd op
competitie tussen zoutionen en eiwit om te zorgen dat water het eiwit in de oplossing houdt
Salting out kan gebruikt worden voor fractionatie van een eiwitmengsel
Vaak verliezen eiwitten hun activiteit bij zulke hoge zoutconcentraties→ dialyse= zout
verwijderen→ eiwit-zout oplossing in zakje gemaakt van semi-permeabel membraan→ eiwitten
kunnen er niet doorheen
Moleculaire exclusion chromatografie/ gelfiltratie chromatografie→ scheiding eiwitten op
grootte→ monster op kolom met poreuze beads gemaakt van onoplosbaar polymeer→ kleine
moleculen kunnen in de beads, grote niet→ volgen kortere weg naar de bodem van de kolom en
komen er als eerst uit
5.1
Proteoom= alle functionele aanwezige eiwitten→ met het genoom weet je niet wat er is en hoe
het samenwerkt, het proteoom geeft functionele informatie
5.2
Om eiwit te begrijpen: aminozuurvolgorde, 3D structuur, functie→ isoleren uit cel
- Gezuiverd eiwit door standaard biochemische technieken
- Hormoon-bindend eiwit (receptor)→ immunologische aanpak
Assay= test of zuivering werkt
Bijv enzymactiviteit meten mbv spectrofotometer→ NADH (product) meten bij 340 nm
Ook hoeveelheid enzym en andere eiwitten bepalen→ specifieke activiteit bepalen
Specifieke activiteit= verhouding van enzymactiviteit tegen hoeveelheid eiwit
Zuivering= alle eiwitten verwijderen behalve waar je geïnteresseerd in bent
Cel openbreken→ cellulaire componenten vrijlaten→ toegang tot eiwit
Homogenaat= mengsel van alle celcomponenten maar geen intacte cellen
Centrifugeren→ zware dingen op de bodem, lichtere oplossing daarboven= supernatant
→ fractioneren van homogenaat
Differential centrifugation= supernatant centrifugeren→ fracties
Ruw extract= fractie die wordt gebruikt voor verdere zuivering
Eiwitten kunnen gezuiverd worden op basis van oplosbaarheid, grootte, lading of specifieke
bindingsaffiniteit
Salting in= eiwitten hebben zout nodig voor oplossen
Salting out= eiwitten slaan neer in een oplossing met hoge zoutconcentratie→ gebaseerd op
competitie tussen zoutionen en eiwit om te zorgen dat water het eiwit in de oplossing houdt
Salting out kan gebruikt worden voor fractionatie van een eiwitmengsel
Vaak verliezen eiwitten hun activiteit bij zulke hoge zoutconcentraties→ dialyse= zout
verwijderen→ eiwit-zout oplossing in zakje gemaakt van semi-permeabel membraan→ eiwitten
kunnen er niet doorheen
Moleculaire exclusion chromatografie/ gelfiltratie chromatografie→ scheiding eiwitten op
grootte→ monster op kolom met poreuze beads gemaakt van onoplosbaar polymeer→ kleine
moleculen kunnen in de beads, grote niet→ volgen kortere weg naar de bodem van de kolom en
komen er als eerst uit