Talentgerichte ontwikkeling
Hoofdstuk 1
Behaviorisme staat voor:
- Brein is een black box, waar we niet in kunnen kijken
- Door observeerbaar gedrag te meten, kunnen uitspraken gedaan worden over mechanismen
in leerprocessen
- Alleen observeerbaar gedrag is relevant, omdat dit het enige is wat gemeten kan worden
Behaviorisme = procestheorie
- Klassieke conditionering (Pavlov)
Kwijlende hond bij het horen van een bel (ongewenst gedrag straffen)
- Operante conditionering = (gewenst gedrag belonen)
Vorm van conditionering waarbij een persoon gericht gedrag laat zien om een bepaald doel
te bereiken
Als iemand na enige herhaling ontdekt dat het bewegen van een deurkruk (=stimulus)
een deur kan openen (=respons)
Dit heeft het model van S -> R een specifieke stimulus activeert een specifieke respons
Cognitivisme is gebaseerd op het idee dat leren een vorm van informatieverwerking is.
- 1 van de grondleggers = Jerome Bruner. Hij zegt dat het leren een vorm van
informatieverwerking is, die voorkomt uit intenties en zingeving
Kinderen zijn actieve informatieverwerkers, zij reageren niet passief op prikkels, maar
doelbewust (intentioneel)
Bruner onderscheidt 3 niveaus van kennis
1. Kennis die tot stand komt in het fysieke handelen met materiaal
2. Kennis die tot stand komt door de handeling schematisch voor te stellen (plattegrond,
schema)
3. Kennis in de vorm van symbolen; = teken bij rekenen een getal bij verbaal concept, zoals
zwaartekracht
2e belangrijke cognitivist = Jean Piaget
Hij gebruikt de begrippen assimilatie en accommodatie = samen: adaptie
- Assimilatie = iemand maakt gebruik van al verworven kennis en vaardigheden
- Accommodatie = je construeert nieuwe kennis en vaardigheden
Equilibrium = ontwikkeling vindt plaats als er een niet stadium wordt bereik dan is er een set van
nieuwe schema’s in handelingen en vaardigheden ontwikkeld.
Een belangrijk onderdeel in het ontwerpproces zijn:
- Cognitieve conflicten
Vb.: cognitief conflict = wanneer een leerling bijvoorbeeld verwacht dat een voorwerp in een bak
water gaat zinken, terwijl het blijft drijven.
Hoofdstuk 1
Behaviorisme staat voor:
- Brein is een black box, waar we niet in kunnen kijken
- Door observeerbaar gedrag te meten, kunnen uitspraken gedaan worden over mechanismen
in leerprocessen
- Alleen observeerbaar gedrag is relevant, omdat dit het enige is wat gemeten kan worden
Behaviorisme = procestheorie
- Klassieke conditionering (Pavlov)
Kwijlende hond bij het horen van een bel (ongewenst gedrag straffen)
- Operante conditionering = (gewenst gedrag belonen)
Vorm van conditionering waarbij een persoon gericht gedrag laat zien om een bepaald doel
te bereiken
Als iemand na enige herhaling ontdekt dat het bewegen van een deurkruk (=stimulus)
een deur kan openen (=respons)
Dit heeft het model van S -> R een specifieke stimulus activeert een specifieke respons
Cognitivisme is gebaseerd op het idee dat leren een vorm van informatieverwerking is.
- 1 van de grondleggers = Jerome Bruner. Hij zegt dat het leren een vorm van
informatieverwerking is, die voorkomt uit intenties en zingeving
Kinderen zijn actieve informatieverwerkers, zij reageren niet passief op prikkels, maar
doelbewust (intentioneel)
Bruner onderscheidt 3 niveaus van kennis
1. Kennis die tot stand komt in het fysieke handelen met materiaal
2. Kennis die tot stand komt door de handeling schematisch voor te stellen (plattegrond,
schema)
3. Kennis in de vorm van symbolen; = teken bij rekenen een getal bij verbaal concept, zoals
zwaartekracht
2e belangrijke cognitivist = Jean Piaget
Hij gebruikt de begrippen assimilatie en accommodatie = samen: adaptie
- Assimilatie = iemand maakt gebruik van al verworven kennis en vaardigheden
- Accommodatie = je construeert nieuwe kennis en vaardigheden
Equilibrium = ontwikkeling vindt plaats als er een niet stadium wordt bereik dan is er een set van
nieuwe schema’s in handelingen en vaardigheden ontwikkeld.
Een belangrijk onderdeel in het ontwerpproces zijn:
- Cognitieve conflicten
Vb.: cognitief conflict = wanneer een leerling bijvoorbeeld verwacht dat een voorwerp in een bak
water gaat zinken, terwijl het blijft drijven.