Wat is (jeugd)criminaliteit?
Age-crime curve:
Prevalentie, niet incidentie:
Dus: meer individuen plegen delicten (prevalentie).
Niet: individuen plegen meer delicten (incidentie).
Twee groepen jongeren die criminaliteit plegen:
Adolescence-limited (AL).
Life-course persistent (LCP).
Mogelijke maatregelen die hulpverlening kan inzetten:
In kaart brengen persoonlijkheidsproblematiek.
Ouder-kind gesprek faciliteren.
Excuusbrief schrijven.
Sociale vaardigheden training.
Schade vergoeding betalen.
Waarom plegen adolescenten vaker criminaliteit?
Verschillende verklaringen:
Hersenontwikkeling/impulsiviteit.
Moraliteitsvorming: verkennen van regels en gedragsnormen.
Los maken van ouders en focus op leeftijdsgenoten.
Hersenontwikkeling/impulsiviteit:
Van kronkelpaadjes naar snelwegen:
Verbindingen tussen hersengebieden worden korter en sterker.
Bepaalde taken worden sneller uitgevoerd.
Voordelen van snelwegen:
(Korte en) lange termijn gevolgen beter bereikbaar: meer overzicht.
Nadelen van snelwegen:
Minder makkelijk om afslag te nemen. Dus minder creativiteit.
Tijd oriëntatie en keuzes maken:
Korte termijn: enthousiaste vrienden.
Lange termijn: boze ouders.
Moraliteitsvorming: verkennen van regels en gedragsnormen:
In kindertijd: alles wat ouders en school zeggen is waar.
In adolescentie:
Gedragsnormen verschillen per context.
Niet iedereen houdt zich aan de regels.
Wie maakt de regels?
Wat vind ik er eigenlijk zelf van?
Als het gedrag resulteert in negatieve gevolgen: spijt, schaamte, pijn, sociale kosten.
Als het gedrag resulteert in positieve gevolgen: sensatie, plezier, sociale beloning.
Sociale leertheorie:
Operante conditionering (reinforcement):
Pavlov (1927): passief leren.
Skinner (1953): meer actief leren.
Bandura (1965): observationeel leren.
Processen van sociaal leren:
Imitatie.
Reinforcement:
Direct. Je krijgt zelf beloning of straf.
Indirect/vicarious. Je ziet dat iemand anders beloning of straf krijgt en internaliseert dit.
Deze processen beïnvloeden gedrag rechtstreeks, maar ook via het overbrengen van definities
(ook wel: attitudes, normen, moraliteit).
Los maken van ouders en focus op leeftijdsgenoten:
Doel van ontwikkeling: zelfstandige volwassene worden:
Eigen identiteit ontwikkelen.
Onafhankelijk worden van ouders.