Thema 5: Micro-organismen – biologie
FOCUS
De microkosmos
In de koelkast: sommige bacteriën en schimmels gebruiken de producten als voedsel. Daarbij
produceren ze zelf soms giftige stoffen. -> voedselbederf.
Sommige bacteriën of schimmels gebruiken we om voedingsmiddelen te produceren. Yoghurt, kaas.
Bij de productie van wijn; bier, pizzadeeg, brood,.. zijn gisten betrokken. = gefermenteerde
voedingsmiddelen
In het bos: schimmels en bacteriën zoeken organisch afval om te reduceren.
In het meer: algen en protozoa, deze plantaardige en dierlijke eencelligen behoren tot het plankton.
Plankton vangt CO² op en maakt O². Cyanobacteriën of blauwalgen maken je ziek.
1) Bacteriën en archaea Bacteriën en archaea zijn
eencelligen die voorkomen in en op
elk voorwerp of organisme. Ze
leven in de bodem, water of ijs.
Bacteriën en archaea zijn
prokaryoten, hun DNA zweeft vrij in
cytoplasma.
DNA centraal, DNA- ringen/
plasmiden. Sommige bevatten
pigmenten als chlorofyl ->
fotosynthese. Celmembraan=
stofuitwisseling met externe milieu.
Celwand= bescherming.
Kapsel/slijmlaag= extra
bescherming.
Ze bewegen zich voort door het
zweephaar en pili.
Autotrofe prokaryoten: hebben energiebron nodig om organische stoffen te maken. Foto- en
, Thema 5: Micro-organismen – biologie
chemoautotrofen.
De meeste prokaryoten zijn heterotroof. Ze nemen energie op door enzymen vrij te laten.
Sommige prokaryoten hebben O² nodig om te overleven. Aerobe celademhaling.
Sommige prokaryoten hebben geen O² nodig om te overleven. Anaerobe vergisting. ->
ethanol,melkzuur.
Prokaryoten geven genetisch materiaal door via conjugatie. Twee prokaryoten verbinden door
conjugatiepilus. Daarin worden kopieën van plasmiden doorgegeven van de donor naar de receptor.
Door conjugatie kunnen prokaryoten bv resistentie tegen antibiotica aan elkaar doorgeven. Het is
geen vorm van voortplanting, maar enkel een manier om informatie via DNA, en dus eigenschappen
door te geven.
Bij een overmaat aan organisch afval (=eutrofiëring) wordt water zuurstofarm. Anaerobe heterotrofe
prokaryoten worden dan actief. Als de leefomgeving minder gunstig wordt, maken sommige
prokaryoten een beschermende laag. Ze vormen een cyste/ endospore, en ze kunnen extreme
omstandigheden overleven.
Eutrofiëring van een stilstaande poel:
1. bemesting landbouwgrond: stikstof
2. gevolg: uitspoeling naar waterlopen
3. meer voedingsstoffen in water
4. meer plantengroei, meer fotosynthese
5. groter O² gebruik dus O² tekort
6. sterfte planten en vissen
7. verhoogde concentratie aan reducenten (anaeroob)
8. concentratie O² daalt
9. geur rotte eieren
Prokaryoten vermeerderen zich ongeslachtelijk, celdeling. De cel deelt zich in twee identieke
dochtercellen. Het kopieert genetisch materiaal. De tijd die nodig is om van 1 cel 2 cellen te maken is
de generatietijd, meestal 30 minuten.
Als een prokaryoot in een goeie habitat komt, vermeerderd hij zich, kolonie vormen.
FOCUS
De microkosmos
In de koelkast: sommige bacteriën en schimmels gebruiken de producten als voedsel. Daarbij
produceren ze zelf soms giftige stoffen. -> voedselbederf.
Sommige bacteriën of schimmels gebruiken we om voedingsmiddelen te produceren. Yoghurt, kaas.
Bij de productie van wijn; bier, pizzadeeg, brood,.. zijn gisten betrokken. = gefermenteerde
voedingsmiddelen
In het bos: schimmels en bacteriën zoeken organisch afval om te reduceren.
In het meer: algen en protozoa, deze plantaardige en dierlijke eencelligen behoren tot het plankton.
Plankton vangt CO² op en maakt O². Cyanobacteriën of blauwalgen maken je ziek.
1) Bacteriën en archaea Bacteriën en archaea zijn
eencelligen die voorkomen in en op
elk voorwerp of organisme. Ze
leven in de bodem, water of ijs.
Bacteriën en archaea zijn
prokaryoten, hun DNA zweeft vrij in
cytoplasma.
DNA centraal, DNA- ringen/
plasmiden. Sommige bevatten
pigmenten als chlorofyl ->
fotosynthese. Celmembraan=
stofuitwisseling met externe milieu.
Celwand= bescherming.
Kapsel/slijmlaag= extra
bescherming.
Ze bewegen zich voort door het
zweephaar en pili.
Autotrofe prokaryoten: hebben energiebron nodig om organische stoffen te maken. Foto- en
, Thema 5: Micro-organismen – biologie
chemoautotrofen.
De meeste prokaryoten zijn heterotroof. Ze nemen energie op door enzymen vrij te laten.
Sommige prokaryoten hebben O² nodig om te overleven. Aerobe celademhaling.
Sommige prokaryoten hebben geen O² nodig om te overleven. Anaerobe vergisting. ->
ethanol,melkzuur.
Prokaryoten geven genetisch materiaal door via conjugatie. Twee prokaryoten verbinden door
conjugatiepilus. Daarin worden kopieën van plasmiden doorgegeven van de donor naar de receptor.
Door conjugatie kunnen prokaryoten bv resistentie tegen antibiotica aan elkaar doorgeven. Het is
geen vorm van voortplanting, maar enkel een manier om informatie via DNA, en dus eigenschappen
door te geven.
Bij een overmaat aan organisch afval (=eutrofiëring) wordt water zuurstofarm. Anaerobe heterotrofe
prokaryoten worden dan actief. Als de leefomgeving minder gunstig wordt, maken sommige
prokaryoten een beschermende laag. Ze vormen een cyste/ endospore, en ze kunnen extreme
omstandigheden overleven.
Eutrofiëring van een stilstaande poel:
1. bemesting landbouwgrond: stikstof
2. gevolg: uitspoeling naar waterlopen
3. meer voedingsstoffen in water
4. meer plantengroei, meer fotosynthese
5. groter O² gebruik dus O² tekort
6. sterfte planten en vissen
7. verhoogde concentratie aan reducenten (anaeroob)
8. concentratie O² daalt
9. geur rotte eieren
Prokaryoten vermeerderen zich ongeslachtelijk, celdeling. De cel deelt zich in twee identieke
dochtercellen. Het kopieert genetisch materiaal. De tijd die nodig is om van 1 cel 2 cellen te maken is
de generatietijd, meestal 30 minuten.
Als een prokaryoot in een goeie habitat komt, vermeerderd hij zich, kolonie vormen.