Plaatsvervulling = als bepaalde erfgenaam niet als erfgenaam kan optreden, treden zijn erfgenamen
op als erfgenaam. Zij krijgen zijn deel. Plaatsvervulling bij voor overleden, onterving, strafrechtelijk
delict gepleegd etc. (4:12 BW).
4:10 lid 2 BW = t.a.v. wie plaatsvervulling plaatsvindt.
Erfgenamen:
1. - eerste parantele: echtgenoot en kinderen
2. - tweede parantele: ouders, broers en zussen.
3. - derde parantele: grootouders
4. - vierde parantele: overgrootouders! (denk aan 6e graad eis)
ad. 1: Stel één van de kinderen is overleden met achterlating van twee (klein)kinderen. Zijn deel
komt dan toe aan zijn kinderen. Stel het kind is ook zelf vooroverleden, dan krijgen zijn kinderen
weer het deel dat het eerste kind in hoedanigheid van plaatsvervulling zou verkrijgen. Vandaar de
benaming staaksgewijs.
ad. 2: Erflater is overleden. Hij heeft nog wel ouders en een broer. De drie personen worden dan
voor gelijke delen geroepen (1/3) als erfgenaam! Stel dat broer was vooroverleden, dan krijgen
diens kinderen bij wijze van plaatsvervulling zijn deel!
Uitzoneringen: 1) 11 lid 2 BW = ouders ontvangen altijd ten minst een kwart! Het resterende deel
wordt verdeeld onder de broers/zussen. 2) halfbroers / halfzussen erven de helft van hetgeen een
volle broer / zus erft ex art. 11 lid 3 BW.
Stel: vader en moeder; erflater overlijdt. Erflater heeft 4 volle broers en 2 halfbroers. Vader leeft
nog, moeder overleden. Hoofdregel = 7 erfgenamen, ieder 1/7. Maar door uitzonderingen krijgt
vader sowieso 1/4. Wat gebeurt er met resterende 3/4 ? Die komt toe aan volle en halve broers.
Volle broers moeten twee keer zoveel krijgen.
- volle broers krijgen van 3/4 overgebleven deel ieder 2/10 = 6/40
- half broers krijgen van 3/4 overgebleven deel ieder 1/10 = 3/40
- vader krijgt natuurlijk 1/4 en dat is 10/40!
- moeder die is overleden; voor haar geen plaatsvervulling want niet genoemd in artikel!
Casus 1)
Opgave 1 en 2: Eerst gemeenschap van goederen berekenen = huwelijksvermogensrecht = 300.000
(huis), 20.000 (inboedel) en 80.000 (geld). Dit is 400.000. Dit deel je door 2 o.g.v. art. 1:100 BW want
in gemeenschap van goederen gehuwd -> nalatenschap Arend = 200.000.
Hij heeft ook nog 100.000 effecten = totaal nalatenschap = 300.000.
Hij heeft 2 kinderen en zijn vrouw als erfgenamen. Dus iedereen gerechtigd tot 1/3 -> alles gaat in
principe naar zijn vrouw Berber ; kinderen krijgen ieder voor 100.000 vordering op B.
-> wel denken aan wilsrecht. Kinderen geboren uit eerder huwelijk van Arend, Berber is stiefmoeder;
dus kinderen van Arend.