Casus 1) Moeder verkoopt een auto met WEV van 55k aan haar zoon voor slechts 30k. Een gift is
ruimer dan een schenking. Gift = verarming ene, verrijking ander en bevoordelingsdoel. Schenking
heeft extra vierde kenmerk: het moet om niet zijn. In casu is het niet om niet. Maar in successiewet
maakt het niet uit iets juridisch een schenking of gift is ex art 1 lid 7 SW! Het is een belastbaar feit. De
maatstaf van heffing / heffingsgrondslag staat in art. 5 lid 2 SW jo. 21 lid 1 SW = WEV = 55.000 -/-
30.000 = €25.000!
Er is wel een eenmalige vrijstelling ex art 33 lid 1 ten vijfde SW (schenkbelasting) = €5.449. Deze mag
wel eenmalig worden verhoogd 25k of 53k (bij EW) indien kind tussen 18 en 40 jaar is! Voor de
eenmalige verhoging moet je wel aangifte doen!
In art. 24 SW staat het tarief. Ingeval niet gebruik gemaakt van eenmalige verhoging eerder dan kun
je schenking in geheel vrijstellen. Anders is slechts 5.449 vrijgesteld.
Vader benoemd bij testament broer en zus; zijn kind was tot niets benoemd; vader had niet echt een
nalatenschap. Broer en zus verwerpen nalatenschap want alleen schulden. Vader had vlak voor zijn
dood 2 mio gewonnen via loterij! Broer en zus hadden verworpen; op keuze kon je niet terug komen.
Zoon ging aanmerkelijk maken dat hij kind van overleden vader was; broer en zus konden niets meer
doen!
Casus 2)
Dit is een voorbeeld vraag voor het tentamen -> eerst huwelijksvermogensrecht toepassen voor de
omvang van de nalatenschap, vervolgens pas je het erfrecht toe en tot slot successiewet!
Schenkingen:
1) aan de buurman wordt geschonken 50.000. Voor schenking is relevant: art. 1 lid 1 ten tweede en
art. 3 lid 1 SW = ze waren geëmigreerd maar fictief sprake van NL schenking. Maar de schenking van
50.000 aan de buurman was vrij van recht (= inclusief schenkbelasting -> zie volgende week)!
Maatstaf van heffing in art. 5 lid 2 SW zegt maatstaf van heffing = 50.000.
Vrijstelling in art. 33 lid 1 ten zevende = €2.111.
Tarief in art. 24 SW -> buurman geen partner/afstammeling in rechte lijn -> tarieven 30 en 40% ->
30% van toepassing. 50.000 -/- 2.111 = 47889 belasten tegen 30%
2) aan dochter Martine -> art. 1 lid 1 en art 3 lid 1 SW. Art. 5 geeft maatstaf. Vrijstelling in art. 33 ten
vijfde -> ze krijgt schenking van 17.500. Ze kan eenmalig haar vrijstelling verhogen naar 25.000 indien
tussen 18 en 40 jaar. Dat kan en dat doet ze. Dus 17.500 is vrijgesteld. Het resterende deel van 7.500
van haar vrijstelling vervalt echter wel!!! Geen schenkbelasting verschuldigd dus voor Martine!