Samenvatting boek: “Recht;
een introductie.”
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Recht algemeen........................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 2. Verbintenissenrecht.................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 3. Verbintenissen uit de overeenkomst.........................................................................................3
Hoofdstuk 4. Verbintenissen uit de wet.......................................................................................................... 4
Hoofdstuk 5. Consumentenrecht.................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 6. Arbeidsrecht............................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 7. Personen en familie recht........................................................................................................ 12
Hoofdstuk 10. Huurrecht.............................................................................................................................. 16
Hoofdstuk 11. Staatsrecht............................................................................................................................ 18
Hoofdstuk 12. Bestuursrecht........................................................................................................................ 20
Hoofdstuk 13. Vreemdelingenrecht.............................................................................................................. 22
Hoofdstuk 15. Strafrecht.............................................................................................................................. 28
Hoofdstuk 16. Strafprocesrecht.................................................................................................................... 33
, Hoofdstuk 1. Recht algemeen.
Nationale recht van Nederland is onderverdeeld in 2 categorieën:
- Privaatrecht, civiel recht of burgerlijk recht. De rechtsbetrekking tussen de burgers
onderling. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. BW Burgerlijk Wetboek.
Rechtsgebieden: consumenten recht, personen en familie recht, huurrecht, arbeidsrecht,
vermogensrecht en rechtspersonen recht.
- Publiekrecht. Gaat over de rechtsbetrekkingen tussen de burgers en de overheid.
Rechtsgebieden: staatsrecht, strafrecht, bestuursrecht en internationaal en Europees
recht.
Materieel recht: de inhoud van het recht. Gedragingen voorschrijven en verbieden, jouw
eigen rechten en plichten.
Formeel recht: hulprecht. Helpt zoveel mogelijk het materiele recht na te leven. Is van
toepassing als jouw recht geschonden is of als je jouw verplichting niet na komt.
- Wat kun je doen als de wederpartij zich niet inhoudelijk aan de materiele regels houdt
- Met welke procedure en met welk optreden van politie en justitie krijgt de verdachte
te maken.
- Wat kun je doen als een overheidsorgaan een besluit neemt waar je het niet mee
eens bent.
Objectief recht: het geheel van rechtsregels die in Nederlands gelden. Voorbeeld: de wetten,
rechtelijke uitspraken (jurisprudentie) en gewoonterecht.
Subjectief recht: Juridische bevoegdheden die een persoon kan hebben op basis van
objectief recht. Je hebt de bevoegdheid om een uitspraak, iets te vragen, iets te vorderen of
te eisen van een ander.
Aanvullend recht (regelend recht): vult de afspraken van partijen aan als zij op een bepaald
onderdeel zelf niets hebben geregeld. Het wetsartikel geldt slechts voor zover er niet door
een eigen regeling van partijen afgeweken is.
Dwingend recht: Verplicht om je aan deze regels te houden.
Rechtsbronnen:
- Wet. – Jurisprudentie (rechtelijke uitspraken). – Gewoonterecht. – Verdrag.
Wetten worden gemaakt door de staatorganen > Staten-Generaal, de regering, de provincie
en de gemeente.
De wetten die de regering en de Staten-Generaal (de formele wetgevers) maken zijn: de
wetten in formele zin.
Nadelen gewoonte recht: - rechtsonzekerheid. – rechtsongelijkheid.
Verdragen zijn overeenkomsten tussen staten, of tussen internationale organisaties (EU).
Taken van de staat:
- Wetten maken.
- Besturen.
- Rechtspraak.
een introductie.”
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Recht algemeen........................................................................................................................ 2
Hoofdstuk 2. Verbintenissenrecht.................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 3. Verbintenissen uit de overeenkomst.........................................................................................3
Hoofdstuk 4. Verbintenissen uit de wet.......................................................................................................... 4
Hoofdstuk 5. Consumentenrecht.................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 6. Arbeidsrecht............................................................................................................................. 8
Hoofdstuk 7. Personen en familie recht........................................................................................................ 12
Hoofdstuk 10. Huurrecht.............................................................................................................................. 16
Hoofdstuk 11. Staatsrecht............................................................................................................................ 18
Hoofdstuk 12. Bestuursrecht........................................................................................................................ 20
Hoofdstuk 13. Vreemdelingenrecht.............................................................................................................. 22
Hoofdstuk 15. Strafrecht.............................................................................................................................. 28
Hoofdstuk 16. Strafprocesrecht.................................................................................................................... 33
, Hoofdstuk 1. Recht algemeen.
Nationale recht van Nederland is onderverdeeld in 2 categorieën:
- Privaatrecht, civiel recht of burgerlijk recht. De rechtsbetrekking tussen de burgers
onderling. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. BW Burgerlijk Wetboek.
Rechtsgebieden: consumenten recht, personen en familie recht, huurrecht, arbeidsrecht,
vermogensrecht en rechtspersonen recht.
- Publiekrecht. Gaat over de rechtsbetrekkingen tussen de burgers en de overheid.
Rechtsgebieden: staatsrecht, strafrecht, bestuursrecht en internationaal en Europees
recht.
Materieel recht: de inhoud van het recht. Gedragingen voorschrijven en verbieden, jouw
eigen rechten en plichten.
Formeel recht: hulprecht. Helpt zoveel mogelijk het materiele recht na te leven. Is van
toepassing als jouw recht geschonden is of als je jouw verplichting niet na komt.
- Wat kun je doen als de wederpartij zich niet inhoudelijk aan de materiele regels houdt
- Met welke procedure en met welk optreden van politie en justitie krijgt de verdachte
te maken.
- Wat kun je doen als een overheidsorgaan een besluit neemt waar je het niet mee
eens bent.
Objectief recht: het geheel van rechtsregels die in Nederlands gelden. Voorbeeld: de wetten,
rechtelijke uitspraken (jurisprudentie) en gewoonterecht.
Subjectief recht: Juridische bevoegdheden die een persoon kan hebben op basis van
objectief recht. Je hebt de bevoegdheid om een uitspraak, iets te vragen, iets te vorderen of
te eisen van een ander.
Aanvullend recht (regelend recht): vult de afspraken van partijen aan als zij op een bepaald
onderdeel zelf niets hebben geregeld. Het wetsartikel geldt slechts voor zover er niet door
een eigen regeling van partijen afgeweken is.
Dwingend recht: Verplicht om je aan deze regels te houden.
Rechtsbronnen:
- Wet. – Jurisprudentie (rechtelijke uitspraken). – Gewoonterecht. – Verdrag.
Wetten worden gemaakt door de staatorganen > Staten-Generaal, de regering, de provincie
en de gemeente.
De wetten die de regering en de Staten-Generaal (de formele wetgevers) maken zijn: de
wetten in formele zin.
Nadelen gewoonte recht: - rechtsonzekerheid. – rechtsongelijkheid.
Verdragen zijn overeenkomsten tussen staten, of tussen internationale organisaties (EU).
Taken van de staat:
- Wetten maken.
- Besturen.
- Rechtspraak.