100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Capita selecta vennootschapsbelasting

Puntuación
-
Vendido
5
Páginas
42
Subido en
21-06-2023
Escrito en
2022/2023

Met het leren van dit document heb ik voor de eerste kans een 7,5 gehaald. Zie ook mijn andere documenten van Capita selecta vennootschapsbelasting met een samenvatting van de voorgeschreven literatuur en de collegeaantekeningen.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
21 de junio de 2023
Número de páginas
42
Escrito en
2022/2023
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Capita selecta vennootschapsbelasting
College 1 – Rechtsgrondslagen

Rechtsgrondslagen VPB
- Antropomorfe visie: lichaam wordt gezien als zelfstandige entiteit waaraan belastingheffing kan worden
gekoppeld
- Leer van globale evenwicht: theorie die een aparte VPB rechtvaardigt, omdat deze nodig is om globaal
evenwicht te bereiken tussen de ondernemers van de IB en onderneming in NV of BV vorm
- Compensatietheorie: theorie die de VPB ziet als capital gains van de aandeelhouder
- Profijtbeginsel: moet worden belast over het profijt dat de BV heeft van het feit dat BV in het
rechtsstelsel van NL zit
- Buitenkansbeginsel: BV heeft een bevoorrechte positie ten opzichte van een ander
- Budgettair argument: overheid wil geld binnenhalen

VPB-regimes in de Europese Unie
- Klassieke stelsel, soms dividendverlichting (Vrijstelling/verrekening/aftrek): belasting geheven op
niveau concern en daarna op niveau aandeelhouders/ontvangers van dividend belasting heffen (VPB-
heffing zonder rekening te houden met IB-heffing bij de aandeelhouder(s))
- Geïntegreerde stelsels
o Volledige integratie stelsel: stelsel van de VPB is een soort voorheffing op het stelsel van de IB
o Overige geïntegreerde stelsels
 Aftrekvarianten: aftrek primair dividend, aftrek alle dividenden, aftrek primair rendement
 Toerekeningsvarianten: Franse variant (partiële verrekening), Duitse variant (volledige
verrekening), Nederlandse variant (forfaitaire verrekening voor ab-houder)

Alternatieven VPB
- Duale IB/VPB of ondernemingswinstbelasting: er is één systeem met een uniform tarief waar
ondernemingswinsten worden belast; dus dan zijn ze aan elkaar gelinkt. Dus bijv. VPB is voorheffing
op IB of 1 soort belasting (OWB) en niet én VPB én IB
- Cashflow-belastingen: systeem waar je alleen maar heft als er daadwerkelijk een cashstroom is.
Oftewel: geld komt binnen of geld gaat eruit; dus niet heffen over bijv. een waardeaangroei
- Geen VPB: in plaats daarvan bijvoorbeeld soort aanvullende heffing op vennootschappen die mensen
in dienst hebben + soort onroerend goed belasting, maar geen winstbelasting

Alternatief voor VPB: Ondernemingswinstbelasting (OWB): als voorheffing IB die van alle ondernemingen
geheven wordt
-> is verworpen in Regeringsnota “Belastingen in de 21e eeuw”
-> bij algemene vlaktaks in IB met tarief gelijk aan Vpb-tarief het theoretisch probleem van de OWB
praktisch snel opgelost!

Tweetraps raket: lage tarief over behaalde winst en bijheffing bij “onttrekking” (eenvoudige variant voor
volledige verrekening); 2 modellen om tweetrapsraket vorm te geven:
1. “Separate entity”: conform BV nu
- Erkenning onderlinge verhoudingen: aftrekbaar bij onderneming, belast bij ondernemer
- Minimum salaris
- Rekening courant maatregel
- Beleggen vs ondernemen (art. 2 lid 5 fictie)
2. “Dependent entity”: conform EZ nu
- Geen erkenning onderlinge verhoudingen: pas belastingheffing bij onttrekking
- Geen minimum salaris/rekening courant maatregel
- Beleggen vs ondernemen

Conclusie: onvoldoende juridisch-theoretische rechtvaardiging voor VPB, rechtsgrondslag ontbreekt, alleen
buitenkansbeginsel maakt kans maar kan de huidige VPB niet verklaren

Huidige vormgeving van Wet VPB lijkt te hinken op 2 gedachten:
1. Steunfunctie t.o.v. IB
2. Antropomorfe visie

,
,College 2 – Subjectieve belastingplicht I

Artikel 4 AWR – Woonplaats
- Woonplaats/vestigingsplaats wordt naar omstandigheden beoordeeld (feitelijke leiding)

Artikel 2 VPB – Binnenlandse belastingplichtigen
- Artikel 2 lid 1 VPB – binnenlandse belastingplichtigen:
- Vestigingsplaats: NL
- Object: wereldinkomen
- Onbeperkt belastingplichtig- artikel 2 lid 6 VPB:
 Zowel ondernemingsvermogen als beleggingsvermogen belast met VPB
- Beperkt belastingplichtig – artikel 2 lid 1 sub e VPB:
 Belastingplichtig voor zover een onderneming wordt gedreven: enkel het ondernemingsvermogen
belast met VPB
- Gevolg van onderscheid:
 BV die belegt, wordt anders behandeld dan stichtingen die belegt. Dit is in strijd met
rechtsvormneutraliteit. Vermogensetikettering enkel vrijwel onmogelijk bij BV, dus uit pragmatische
overwegingen.
- Artikel 2 lid 3 VPB: uitbreiding belastingplicht voor omgekeerde hybrides (ATAD2)
- Artikel 2 lid 4 VPB: fictie voor ‘open’ FGR (vergelijkbaar met fictie van lid 6)
- Artikel 2 lid 5 VPB – vestigingsplaatsfictie:
 Doelstelling: geen eindafrekening bij zetelverplaatsing van NL-vennootschap uit NL i.v.m. oorlog
 Voordeel: gaat zwevend vermogen tegen dat bij zetelverplaatsing naar niet-verdragsland ontstaat
 Kritiek:
 Treaty shopping: substanceloze houdstermaatschappijen (brievenbusmaatschappijen)
kunnen verdragsvoordelen en toepassing van richtlijnen ‘kopen’
 Emigratie naar derde-land zonder belastingverdrag = geen exitheffing
 Emigratie naar land met belastingverdrag = wel exitheffing
 Alternatief:
 Oprichtingsfictie handhaven, maar uitsluiten voor verdragssituaties en toepassing van
richtlijnen. Nog niet gebeurt, omdat EU-recht verdragsvoordelen al uitsluit voor
houdstermaatschappijen die als enige doel hebben om verdragsvoordelen te verkrijgen
- Artikel 2 lid 10 VPB – culturele instellingen:
 Indien sprake is van een culturele instelling, kan inspecteur onder voorwaarden én op verzoek
toestaan dat het lichaam wordt geacht een onderneming te drijven m.b.v. zijn gehele vermogen
(opteren integrale belastingplicht)
 Culturele instelling: indien instelling zich voor 90% of meer bezighoudt met culturele activiteiten

Artikel 3 VPB – Buitenlandse belastingplichtigen
- Niet in Nederland gevestigd
- Nederlands inkomen genieten – artikel 17 lid 3 VPB (heffingsobject):
- Sub a: winst uit NL-onderneming
 Vaste inrichting/vaste vertegenwoordiger
 Indien verdrag: definitie VI/VV conform definitie belastingverdrag (artikel 3 lid 4 sub a VPB)
 Indien geen verdrag: definitie VI/VV conform OESO (artikel 3 lid 4 sub b VPB)
 Artikel 17a VPB: tot een NL-onderneming wordt gerekend…
- Sub b: inkomen uit aanmerkelijk belang
 Subjectieve toets: met als doel ontgaan van IB bij een ander (wegdenkgedachte)
 Objectieve toets: kunstmatige constructie/transactie/reeks/samenstel
 Geen kunstmatige constructie, indien sprake is geldige zakelijke redenen die economische
realiteit weerspiegelen (artikel 17 lid 5 VPB juncto artikel 2d UB VPB):
o Buitenlands lichaam drijft materiële onderneming en aandelen in NL-lichaam behoort tot
het ondernemingsvermogen; of
o Buitenlands lichaam vervult een schakelfunctie en heeft voldoende substance
 Per 1 januari 2020: indien voldoende substance, dan kan de fiscus nog steeds
kunstmatigheid en ontgaansmotief aannemelijk maken
-> Deense zaken HvJ EU: substance-eisen geen “safe harbour”

, Artikel 4 VPB – Drijven van een onderneming
- Artikel 2 lid 1 sub e VPB: belastingplichtig ‘voor zover zij een onderneming drijven’
- Voorwaarden drijven van een onderneming:
 Organisatie van kapitaal en arbeid
 Deelname aan het economisch verkeer
 Winst beogen en redelijkerwijs te verwachten
 BNB 1988/269: geen VPB-plicht voor lichamen met structurele verliezen
 BNB 1987/188: bij regelmatig exploitatieoverschotten, dan winstgevend en VPB-plichtig
- Artikel 4 VPB – concurrentiecriterium: indien winstoogmerk niet aanwezig is, maar wel in concurrentie
wordt getreden alsnog VPB-plichtig

Artikel 5 VPB – Subjectieve vrijstellingen

Artikel 6 VPB – Vrijstelling voor bepaalde stichtingen en verenigingen
- Subjectieve vrijstelling: lid 1: voorwaarden winst
- Lid 3: op verzoek geen vrijstelling, dus wél VPB-plichtig
- Stel: stichting/vereniging bestaat nog geen vijf jaren: vrijstelling zolang totaalwinst € 75.000 niet
overschrijdt. Wordt grens na 5 ondernemingsjaren alsnog overschreden, dan alsnog heffen over gehele
jaarwinst van jaren waarin € 15.000 jaarwinst werd overschreden. Indien onderneming binnen 5 jaren
staakt, pro rata berekening en dus alsnog heffen over jaren waarin jaarwinst hoger was dan € 15.000.

Artikel 9 VPB – Andere van de winst aftrekbare kosten
- Artikel 9 lid 1 sub h VPB – vrijwilligersaftrek: fictieve aftrekpost: u mag tot aan minimumloon aftrek
nemen, terwijl vrijwilligers niet worden betaald

Artikel 9a VPB – Fondswerversaftrek
- Er moet sprake zijn van een ANBI
- De vereniging moet een fondswerver zijn
 Art. 9a lid 2 sub b VPB: moet sprake zijn van kenbaar fondswervende activiteiten en bij die
activiteiten moet sprake zijn van vrijwilligers én alles moet ten goede komen aan ANBI

Artikel 12 VPB – Bestedingsreserve

Subjectieve VPB-plicht: gebaseerd op 2 criteria: rechtspersoonlijkheid en vrije overdraagbaarheid

Knelpunten subjectieve VPB-plicht:
1. Onderscheid criteria binnenlandse belastingplicht
- Criterium van vrije overdraagbaarheid leidt tot veel internationale mismatches (NL is uniek bij
hanteren van dit criterium)
- Criterium van rechtspersoonlijkheid komt verder onder druk te staan bij invoering nieuw
personenvennootschapsrecht (zie consultatie Modernisering personenvennootschapsrecht)
2. Verschil subjecten binnenlandse en buitenlandse VPB-plicht
- Hoewel grondslagen idem en classificatie ook idem: opsomming tussen binnenlandse (art. 2) en
buitenlandse (art. 3) van subjectief belastingplichtige lichamen niet identiek
- Deze verschillen kunnen fricties opleveren bij wetstoepassing
- Oplossing: wettelijke stroomlijning van beide opsommingen: bijv. verwijzing in art. 3 naar lichamen
genoemd in art. 2 “en vergelijkbare naar buitenlands recht opgerichte lichamen” en toevoeging van
begrip “doelvermogen” aan art. 2
3. Verschil in behandeling beperkt en onbeperkt belastingplichtigen
- Beperkt belastingplichtige lichamen zijn slechts VPB-plichtig, indien en voor zover zij een
onderneming drijven -> is verschil met onbeperkt belastingplichtige lichamen te rechtvaardigen?
4. Oprichtingsfictie art. 2 lid 5 Wet VPB 1969
- Oorspronkelijke doel van bepaling wordt niet bereikt
- Bepaling leidt tot complexe “dual resident”-situatie en faciliteert treaty shopping
5. Ondernemingsfictie art. 2 lid 6 Wet VPB 1969
- Relatie met verschil beperkt – onbeperkt belastingplichtige lichamen; Is dit te rechtvaardigen?
- Vanuit grondslagen VPB logischer om beleggingen buiten VPB te houden
- Alternatief: fictief rendement over beleggingsopbrengsten belasten in box 2
$8.98
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
LawStudentTilburgUniversity Tilburg University
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
138
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
92
Documentos
33
Última venta
3 semanas hace

3.7

10 reseñas

5
4
4
3
3
1
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes