1.1 waarover gaat natuur- en techniekonderwijs?
Natuur en techniekonderwijs gaat over de hele ons omringende materiële werkelijkheid.
Naast dat kennisinhoud ,dus feiten en inzichten, heel belangrijk is, is de manier van werken net zo
belangrijk kinderen moeten zelf ontdekkend en ontwerpend bezig zijn.
Natuur- en techniek onderwijs is een breed inhoudsgebied met vele aandachtsgebieden. De
projectgroep Natuur- en techniekonderwijs op de basisschool (pgNOB) heeft een leerplanvoorstel
ontwikkeld met daarin 7 domeinen of aandachtsgebieden voor natuur- en techniekonderwijs.
De zeven aandachtsgebieden zijn:
1. Dieren
2. Planten
3. Eigen lichaam
4. Weer en seizoenen
5. Omgeving
6. Materialen en voorwerpen
7. Verschijnselen uit natuur en techniek.
Zie in natuur en technike het NOB-schema op bladzijnde 21
Om de kinderen echt iets te kunnen leren is het handig om een doorgaande leerlijn te creeren.
De pgNOB heeft op basis van de bovenstaande aandachtsgebieden een leerplanvoorstel ontwikkeld
om scholen meer houvast te bieden.
Om te kiezen welke stof er behandeld moet worden volgens het pgNOB zijn ze uitgegaan van de
volgende uitgangspunten:
- De leerstof moet gekozen worden uit de alledaagse dingen en organismen: de materiële
werkelijkheid.
- De leerstof moet praktisch uitvoerbaar zijn in de klas
- De leerstof moet leerlingen uitdagen en stimuleren tot onderzoek, oplossen van (technische)
problemen en andere activiteiten op hun eigen niveau
- De leerstof moet bijdragen aan de ontwikkeling van een zorgzame en verantwoorde houding
tegenover mens, dier en omgeving.
Zie bladzijde 23 voor het schema
1.2 Leren door doen
Veel kleine kinderen willen alles in hun mond stoppen, omdat hun lippen het gevoeligste
tastinstrument is dat ze op dat moment hebben.
Door de interactie met de omgeving ontwikkelt elk kind een samenhangend geheel van begrippen en
inzichten. De ontwikkeling hiervan is geen passief proces dat vanzelf gaat. de activiteit van het kind is
hierin heel belangrijk
Kinderen gaan van nature al exploderen dit begint al in de box. Als ze gaan kruipen exploreren zij hun
omgeving met al hun zintuigen: voelen, kijken, luisteren, ruiken en proeven. Door dit te doen
probeert een kind grip te krijgen op zijn omgeving en daaraan betekenis te geven. dit is
onderzoekend leren.
De denkontwikkeling van een kind verloopt in verschillende stadia.
Iets nieuws leren kan alleen maar op basis van wat je al weet. Leren is eigenlijk het actief construeren
en veranderen van denkmodellen. Dit noemen ze ook wel constructivisme.
Wanneer er dus nieuwe kennis binnenkomt wordt dit gekoppeld aan de bestaande kennis hierdoor
bouw je dus verder aan je cognitieve structuur.