Begrippenlijst ontmoetingen met je brein
Begrip Definitie
Kennismaking met het olod en belangrijke concepten
Adaptatie De wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van
zijn leefomstandigheden.
Neurofylogenese Bestudeerd de ontwikkeling van het zenuwstelsel met zijn hersenen over
generaties heen.
Antropogenese Studie van (de wetenschap van) het ontstaan van de mens.
Bipedalisme Tweebenigheid/tweevoetigheid.
EQ Ecephalisatie-quotiënt.
Neuraxis Imaginaire lijn die loopt door de ruggengraat.
Anterieur Aan de voorkant van het gezicht.
Posterieur Aan de onderkant van de schedel.
Lateraal Buitenkant hersenen.
Mediaal Binnenkant hersenen.
Ipsilateraal Aan dezelfde kant van het lichaam.
Contralateraal Aan de andere kant van het lichaam.
Neuroplasticiteit Het vermogen van de hersenen om zich aan te passen.
BDNF Brain-derived neurotrophic factor/zenuwcelstimulerende factor.
1
, Concepten en categorieën
Langetermijngeheugen Deze vorm van geheugen zorgt voor een langdurige opslag van informatie.
Dit kunnen vaardigheden zijn, maar ook feitenkennis of herinneringen.
Zintuiglijk geheugen Deze vorm van geheugen is gelegen in de hersenschors. Het betreft alles
wat je ziet, proeft, hoort, ruikt of voelt.
Kortetermijngeheugen Deze vorm van geheugen zorgt voor een tijdelijke opslag van recente
informatie zoals een boodschappenlijstje of telefoonnummer.
Zintuiglijke invoer Hetgeen we zien, ruiken, voelen, proeven, horen.
Reterograde amnesie Type geheugenverlies waarbij geen oude herinneringen meer opgehaald
kunnen worden.
Anterograde amnesie Type geheugenverlies waarbij er geen nieuwe herinneringen meer
aangemaakt kunnen worden, maar oude herinneringen wel bewaard
blijven.
(Tijdelijk) Globale amnesie Zowel retrograde als anterograde amnesie.
Onthouden - Leren van informatie.
- Info van het korte- naar het langetermijngeheugen brengen.
Bewaren - Bewaren van informatie.
- Geheugenspoor vormen.
- Info oproepen uit het langetermijngeheugen.
Oproepen Ophalen van geheugeninformatie.
Dual coding theory Items worden beter onthouden wanneer ze zowel verbaal als visueel
worden gecodeerd.
Herrineringscues Bepaalde stimulus die wordt gebruikt om een herinnering in het bewustzijn
terug te brengen of om gedrag te activeren.
Tip of the tongue effect Wanneer de juiste ophaalcue ontbreekt.
Concepten De mentale representatie van objecten, gebeurtenissen en abstracte
ideeën.
Categorie Groep van concepten met gelijkaardige kenmerken.
Netwerk Verbindingen tussen categorieën en concepten.
Conceptuele kennis Kennis om objecten en gebeurtenissen te herkennen en conclusies te
trekken over hun eigenschappen.
Juist- fout effect Juiste items worden sneller beantwoord dan valse items.
Typiciteitseffect Reactietijd is korter wanneer het een typisch lid is van een categorie.
2
Begrip Definitie
Kennismaking met het olod en belangrijke concepten
Adaptatie De wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van
zijn leefomstandigheden.
Neurofylogenese Bestudeerd de ontwikkeling van het zenuwstelsel met zijn hersenen over
generaties heen.
Antropogenese Studie van (de wetenschap van) het ontstaan van de mens.
Bipedalisme Tweebenigheid/tweevoetigheid.
EQ Ecephalisatie-quotiënt.
Neuraxis Imaginaire lijn die loopt door de ruggengraat.
Anterieur Aan de voorkant van het gezicht.
Posterieur Aan de onderkant van de schedel.
Lateraal Buitenkant hersenen.
Mediaal Binnenkant hersenen.
Ipsilateraal Aan dezelfde kant van het lichaam.
Contralateraal Aan de andere kant van het lichaam.
Neuroplasticiteit Het vermogen van de hersenen om zich aan te passen.
BDNF Brain-derived neurotrophic factor/zenuwcelstimulerende factor.
1
, Concepten en categorieën
Langetermijngeheugen Deze vorm van geheugen zorgt voor een langdurige opslag van informatie.
Dit kunnen vaardigheden zijn, maar ook feitenkennis of herinneringen.
Zintuiglijk geheugen Deze vorm van geheugen is gelegen in de hersenschors. Het betreft alles
wat je ziet, proeft, hoort, ruikt of voelt.
Kortetermijngeheugen Deze vorm van geheugen zorgt voor een tijdelijke opslag van recente
informatie zoals een boodschappenlijstje of telefoonnummer.
Zintuiglijke invoer Hetgeen we zien, ruiken, voelen, proeven, horen.
Reterograde amnesie Type geheugenverlies waarbij geen oude herinneringen meer opgehaald
kunnen worden.
Anterograde amnesie Type geheugenverlies waarbij er geen nieuwe herinneringen meer
aangemaakt kunnen worden, maar oude herinneringen wel bewaard
blijven.
(Tijdelijk) Globale amnesie Zowel retrograde als anterograde amnesie.
Onthouden - Leren van informatie.
- Info van het korte- naar het langetermijngeheugen brengen.
Bewaren - Bewaren van informatie.
- Geheugenspoor vormen.
- Info oproepen uit het langetermijngeheugen.
Oproepen Ophalen van geheugeninformatie.
Dual coding theory Items worden beter onthouden wanneer ze zowel verbaal als visueel
worden gecodeerd.
Herrineringscues Bepaalde stimulus die wordt gebruikt om een herinnering in het bewustzijn
terug te brengen of om gedrag te activeren.
Tip of the tongue effect Wanneer de juiste ophaalcue ontbreekt.
Concepten De mentale representatie van objecten, gebeurtenissen en abstracte
ideeën.
Categorie Groep van concepten met gelijkaardige kenmerken.
Netwerk Verbindingen tussen categorieën en concepten.
Conceptuele kennis Kennis om objecten en gebeurtenissen te herkennen en conclusies te
trekken over hun eigenschappen.
Juist- fout effect Juiste items worden sneller beantwoord dan valse items.
Typiciteitseffect Reactietijd is korter wanneer het een typisch lid is van een categorie.
2