Kennistoets Levensfasen
Hoorcollege 1: Normale groei & degeneratie.........................................................................................2
Hoorcollege 2: pathologie bij kinderen & adolescenten.........................................................................7
Werkcollege 1: wetenschap reproduceerbaarheid en validiteit...........................................................11
Hoorcollege 3: centraal zenuwstelsel & ontwikkeling..........................................................................13
Hoorcollege 4: Motorische ontwikkeling en motorisch leren in levensfasen.......................................18
Werkcollege 2 Gedrag 1: Communicatie..............................................................................................22
Hoorcollege 5: Belasting en belastbaarheid bij volwassenen...............................................................26
Hoorcollege 6: fysiologie van stress......................................................................................................28
Hoorcollege 7: Neuroplasticiteit en leren.............................................................................................36
Hoorcollege 8: Fysiologie van pijn - nociplastische pijn........................................................................47
Werkcollege 4 Wetenschap: Diagnostische waarde test......................................................................55
Hoorcollege 9: Krachtig Ouder worden................................................................................................60
Hoorcollege 10: Artrose: verdieping en richtlijn voor onderzoek en behandeling...............................66
Werkcollege 5 Zelfstudie: Wetenschap 3 – Responsiviteit...................................................................76
Hoorcollege 11: Vallen bij ouderen......................................................................................................78
Werkcollege 6 Richtlijnen en beweegprogramma’s.............................................................................85
Hoorcollege 12: Fysieke Performance bij ouderen...............................................................................87
Life events als gele vlag........................................................................................................................90
,Hoorcollege 1: Normale groei & degeneratie
De student kan:
Uitleggen op welke manier veranderingen optreden tijdens lichaamsgroei en welke rol
hormonen daarbij spelen.
Uitleggen welke veranderingen in het lichaam optreden bij veroudering en welke
fysiologische processen een rol spelen m.b.t. hormonen, cellen, bloedsomloop, ademhaling,
houdings- en bewegingsapparaat, zenuwstelsel en vegetatieve functies.
Uitleggen welke invloed leefstijl en omgeving op verouderingsprocessen hebben.
Uitleggen op welke manier veranderingen optreden tijdens lichaamsgroei en
welke rol hormonen daarbij spelen.
Hormonen die betrokken zijn bij de groei:
Groeihormoon
Schildklierhormoon
Hormonen voor calciumhomeostase
o Parathormoon
o Calcitonine
o Vitamine D
Geslachtshormonen
Groeihormonen
Groeihormoon (GH of somatotroop hormoon) wordt niet alleen tijdens
de jeugdjaren, maar gedurende het hele leven geproduceerd in de
hypofyse (voorkwab).
2 hormonen uit de hypothalamus regelen de afgifte:
1. Een stimulerend hormoon (GH-releasing hormone GHRH)
2. Een remmend hormoon (GH-inhibiting hormone GHIH)
Groeihormoon heeft een overwegend anabool effect op vet- en koolhydraatstofwisseling. Het wordt
vooral snachts afgescheiden en verstrekt de trofotrope processen tijdens slaap. Groeihormoon
beïnvloed alle weefsels maar het effect op de botgroei is het duidelijkst. Het stimuleert de productie
van somatomedine (insulin-like growth factor (IGF). Dat stimuleert de groei van botten vanuit de
groeischijven of epofysairschijven.
Regeling van het vrijkomen van schilklierhormonen
De schildklier ligt in de hals en produceert het
schilklierhormoon thyroxine. Afgifte van thyroxine wordt
geregeld vanuit de hypothalamus:
De hypothalamus geeft een hormoon af dat de
hypofyse stimuleert: thyroropin-releasing hormone
(TRH)
De hypofyse (voorkwab) scheidt een hormoon af
dat vervolgens de schildklier stimuleert:
thyroïdstimulerend hormoon (TSH)
De schilklier geeft thyroxine af
TRH= thyrotropin-releasing hormone
TSH= thyroïd stimulerendhormoon
,Schilklierhormoon stimuleert de stofwisseling in bijna alle organen en het bepaalt zo de basale
stofwisseling. Ook stimuleert het de groei.
Een tekort aan schilklierhormoon heet hypothyreoïdie. Hypothyreoïdie kan ontstaan door een
jodium gebrek.
Een overmaat aan schildklierhormoon heet hyperthyreoïde.
Calciumhomeostase
3 hormonen zorgen voor de calciumhomeostase:
1. Parathormoon (PTH) uit de bijschildklieren
2. Calcitonine uit de C-cellen in de schilklier
3. Een omzettingsproduct van vitamine D
Deze hormonen regelen de calciumspiegel in het bloed. Dit doen ze via het beïnvloeden van de
calciumopname in de daem, de terugresorptie van calcium in de nier en beïnvloeding van de
activiteit van botvormende cellen (osteoblasten) en bot afbrekende cellen (osteoclasten) in
botweefsel.
Bij daling van de calciumspiegel in het bloed wordt meer parathormoon afgescheiden. Bij een tekort
aan calcium kan een deel van de calciumvoorraad in het skelet tijdelijk worden gebruikt om de
calciumspiegel op peil te houden.
Calcitonine heeft een tegengestelde werking. Calcitonine remt de bot afbrekende activiteit,
waardoor botopbouw en inbouw van calcium de overhand krijgen.
Geslachtshormonen
Oestrogenen en progesteron komt bij vrouwen voor ♀
Testosteron kom bij mannen voor ♂
De geslachtsontwikkeling en het functioneren van de geslachtsorganen wordt geregeld vanuit de
hypothalamus via een reeks organen en hormonen. De achtereenvolgende organen zijn:
Hypothalamus hypofyse eierstokken/zaadballen (geslachtsklieren of gonaden)
, Uitleggen welke veranderingen in het lichaam optreden bij veroudering en welke
fysiologische processen een rol spelen m.b.t. hormonen, cellen, bloedsomloop,
ademhaling, houdings- en bewegingsapparaat, zenuwstelsel en vegetatieve
functies.
Oorzaken van veroudering
Bij veroudering is er een samenspel tussen erfelijkheid en milieu. Hoe oud een mens (m/v) kan
worden hangt af van zijn genenpakket, zijn omgeving en de manier van leven.
Erfelijkheid = voorgeprogrammeerde factoren:
Hormonale veranderingen
Antagonistische pleiotropie
Beperkt delingsvermogen van cellen
Apoptose
Milieu = omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
Mechanische slijtage
Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
Giftige stoffen (o.a. uit voedings- en genotmiddelen)
Ondervoeding
Fysieke en psychische stress
Cellulaire veroudering
Verkorting van chromosomen gedurende het leven
Hoorcollege 1: Normale groei & degeneratie.........................................................................................2
Hoorcollege 2: pathologie bij kinderen & adolescenten.........................................................................7
Werkcollege 1: wetenschap reproduceerbaarheid en validiteit...........................................................11
Hoorcollege 3: centraal zenuwstelsel & ontwikkeling..........................................................................13
Hoorcollege 4: Motorische ontwikkeling en motorisch leren in levensfasen.......................................18
Werkcollege 2 Gedrag 1: Communicatie..............................................................................................22
Hoorcollege 5: Belasting en belastbaarheid bij volwassenen...............................................................26
Hoorcollege 6: fysiologie van stress......................................................................................................28
Hoorcollege 7: Neuroplasticiteit en leren.............................................................................................36
Hoorcollege 8: Fysiologie van pijn - nociplastische pijn........................................................................47
Werkcollege 4 Wetenschap: Diagnostische waarde test......................................................................55
Hoorcollege 9: Krachtig Ouder worden................................................................................................60
Hoorcollege 10: Artrose: verdieping en richtlijn voor onderzoek en behandeling...............................66
Werkcollege 5 Zelfstudie: Wetenschap 3 – Responsiviteit...................................................................76
Hoorcollege 11: Vallen bij ouderen......................................................................................................78
Werkcollege 6 Richtlijnen en beweegprogramma’s.............................................................................85
Hoorcollege 12: Fysieke Performance bij ouderen...............................................................................87
Life events als gele vlag........................................................................................................................90
,Hoorcollege 1: Normale groei & degeneratie
De student kan:
Uitleggen op welke manier veranderingen optreden tijdens lichaamsgroei en welke rol
hormonen daarbij spelen.
Uitleggen welke veranderingen in het lichaam optreden bij veroudering en welke
fysiologische processen een rol spelen m.b.t. hormonen, cellen, bloedsomloop, ademhaling,
houdings- en bewegingsapparaat, zenuwstelsel en vegetatieve functies.
Uitleggen welke invloed leefstijl en omgeving op verouderingsprocessen hebben.
Uitleggen op welke manier veranderingen optreden tijdens lichaamsgroei en
welke rol hormonen daarbij spelen.
Hormonen die betrokken zijn bij de groei:
Groeihormoon
Schildklierhormoon
Hormonen voor calciumhomeostase
o Parathormoon
o Calcitonine
o Vitamine D
Geslachtshormonen
Groeihormonen
Groeihormoon (GH of somatotroop hormoon) wordt niet alleen tijdens
de jeugdjaren, maar gedurende het hele leven geproduceerd in de
hypofyse (voorkwab).
2 hormonen uit de hypothalamus regelen de afgifte:
1. Een stimulerend hormoon (GH-releasing hormone GHRH)
2. Een remmend hormoon (GH-inhibiting hormone GHIH)
Groeihormoon heeft een overwegend anabool effect op vet- en koolhydraatstofwisseling. Het wordt
vooral snachts afgescheiden en verstrekt de trofotrope processen tijdens slaap. Groeihormoon
beïnvloed alle weefsels maar het effect op de botgroei is het duidelijkst. Het stimuleert de productie
van somatomedine (insulin-like growth factor (IGF). Dat stimuleert de groei van botten vanuit de
groeischijven of epofysairschijven.
Regeling van het vrijkomen van schilklierhormonen
De schildklier ligt in de hals en produceert het
schilklierhormoon thyroxine. Afgifte van thyroxine wordt
geregeld vanuit de hypothalamus:
De hypothalamus geeft een hormoon af dat de
hypofyse stimuleert: thyroropin-releasing hormone
(TRH)
De hypofyse (voorkwab) scheidt een hormoon af
dat vervolgens de schildklier stimuleert:
thyroïdstimulerend hormoon (TSH)
De schilklier geeft thyroxine af
TRH= thyrotropin-releasing hormone
TSH= thyroïd stimulerendhormoon
,Schilklierhormoon stimuleert de stofwisseling in bijna alle organen en het bepaalt zo de basale
stofwisseling. Ook stimuleert het de groei.
Een tekort aan schilklierhormoon heet hypothyreoïdie. Hypothyreoïdie kan ontstaan door een
jodium gebrek.
Een overmaat aan schildklierhormoon heet hyperthyreoïde.
Calciumhomeostase
3 hormonen zorgen voor de calciumhomeostase:
1. Parathormoon (PTH) uit de bijschildklieren
2. Calcitonine uit de C-cellen in de schilklier
3. Een omzettingsproduct van vitamine D
Deze hormonen regelen de calciumspiegel in het bloed. Dit doen ze via het beïnvloeden van de
calciumopname in de daem, de terugresorptie van calcium in de nier en beïnvloeding van de
activiteit van botvormende cellen (osteoblasten) en bot afbrekende cellen (osteoclasten) in
botweefsel.
Bij daling van de calciumspiegel in het bloed wordt meer parathormoon afgescheiden. Bij een tekort
aan calcium kan een deel van de calciumvoorraad in het skelet tijdelijk worden gebruikt om de
calciumspiegel op peil te houden.
Calcitonine heeft een tegengestelde werking. Calcitonine remt de bot afbrekende activiteit,
waardoor botopbouw en inbouw van calcium de overhand krijgen.
Geslachtshormonen
Oestrogenen en progesteron komt bij vrouwen voor ♀
Testosteron kom bij mannen voor ♂
De geslachtsontwikkeling en het functioneren van de geslachtsorganen wordt geregeld vanuit de
hypothalamus via een reeks organen en hormonen. De achtereenvolgende organen zijn:
Hypothalamus hypofyse eierstokken/zaadballen (geslachtsklieren of gonaden)
, Uitleggen welke veranderingen in het lichaam optreden bij veroudering en welke
fysiologische processen een rol spelen m.b.t. hormonen, cellen, bloedsomloop,
ademhaling, houdings- en bewegingsapparaat, zenuwstelsel en vegetatieve
functies.
Oorzaken van veroudering
Bij veroudering is er een samenspel tussen erfelijkheid en milieu. Hoe oud een mens (m/v) kan
worden hangt af van zijn genenpakket, zijn omgeving en de manier van leven.
Erfelijkheid = voorgeprogrammeerde factoren:
Hormonale veranderingen
Antagonistische pleiotropie
Beperkt delingsvermogen van cellen
Apoptose
Milieu = omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
Mechanische slijtage
Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
Giftige stoffen (o.a. uit voedings- en genotmiddelen)
Ondervoeding
Fysieke en psychische stress
Cellulaire veroudering
Verkorting van chromosomen gedurende het leven