PROF. DR. KAREN PEERAER
2022 – 2023
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
HOOFDSTUK 2: OMSCHRIJVING EN DEFINITIES
1. Definities
1.1. WHO
Infertiliteit
= ziekte van het voortplantingssysteem
= ‘uitblijven van een klinische zwangerschap na 12 of meer maanden regelmatig onbeschermde coïtus.
Subfertiliteit / verminderde vruchtbaarheid
= kinderwens is niet binnen het jaar vervuld
Steriliteit / volledige onvruchtbaarheid
1.2. Belangrijke begrippen
Verminderde vruchtbaarheid = subfertiliteit / infertiliteit
= na 1 jaar kinderwens met regelmatig onbeschermde coïtus nog geen spontane zwangerschap
- Primaire subfertiliteit = vrouw is nog niet eerder zwanger geweest
- Secundaire subfertiliteit = vrouw eerder (klinisch aantoonbaar) zwanger geweest
Fecundabiliteit
= maandelijkse kans op zwanger worden (monthly fecundability rate)
➔ 25% eerste maanden, daalt omgekeerd evenredig met tijd nodig voor conceptie
➔ Max. 10% per maand na 1 jaar proberen
➔ Daalt verder met leeftijd van de vrouw (25j = 20%, 35j = 10%)
Cumulatieve kans op zwangerschap
= kans op zwangerschap na x maanden/jaren kinderwens (bvb. kans dat je na 2 jaar proberen zwanger wordt is
93%, na 6 maand proberen is dit echter 72%)
= gebaseerd op fecundabiliteit, want deze is niet elke maand exact 20%, daalt stilaan per maand.
2. Factoren van normale fertiliteit
2.1. Leeftijd
Kwaliteit van eicellen vermindert met de tijd → kans op zwangerschap daalt met leeftijd, kans op spontaan
miskraam stijgt.
Start vanaf 32 jaar, uitgesproken vanaf 35 jaar.
1
,2.2. Coitus
Tijdstip: regelmatige cyclus van 28 dagen → meest vruchtbaar tussen dag 8 en 16
Timing conceptie tijdens vruchtbare periode:
- Eisprong = 14 dagen na menstruatie
- Vruchtbaarste dag = dag voor eisprong
- Vruchtbaarste periode = 6 dagen voor – 2 dagen na eisprong
- Frequentie: 1x/2 dagen, te hoog = mogelijke daling spermakwaliteit
(foto geeft fout aan, het is reeds vanaf dag 8)
2.3. Lactactie
Geen borstvoeding = 75%: eerste postpartum cyclus → ovulatoir (dus vruchtbaar)
Wel borstvoeding, afhankelijk van frequentie borstvoeding, gemengd met flesvoeding, voeding moeder
- Eerste 6 weken:: 0%
- Week 6 – week 12: 30%
- Eerste 9 maand: 50%
3. Prevalentie van infertiliteit
WHO → ‘Infertiliteit is probleem voor volksgezondheid’
• In ontwikkelingslanden: grote secundaire infertiliteit (omw. hoge prevalentie genitale infecties)
• Onwikkelde landen: subfertiliteit bij 8 – 12% van de koppels
Belangrijke tendensen:
1. Leeftijd vrouw bij eerste kind in het Westen steeds later
2. Mannelijke vruchtbaarheid daalt mogelijks
3. Toename overgewicht / obesitas in het Westen (zowel negatief voor mannen en vrouwen)
4. Coïtusfrequentie is belangrijke factor
5. Taboe rond onvruchtbaarheid daalt
6. Steeds betere wetenschappelijke ontwikkelingen
2
, HOOFDSTUK 3: VRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN
HOOFDSTUK 4: VRUCHTBAARHEID BIJ VROUWEN
1. De menstruele cyclus
1.1. De menstruele cyclus in vier stappen
(1) De folliculaire fase (2) Eisprong (3) Luteale fase (4) Menses (zuivering
(eicel rijpt) of (baarmoeder prep voor eventuele innesteling) baarmoeder)
In ovaria: eicel groeit in follikel ovulatie Ovaria: geel lichaam ontstaat uit lege follikel
Hormonaal: oestrogeen piekt Hormonaal: progesteron piekt
Endometrium: bouwt op Endometrium: uitrijping
Doel: eisprong Einde: menses
3