MSK REVALIDATIE OL – ZIEKTELEER HEUP
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS
1. HEUPPATHOLOGIE: ONDERZOEK
Het KO verloopt volgens een bepaalde volgorde:
1. Inspectie
2. Mobiliteit
3. Musculaire testen
4. Functionele testen
5. Specifieke testen
!! eerst pijnloze testen zodat de patiënt niet al verkrampt is voor andere testen
1.1 INSPECTIE
Inspectie kan je zowel staand, stappend als liggend doen.
à stappend: paslengte, steunfaseduur, Trendelenburg-gang…
à liggend: beenlengte(verschil)
1.2 MOBILITEIT
flexie 110-120° Meting met gebogen knie!
extensie 0-15° Let op voor lordosering, doe zuiver een heupextensie.
exorotatie 40-60° Variatie door femorale ante- en retroversie.
Variatie door femorale ante- en retroversie.
à Bij meer femorale anteversie bvb is de femurschaft meer naar voor
endorotatie 30-40° gedraaid bij contact met de femurkop. Daardoor kan je van nature meer
endo-/exorotatie hebben.
Niet relevant om te vergelijken met de andere kant.
abductie 30-45°
Let op voor bekkencompensatie.
adductie 25°
Gecombineerd kan ook getest worden (flexie – endorotatie – adductie) om nog iets sensitiever te gaan
detecteren, pas wel op dat geen enkele test volledig accuraat is. Er is vaak bvb een specificiteits-
probleem. Als de endorotatie beperkt is, duidt dat vaak op een articulair probleem. Wat meer flexie-
adductie geven, zorgt voor meer pijn. Dit doet de sensitiviteit stijgen en de specificiteit dalen.
!! hoe sensitiever, hoe minder specifiek (en omgekeerd)
1.3 MUSCULAIRE TESTEN
lengte kracht palpatie
§ Adductoren § Flexie § Adductoren
§ ITB (= iliotibiale band) / TFL: § Adductie: kort en lang § Symphisis pubis –
ober § Abdominale flexie: recht en pubistakken – r. abdominis
§ Gluteus – piriformis schuin insertie
§ Psoas § Iliopsoas § Ant. Gewricht – post.
§ Abductie - extensie Gewricht
§ Iliopsoas
VERGELIJKEN MET DE ANDERE KANT OM TE ZIEN OF IETS NORMAAL IS OF NIET.
MSK REVALIDATIE OL – ZIEKTELEER HEUP 1
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS
, 1.4 SPECIFIEKE TESTEN
FABER test (Patrick sign) à flexie – abductie – exorotatie
§ Heuppathologie
§ Iliopsoas spasme
§ SIG pathologie
Je test hiermee eerder de posterieure regio, niet zo specifiek.
TRENDELENBURG test
= vraag om een been op te heffen, het bekken zal hellen naar de goede kant (= compensatie om recht
te blijven staan); bij een gezond persoon blijft het bekken gewoon recht in die situatie
* Trendelenburg-gang wijst op een slechte werking/zwakte van de bilspier (nl. heupabductoren)
waardoor het bekken opzij zakt tijdens het stappen.
LABRUMTESTEN
Een onregelmatigheid van het labrum (bvb een scheur) komt 80-90% van de tijd voor, vaak dus. Vandaar
dat een labrumscheur bvb niet zo relevant is.
1.5 AANVULLENDE TESTEN
à SIAS – ileumrotatie, LWZ-SIG, knie, neurovasculaire controle
1.6 HEUPPATHOLOGIE: BEELDVORMING
o RADIOGRAFIE: RX bekken / heup
o ECHOGRAFIE: musculotendineuze letsels, bursae; infiltratie onder echografische geleiding
o ARTHROGRAFIE
o CT-SCAN: voornamelijk fractuur detail te zien
o BOTSCINTIGRAFIE: indien RX negatief en er zijn persisterende, vage klachten is er mogelijks een
osteogene oorsprong
o NMR: bvb stressfractuur van de femurhals
• Sensitiviteit = botscintigrafie
• Specificiteit > botscintigrafie
CAVE: beoordeling labrum - sensibiliteit 30% & accuraatheid 36%
à ARTHRO-NMR: labrum: sensibiliteit en accuraatheid beiden 90%
2 MSK REVALIDATIE OL – ZIEKTELEER HEUP
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS
1. HEUPPATHOLOGIE: ONDERZOEK
Het KO verloopt volgens een bepaalde volgorde:
1. Inspectie
2. Mobiliteit
3. Musculaire testen
4. Functionele testen
5. Specifieke testen
!! eerst pijnloze testen zodat de patiënt niet al verkrampt is voor andere testen
1.1 INSPECTIE
Inspectie kan je zowel staand, stappend als liggend doen.
à stappend: paslengte, steunfaseduur, Trendelenburg-gang…
à liggend: beenlengte(verschil)
1.2 MOBILITEIT
flexie 110-120° Meting met gebogen knie!
extensie 0-15° Let op voor lordosering, doe zuiver een heupextensie.
exorotatie 40-60° Variatie door femorale ante- en retroversie.
Variatie door femorale ante- en retroversie.
à Bij meer femorale anteversie bvb is de femurschaft meer naar voor
endorotatie 30-40° gedraaid bij contact met de femurkop. Daardoor kan je van nature meer
endo-/exorotatie hebben.
Niet relevant om te vergelijken met de andere kant.
abductie 30-45°
Let op voor bekkencompensatie.
adductie 25°
Gecombineerd kan ook getest worden (flexie – endorotatie – adductie) om nog iets sensitiever te gaan
detecteren, pas wel op dat geen enkele test volledig accuraat is. Er is vaak bvb een specificiteits-
probleem. Als de endorotatie beperkt is, duidt dat vaak op een articulair probleem. Wat meer flexie-
adductie geven, zorgt voor meer pijn. Dit doet de sensitiviteit stijgen en de specificiteit dalen.
!! hoe sensitiever, hoe minder specifiek (en omgekeerd)
1.3 MUSCULAIRE TESTEN
lengte kracht palpatie
§ Adductoren § Flexie § Adductoren
§ ITB (= iliotibiale band) / TFL: § Adductie: kort en lang § Symphisis pubis –
ober § Abdominale flexie: recht en pubistakken – r. abdominis
§ Gluteus – piriformis schuin insertie
§ Psoas § Iliopsoas § Ant. Gewricht – post.
§ Abductie - extensie Gewricht
§ Iliopsoas
VERGELIJKEN MET DE ANDERE KANT OM TE ZIEN OF IETS NORMAAL IS OF NIET.
MSK REVALIDATIE OL – ZIEKTELEER HEUP 1
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS
, 1.4 SPECIFIEKE TESTEN
FABER test (Patrick sign) à flexie – abductie – exorotatie
§ Heuppathologie
§ Iliopsoas spasme
§ SIG pathologie
Je test hiermee eerder de posterieure regio, niet zo specifiek.
TRENDELENBURG test
= vraag om een been op te heffen, het bekken zal hellen naar de goede kant (= compensatie om recht
te blijven staan); bij een gezond persoon blijft het bekken gewoon recht in die situatie
* Trendelenburg-gang wijst op een slechte werking/zwakte van de bilspier (nl. heupabductoren)
waardoor het bekken opzij zakt tijdens het stappen.
LABRUMTESTEN
Een onregelmatigheid van het labrum (bvb een scheur) komt 80-90% van de tijd voor, vaak dus. Vandaar
dat een labrumscheur bvb niet zo relevant is.
1.5 AANVULLENDE TESTEN
à SIAS – ileumrotatie, LWZ-SIG, knie, neurovasculaire controle
1.6 HEUPPATHOLOGIE: BEELDVORMING
o RADIOGRAFIE: RX bekken / heup
o ECHOGRAFIE: musculotendineuze letsels, bursae; infiltratie onder echografische geleiding
o ARTHROGRAFIE
o CT-SCAN: voornamelijk fractuur detail te zien
o BOTSCINTIGRAFIE: indien RX negatief en er zijn persisterende, vage klachten is er mogelijks een
osteogene oorsprong
o NMR: bvb stressfractuur van de femurhals
• Sensitiviteit = botscintigrafie
• Specificiteit > botscintigrafie
CAVE: beoordeling labrum - sensibiliteit 30% & accuraatheid 36%
à ARTHRO-NMR: labrum: sensibiliteit en accuraatheid beiden 90%
2 MSK REVALIDATIE OL – ZIEKTELEER HEUP
REVAKI BACH -2023 KOEN PEERS