Strategie De overkoepelende rich4ng die wordt
bepaald door managers, de concurrerende
bewegingen en benaderde
bedrijfsac4viteiten die ze gebruik om
succesvol te concurreren, de presta4es te
verbeteren en het bedrijf te laten groeien.
Effec4eve strategie Producten en diensten met een hoge
klantenwaarde
Efficiente strategie Aan een lagere kostenprijs
D’Aveni’s theorie van hyperconcurren4e Een duurzaam compe44ef voordeel niet
langer houdbaar is in vele industrieën door
veranderingen in technologie,
globaliserende markten en deregulering.
Transient advantage Flexibel voordeel dat gemakkelijker maakt
om markten sneller te betreden en verlaten
Proac4eve ac4es = doelbewuste strategie (deliberate), fin
presta4es verbeteren en concuren4eel
voordeel verzekeren
Reac4eve ac4es = opkomende strategie (emergent),
onverwachte ontwikkelingen
Dynamic fit Strategie blijO afgestemd ook als externe en
interne omstandigheden wijzigen en past
zich makkelijk aan.
Strategische visie De toekoms4ge aspira4es van het
management voor het bedrijf aPakenen
aan haar stakeholders.
Behavioral integrity (walk the talk) Medewerkers en stakeholders kijken of
managers volgen wat er in de missie staat
Self-efficacy Het geloof van het eigen kunnen
Mission comprehension ambiguity Hoe meer woorden er in je strategie staan
die verkeerd geïnterpreteerd kunnen
worden, hoe minder wervend de
boodschap
Kernwaarden De overtuigingen, eigenschappen en
gedragsnormen die van werknemers
1
, worden verwacht bij het uitvoeren van de
bedrijfsac4viteiten en bij het nastreven van
haar strategische visie en missie.
Objec4ves = performan4e targets, specifieke
resultaten die management wil bereiken.
Balanced scorecard (BSC) Instrument dat vaak gebruikt wordt om een
organisa4e te helpen haar financiële
doelstellingen te bereiken door ze te
koppelen aan specifieke strategische
doelstellingen uit het bedrijfsmodel.
Strategie implementa4e Iedereen meekrijgen in je verhaal. Dit is een
zaak van de gehele organisa4e. De
organisa4edoelstellingen zouden moeten
doorgetrokken worden tot het individuele.
Weten op welke manier je job bijdraagt aan
het implementeren van de strategie.
Strategisch plan = strategische visie + missie + strategie, legt
de toekoms4ge rich4ng,
bedrijfsdoelstellingen en strategie vast.
Strategic intent Een organisa4e heeO een strategische
inten4e wanneer zij ongenadig een
ambi4euze strategische doelstelling
nastreeO, waarbij de volledige kracht van
haar middelen en cocurrerende ac4es
worden geconcentreerd op het bereiken
van dat doel.
Unitary board = Monis4sch bestuur, zowel bestuur als
outsiders
Dual board Bestaat uit managementbestuur en
ona^ankelijke adviesraad verkozen door
aandeelhouders
Partnership management Variant van dual board, ze zijn nauw
verbonden aan het regulerende en
strategisch werk.
Scenarioplanning Een gedetailleerd uitzicht op de wijze
waarop de zakelijke omgeving van een
organisa4e zich zou kunnen ontwikkelen in
de toekomst op basis van belangrijke drivers
2
bepaald door managers, de concurrerende
bewegingen en benaderde
bedrijfsac4viteiten die ze gebruik om
succesvol te concurreren, de presta4es te
verbeteren en het bedrijf te laten groeien.
Effec4eve strategie Producten en diensten met een hoge
klantenwaarde
Efficiente strategie Aan een lagere kostenprijs
D’Aveni’s theorie van hyperconcurren4e Een duurzaam compe44ef voordeel niet
langer houdbaar is in vele industrieën door
veranderingen in technologie,
globaliserende markten en deregulering.
Transient advantage Flexibel voordeel dat gemakkelijker maakt
om markten sneller te betreden en verlaten
Proac4eve ac4es = doelbewuste strategie (deliberate), fin
presta4es verbeteren en concuren4eel
voordeel verzekeren
Reac4eve ac4es = opkomende strategie (emergent),
onverwachte ontwikkelingen
Dynamic fit Strategie blijO afgestemd ook als externe en
interne omstandigheden wijzigen en past
zich makkelijk aan.
Strategische visie De toekoms4ge aspira4es van het
management voor het bedrijf aPakenen
aan haar stakeholders.
Behavioral integrity (walk the talk) Medewerkers en stakeholders kijken of
managers volgen wat er in de missie staat
Self-efficacy Het geloof van het eigen kunnen
Mission comprehension ambiguity Hoe meer woorden er in je strategie staan
die verkeerd geïnterpreteerd kunnen
worden, hoe minder wervend de
boodschap
Kernwaarden De overtuigingen, eigenschappen en
gedragsnormen die van werknemers
1
, worden verwacht bij het uitvoeren van de
bedrijfsac4viteiten en bij het nastreven van
haar strategische visie en missie.
Objec4ves = performan4e targets, specifieke
resultaten die management wil bereiken.
Balanced scorecard (BSC) Instrument dat vaak gebruikt wordt om een
organisa4e te helpen haar financiële
doelstellingen te bereiken door ze te
koppelen aan specifieke strategische
doelstellingen uit het bedrijfsmodel.
Strategie implementa4e Iedereen meekrijgen in je verhaal. Dit is een
zaak van de gehele organisa4e. De
organisa4edoelstellingen zouden moeten
doorgetrokken worden tot het individuele.
Weten op welke manier je job bijdraagt aan
het implementeren van de strategie.
Strategisch plan = strategische visie + missie + strategie, legt
de toekoms4ge rich4ng,
bedrijfsdoelstellingen en strategie vast.
Strategic intent Een organisa4e heeO een strategische
inten4e wanneer zij ongenadig een
ambi4euze strategische doelstelling
nastreeO, waarbij de volledige kracht van
haar middelen en cocurrerende ac4es
worden geconcentreerd op het bereiken
van dat doel.
Unitary board = Monis4sch bestuur, zowel bestuur als
outsiders
Dual board Bestaat uit managementbestuur en
ona^ankelijke adviesraad verkozen door
aandeelhouders
Partnership management Variant van dual board, ze zijn nauw
verbonden aan het regulerende en
strategisch werk.
Scenarioplanning Een gedetailleerd uitzicht op de wijze
waarop de zakelijke omgeving van een
organisa4e zich zou kunnen ontwikkelen in
de toekomst op basis van belangrijke drivers
2