OPEN VRAGEN
Vraag 1: Bewijs het Dorfmann-Steiner theorema.
Het bewijs volgt hier Sawyer, dat betrekking heeft op een markt met n aanbieders van een
heterogeen product.
∂πi ∂Di ∂Di ∂P−i ∂Di ∂Di ∂P−i
= Di + Pi + Pi − MCi ( + )=0
∂Pi ∂Pi ∂P−i ∂Pi ∂Pi ∂P−i ∂Pi
∂πi ∂Di ∂Di ∂A−i ∂Di ∂Di ∂A−i
= Pi + Pi − MCi ( + )−1=0
∂Ai ∂Ai ∂A−i ∂Ai ∂Ai ∂A−i ∂Ai
Eliminatie van MCi leidt tot
∂D ∂Di ∂A−i
Di ( i + )
∂Ai ∂A−i ∂Ai
=1
∂D ∂Di ∂P−i
− i−
∂Pi ∂P−i ∂Pi
Waaruit
Ai ∂Di A−i ∂Di Ai ∂A−i
Ai +
Di ∂Ai Di ∂A−i A−i ∂Ai
=
Di Pi − Pi ∂Di − P−i ∂Di Pi ∂P−i
Di ∂Pi Di ∂P−i P−i ∂Pi
εA + ε′A A
=
−εp − ε′p P
Met εA (> 0) en εP (< 0) de vraagelasticiteit t.o.v. respectievelijk de eigen advertentie-uitgaven en
prijs, ε′A en ε′P de vraagelasticiteiten t.o.v. de advertentie- en prijsbeslissingen van de concurrentie,
en A en P ‘conjuncturele’ elasticiteiten: de verwachte reactie van de concurrentie op veranderingen
in respectievelijk Ai en Pi. Het heeft geen zin dat wij meer gaan investeren in advertising als de
concurrentie dit ook gaat doen want dan gaan het effect teniet.
In geval van monopolie (en van monopolistische concurrentie, evenals in nog andere
omstandigheden) is A = P = 0 en geldt dus dat
Ai εA
=
Di Pi −εP
Of dat de advertentie-intensiteit gelijk is aan de verhouding van de advertentie- en prijselasticiteiten.
Hieruit volgt dat
Pi Di ∂Di
−εP = εA = Pi
Ai ∂Ai
Vraag 2: Bespreek het basismodel van Jensen en Meckling (agency-theory)
Jensen en Meckling gaan het gedrag van een manager die alle eigendomsrechten van een
onderneming bezit, vergelijken met haar gedrag nadat ze een deel van de eigendomsrechten
verkocht heeft.
In beide gevallen zal ze haar nut maximaliseren
Agentkosten ontstaan ten gevolge van belangenverschillen tussen de manager-eigenaar en derden,
de aandeelhouders. De manager kan zich immers nutsverhogende extra’s veroorloven (zoals ook een
lager niveau van inspanningen) waarvan het effect (in monetaire eenheden) op de waarde van de
aandelen in haar bezit lager is dan de kost ervan. De derden ondervinden enkel een invloed op de
waarde van de aandelen, welke zij in mindering brengen van de prijs die zij wensen te betalen voor
de aandelen. De manager draagt dus uiteindelijk de gevolgen van de situatie.
1