100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting motorische ontwikkeling 1.1

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
50
Subido en
01-06-2023
Escrito en
2021/2022

Samenvatting van 50 pagina's voor het vak Motorische Ontwikkeling aan de Odisee

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
1 de junio de 2023
Número de páginas
50
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

H2: bewegingsonderwijs; bewegingsmoment- en
tussendoortje
2.1. Wat is een goed bewegingsonderwijs en waarom is het nodig?
= het kind als totale persoon begrijpen en aanspreken via bewegingsactiviteiten met als doel
ontwikkeling op gang te brengen
 totaalontwikkeling staat op eerste plaats, bewegingsopvoeding krijgt overal een belangrijke plaats
 verschillende invalshoeken: motorische, biologische, neurologische, psychologische
Tegelijk een doel en een middel: kinderen leren beter bewegen en kunnen via bewegen ook breed
ontwikkelen binnen verschillende perspectieven

2.1.1. Doelen van bewegingsopvoeding in het basisonderwijs
Decretale ontwikkelingsdoelen (OD) = vanuit Vlaamse Overheid uitdagingen voor
bewegingsopvoeding geformuleerd voor kleuteronderwijs.
Centrale opdracht = taalontwikkeling

5 leergebieden:
 Lichamelijke Opvoeding (Bewegingsopvoeding)
 Taal
 Muzische Vorming
 Wiskunde
 Wereldoriëntatie

Lichamelijke Opvoeding: 3 rubrieken
1) Motorische competenties
2) Gezonde en veilige levensstijl
3) Zelfconcept en sociaal functioneren

1) Motorische competenties
Doel: groot motorische vaardigheden (lopen, springen, huppelen, sluipen)
Kls ontdekken opbouw eigen lichaam -> leren gebruiken + kennen
Oplossen bewegingsproblemen + bewegingen afstemmen op bepaalde ruimte en tijd is van
belang

2) Gezonde en veilige levensstijl
Doel: goed welbevinden op fysiek, psychisch en sociaal vlak
A. Fysieke fitheid
= matig tot intense lichamelijke inspanning te leveren
Doel: kls actief bewegen, werken aan uithouding, kracht, lenigheid en snelheid
B. Gezonde en veilige levensgewoontes:
= actief bezig zijn, inspanningen leveren vb: zweten, sneller ademen, moe zijn
Leren zo bij inspanning voldoende te drinken, als je zweet een trui aan te doen als je
stopt

3) Zelfconcept en sociaal functioneren
Gedrevenheid + motivatie = motor bij kls, zorgt voor verwerven van motorische
competenties gestimuleerd wordt

, Zelfconcept = beeld dat iemand van zichzelf heeft. Positieve ervaring/ succesvolle
bewegingservaringen + fijne reacties van individuen -> cruciaal voor kls
Bewegen zorgt contact met anderen = sociaal functioneren

2.2. Bewegingsmomenten en – tussendoortjes
Bewegingsmoment en bewegingstussendoortje
= korte onderbrekingsmomenten tijdens of na een les, aandacht doorbreekt door bewegingsactiviteit
Doel: aandacht erna weer te kunnen verscherpen
 gaat door in de klas (of aanpalende ruimte), focus: groot motorisch bewegen

 Primaire doelen:
 Bewust stilzetten en concentratie van kls gedurende enkele minuten doorbreken, daarna
weer aandacht knn richten = inspannings-ontspanningsprincipe
 Tegemoet komen aan natuurlijke interesse en natuurlijke bewegingsdrang van kls
 Bijkomende bewegingsmogelijkheden bieden + kls meer ontwikkelingskansen geven:
verschillende bewegingsvaardigheden en ontwikkelingsaspecten knn via korte
activiteiten geoefend worden

 Secundaire doelen:
 Zorgt voor kls ontspannen en geconcentreerd knn werken, motiveren kls om intensief
mee te spelen
 Kls met plezier in groep beweegt, ontwikkelt een positief lichaamsbewustzijn + krijgt
meer zelfvertrouwen
 Kan creativiteit v kls stimuleren (afhankelijk soort tussendoortje)

Verschillende manieren waaruit vertrokken w moment of tussendoortje:
 Kleuterdansjes en bewegingsliedjes
 Creatieve kleuterdans, dans en dansexpressie
 Eenvoudige dansspelletjes
 Speelse opdrachten

!! tussendoortjes niet ingebouwd worden + niet aankondigen anders geassocieerd met belonen en
straffen als ze het door hebben !!

Vergelijking tussendoortje en moment
Tussendoortje Moment
Wanneer?  Niet op voorhand gepland  Wel op voorhand gepland in dagschema
 Soepel gepland worden ifv gesteldheid kls ->  Tussen 2 concentratieactiviteiten
niet op vast moment v/d dag  Niet voor of na een speeltijd, want
 LK observeert + begeleid + inschatting speeltijd = bewegingskansen
plaatsvinden -> als kls ni kunnen
stilzitten/zwijgen
Hoelang? 5 min 15 min
Waar? In de klas of in de gang (verplaatsingstijd = kort!!) In de klas, aanpalende gang/ruimte vb: leeg
klaslokaal
(weinig verplaatsing!!)
Wat?  Zeer eenvoudig/ gekende opdracht of spel  Complexer/ minder of niet gekend spel
 Aanbod vraagt weinig voorbereiding  Aanbod dergelijke voorberiding en
 Aanbod weinig uitleg nodig is uitwerking (= verloop/ opbouw in

, stappen)
Voorbeelden bewegingstussendoortjes
jongste kleuters:
 Lichaam: Doe mij na – Doe wat ik zeg
LK klopt op verschillende lichaamsdelen traag – vlug  kls doen na
LK benoemt een lichaamsdeel  kls kloppen met ½ handen op dit lichaamsdeel

Oudste kleuters:
 Kleuren: rood en groen
LK toont groene kleur  kls stappen rond
LK toont rode kleur  kls stoppen onmiddellijk
+ variatie in bewegingsvormen: huppelen, kruipen, sluipen, springen

Voorbeelden bewegingsmoment
Ontwikkelingskans: ‘snel reageren’ focus: reactiesnelheid
Kls kunnen met eenvoudig bewegingsantwoord snel reageren op auditief, visueel en tactiele signalen

Jongste kleuters:
 Kls staan naast elkaar op lijn/touw (of voor elke kl een touwtje) en gaan heel snel staan waar
LK het zegt: voor – achter – op lijn/touw
 Kls stappen/ springen rond door de klas
Op signaal: snel op, achter, voor lijn/ touw staan

Oudste kleuters: elke plaats met een geluid verbinden (= reactie op auditieve prikkel)
 Klappen in handen = voor lijn/touw staan
 Stampen met voeten = achter lijn/ touw staan
 Knippen met vingers = op lijn/touw staan


H3: Spelen
3.1. Wat is spelen?
Spelen = meest natuurlijke vorm van bewegen en vertoont volgende kenmerken:


 Speelervaringen opdoen:
 Zich uitleven  zorgt voor spelbeleving
 Volledig erin opgaan
 Doen alsof
 Plezier beleven, fantaseren, experimenteren
 Omgaan met vrijheid
 Spelen is ongedwongen
 Het kind bepaalt zelf wat, waar, waarmee, … het speelt
 Kind beslist zelf of het deelneemt of niet
 Is verwant aan exploreren, experimenteren en oefenen, maar niet identiek. Als kinderen
bewegen, wordt dit vaak als spelen gezien. Maar dat is niet correct.

,
$9.07
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
s2002

Conoce al vendedor

Seller avatar
s2002 Odisee Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
0
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
3
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes