Volledige mededinging: Er zijn veel kleine aanbieders met producten die onderling
uitwisselbaar zijn. Ze noemen dit ook wel de ideale marktvorm
Monopolie: Een producent beheerst het totale aanbod en ook de prijs
Monopolistische concurrentie: door een merkvoorkeur op te bouwen bij consumenten,
wordt men als het ware monopolist op een deel van de markt.
Oligopolievorming: enkele grote producenten brengen zwaar geadverteerde merken op de
markt, de markt wordt voor kleine producenten en nieuwkomers moeilijk te betreden
Schemata: netwerken in het geheugen van associaties met een product of merk, zoals die uit
eigen ervaringen in het verleden
Welke functies hebben merken op ons?
Gemak bij het kopen: Weet wat men kan verwachten
Instrumentele functie: eigenschappen van het merk zelf
Psychosociale functie: Expressieve functie > identificatie
Impressieve functie > goed gevoel geven
Gescheiden merken: elk product binnen het merk krijgt een andere merknaam. Bijvoorbeeld
bij Unilever, daar heb je Calvé, Unox etc.
Paraplumerk: een merk die 1 merknaam heeft voor meerdere producten zoals philips
Informationele positionering: De voordelen van het gebruik van een merk worden
verbonden met de functionele eigenschappen van het product
Transformationele positionering: Wordt ook wel imago- of levensstijlpositionering genoemd.
Hierbij wordt de behoefte aan een bepaalde levensstijl of eindwaarde gekoppeld aan de
merknaam.
Tweezijdige positionering: de functionele producteigenschappen worden zowel met
productvoordelen als met de waarden van de consument verbonden
Uitvoeringspositionering: een positionering vanuit de executie of uitvoering van de
campagne. Wordt vaak gekozen in sterk concurrerende markten
4 factoren die het merkimago beïnvloeden:
1. Marketingcommunicatie
2. Overige marketinginstrumenten
3. Eigen ervaringen met het merk
4. Beïnvloeding van anderen
Synergie: De mate waarin een geïntegreerde aanpak tot een meerwaarde leidt in vergelijking
tot het ongecoördineerd uitvoeren van de verschillende activiteiten
Corporate communicatie: Het gaat om de onderneming of organisatie als geheel
Marketingcommunicatie: Het gaat om de merken, producten en diensten van de
onderneming
Investor relations: corporate communicatie in de financiële wereld omvat de contacten met
aandeelhouders, beleggers, beleggingsanalisten, financiële pers, banken en andere
financiële groepen.
Public affairs: de communicatie met lokale, nationale en supranationale overheden
Prospect: potentiële klant
Propaganda: het overbrengen van ideeën, met name op politiek en cultureel gebied.
Promotie: tijdelijke verbetering van de prijs-waardeverhouding van een product met als doel
extra verkoop
Irritaties reclame: