Hoofdstuk 4
Steekproef
Een deelverzameling van objecten uit een p opulatie, op grond waarvan uitspraken worden
teekproefkader: d
gedaan die voor die populatie geldend zijn. S e administratie van objecten
dat gebruikt kan worden voor het aantrekken van de steekproef.
Dekking van de steekproef, onderdekking : i n het steekproefkader ontbreken objecten,
waardoor de steekproef geen representatieve afspiegeling is van de populatie.
Overdekking : in het steekproefkader zijn objecten aanwezig die daar niet in thuishoren,
waardoor de steekproef geen representatieve afspiegeling is van de populatie.
Kwaliteit van steekproef
Representativiteit: in welke mate is de samenstelling van de steekproef een getrouwe
afspiegeling van de samenstelling van de populatie?
Aselectiviteit: bij het trekken van een steekproef vindt geen bewuste of onbewuste
selectie plaats van objecten uit de populatie.
Zelfselectie: non-response doordat bepaalde objecten worden uitgesloten bij het
trekken van een steekproef.
Omvang van de steekproef: het aantal getrokken objecten is geen maatstaf voor
representativiteit.Steekproefmethoden
1 Aselecte steekproef: de steekproef wordt getrokken op basis van puur toeval, waarbij elk
object in de populatie een even grote kans heeft om in de steekproef te komen.
- Volledige aselecte steekproef : alles wordt aan het toeval overgelaten.
- Systematische aselecte steekproef: tussen de getrokken objecten is een constant
interval aanwezig.
2 Gestratificeerde steekproef: steekproef waarbij de waarden van bepaalde variabelen in
een van tevoren bepaalde verhouding voorkomen. Binnen een stratum wordt random
getrokken
3 Quotasteekproef: hetzelfde als een gestratificeerde steekproef, maar nu vindt de trekking
plaats naar eigen inzicht. (min of meer selecte steekproef)
4 Gelegenheidssteekproef: steekproef waarbij de trekking plaatsvindt op grond van het
gemak waarmee de objecten voorhanden zijn. Gemakssteekproef toevallig voorhanden.
5 Sneeuwbalsteekproef: trekking vindt plaats op grond van eigenschap van objecten dat ze
onderling contact hebben. Enkele willekeurige personen uit de populatie te beginnen om aan
hen de namen te vragen van andere die tot de populatie behoren ( zoals cocaineverslaafde,
duivenhouders enz.) hier is nou eenmaal geen register van.
6 Getrapte steekproef: bij een grote omvang van de populatie is het aan te raden om eerst
een trekking te doen van een aantal deelverzamelingen uit de populatie, om vervolgens
vanuit elke deelverzameling de objecten te selecteren voor de steekproef. De steekproef
fase gebeurt in 2 of meer fasen!
Dit doet zich voor indien voor een onderzoek twee of meer steekproeven nodig zijn.
Afhankelijke steekproeven: e lke object of waarneming in de ene steekproef is gekoppeld
aan een object of waarneming in de andere steekproef. Even groot !
Onafhankelijke steekproeven: H oeve niet evengroot te zijn !
Steekproef
Een deelverzameling van objecten uit een p opulatie, op grond waarvan uitspraken worden
teekproefkader: d
gedaan die voor die populatie geldend zijn. S e administratie van objecten
dat gebruikt kan worden voor het aantrekken van de steekproef.
Dekking van de steekproef, onderdekking : i n het steekproefkader ontbreken objecten,
waardoor de steekproef geen representatieve afspiegeling is van de populatie.
Overdekking : in het steekproefkader zijn objecten aanwezig die daar niet in thuishoren,
waardoor de steekproef geen representatieve afspiegeling is van de populatie.
Kwaliteit van steekproef
Representativiteit: in welke mate is de samenstelling van de steekproef een getrouwe
afspiegeling van de samenstelling van de populatie?
Aselectiviteit: bij het trekken van een steekproef vindt geen bewuste of onbewuste
selectie plaats van objecten uit de populatie.
Zelfselectie: non-response doordat bepaalde objecten worden uitgesloten bij het
trekken van een steekproef.
Omvang van de steekproef: het aantal getrokken objecten is geen maatstaf voor
representativiteit.Steekproefmethoden
1 Aselecte steekproef: de steekproef wordt getrokken op basis van puur toeval, waarbij elk
object in de populatie een even grote kans heeft om in de steekproef te komen.
- Volledige aselecte steekproef : alles wordt aan het toeval overgelaten.
- Systematische aselecte steekproef: tussen de getrokken objecten is een constant
interval aanwezig.
2 Gestratificeerde steekproef: steekproef waarbij de waarden van bepaalde variabelen in
een van tevoren bepaalde verhouding voorkomen. Binnen een stratum wordt random
getrokken
3 Quotasteekproef: hetzelfde als een gestratificeerde steekproef, maar nu vindt de trekking
plaats naar eigen inzicht. (min of meer selecte steekproef)
4 Gelegenheidssteekproef: steekproef waarbij de trekking plaatsvindt op grond van het
gemak waarmee de objecten voorhanden zijn. Gemakssteekproef toevallig voorhanden.
5 Sneeuwbalsteekproef: trekking vindt plaats op grond van eigenschap van objecten dat ze
onderling contact hebben. Enkele willekeurige personen uit de populatie te beginnen om aan
hen de namen te vragen van andere die tot de populatie behoren ( zoals cocaineverslaafde,
duivenhouders enz.) hier is nou eenmaal geen register van.
6 Getrapte steekproef: bij een grote omvang van de populatie is het aan te raden om eerst
een trekking te doen van een aantal deelverzamelingen uit de populatie, om vervolgens
vanuit elke deelverzameling de objecten te selecteren voor de steekproef. De steekproef
fase gebeurt in 2 of meer fasen!
Dit doet zich voor indien voor een onderzoek twee of meer steekproeven nodig zijn.
Afhankelijke steekproeven: e lke object of waarneming in de ene steekproef is gekoppeld
aan een object of waarneming in de andere steekproef. Even groot !
Onafhankelijke steekproeven: H oeve niet evengroot te zijn !