Stressor- en traumagerelateerde stoornissen
= ongepaste reactie op een duidelijke stressor, die zich kenmerkt door belemmeringen in het functioneren of emotionele distress die groter is dan verwacht mag worden.
Bv. Bij verkeersongeval (fysieke trauma) of breuk in een relatie (geen fysieke trauma)
• Belemmeringen in functioneren
• Komt tot uiten binnen 3 maanden na stressor en duur max. 6 maanden => indien langer: diagnose aanpassen
• Ernstige emotionele klachten dan verwacht
• Diagnose wanneer niet wordt voldaan aan criteria van andere stoornis bv. Depressie of angststoornis
• Reactie op stressor is normaal => bij belemmering van functioneren zoals sociale contacten vermijden is het afwijkend 4
Acute stressstoornis (ASS)
Traumatische stressstoornissen
= reactie op traumatiserende stress die optreedt van drie dagen tot een maand na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis.
Bv. Confrontatie met de dood of verkrachting
• Acuut = voorbijgaande stoornis na trauma
• Acute maladaptieve reactie
• ≈ PTSS maar duurt max. 4 weken
• Gevoel om afgescheiden te zijn van omgeving of zichzelf
• Verschillende symptomen bv flashbacks, dissociatie, slaapproblemen… 4
Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
Traumatische stressstoornissen
= langdurige (=langer dan een maand) ongepaste reactie op een traumatiserende gebeurtenis
• Kan heel lang na traumatische ervaring ter uiting komen en kan lang duren (≠ ASS)
• Persisterende maladaptieve reactie
• Komt in alle culturen voor, elke cultuur gaat anders om met trauma
• Met hevige emoties reageren bv. Hulpeloosheid of afschuw
• > 4
,Paniekstoornis
= angststoornis die zich kenmerkt door terugkerende episodes van intense angst of paniek.
• Sterkere lichamelijk component dan andere angststoornissen
• Herhaalde, onverwachte paniekaanvallen (=plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten piek bereikt)
• Min. 1 paniekaanval moet gevolgd worden door: 1 maand lang angst voor volgende aanval of significante maladaptieve veranderingen in het gedrag
• Gevoel van dreigend gevaar
• Contoleverlies
• Gevoel van vluchten -> als dit niet lukt: freeze-reactie
• Mogelijk om te associëren met cues of situaties bv. Aanval op trein gehad en vanaf dan altijd => agorafobie
• >
• Eind puberteit tot ± 30 5
Fobische stoornis
= buitensporige irrationele vrees
• Gewone gebeurtenissen bv. Lift
• Verschillende typen
• Fobicus bewust van overdreven reactie (≠ waanstoornis)
• Stoornis = angst moet zo sterk zijn dat functioneren significant negatief wordt beïnvloedt 5
Specifieke fobie
Fobische stoornis
= fobie voor een specifiek object
• Niet in verhouding tot het werkelijke gevaar dat deze objecten/situaties opleveren
• Langdurig of buitensporig
• > 5
, Sociale-angststoornis (sociale fobie)
Fobische stoornis
= buitensporige vrees voor sociale interacties of situaties
• Buitensporige angst voor negatieve beoordeling
• Bang voor vernedering of schaamte
• >
• Begin kindertijd of adolescentie 5
Agorafobie
Fobische stoornis
= buitensporige, irrationele angst voor open of openbare ruimten
• Angst panieksymptomen niet onder controle te krijgen, gene hulp te krijgen of gênant zijn
• Met paniekstoornis (-> constant bang van paniekaanval en vermijd openbare plaatsen) of zonder paniekstoornis
• >
• Einde adolescentie/begin volwassenheid 5
Obsessief-compulsieve stoornis (OCD)
= angststoornis die zich kenmerkt door terugkerende obsessies, dwang (compulsies) of beide.
• Nemen veel tijd ( > 1 uur)
• Ten koste van normale bezigheden
• Obsessie = terugkerende gedachte of beeld dat de betrokkene niet in de hand heeft -> besef hiervan behalve bij wanen
• Compulsie = zich herhalend of ritualistisch gedrag dat de betrokkene tegen zijn of haar wil blijft vertonen 5