Hoofdstuk 6: een observatie plannen: www… en meer
Starten van observatie door al te weten hoe je wilt rapporteren => zo weet je welke werkwijzen
gebruiken.
Stap 1: waarom wil ik observeren?
Wat is mijn observatiedoel en -vraag?
Welke soort observatievraag?:
• Verkennende observatievraag: brede, open vraag, vrij observeren
Bv. Hoe ziet de typische dag van deze bejaarde man eruit?
• Beschrijvende observatievraag: voorkennis over het onderwerp en belangrijkste kenmerken
van het gedraag weergeven, details.
Bv. Welke soorten probleemgedrag toont dit kind thuis?
• Vergelijkende of toetsende observatievraag: vraag naar samenhangen of verschillen tussen
personen, situaties of in de tijd.
Bv. Gedraagt Jeroen zich even sociaal angstig met bekenden als onbekenden?
(situatieverschil)
• Toetsende observatievraag: specifieke hypothese, concrete verwachtingen toetsen
Bv. Is Jeroen minder sociaal angstig in vertrouwde dan in nieuwe situaties?
Vakkennis noodzakelijk om jouw observatievraag bekwaam te formuleren en te operationaliseren!
Stap 2: wie en wat wil ik observeren?
• Afhankelijk van observatiedoel
Stap 3: hoe ga ik observeren?
Vrij observeren: zonder schema, verkennend
Systematisch observeren: op voorgaf ligt het vast wat, wanneer en hoe je gaat observeren, meestal
in een observatieschaal- of schema.
Participerend observeren: je neemt zelf volop deel aan het gebeuren of de interacties én observeert
tegelijk.
• Voorkeur: niet-participerend systematisch (consistent en doelgericht)
Stap 4: wanneer en waar ga ik observeren?
Observatie = selectie uit het gedragsuniversum
1
, Observatie – of gedragsuniversum: continue gedragsstroom die zich in de werkelijkheid afspeelt.
Gedragssample of -steekproef: selectie van gedrag die je zelf observeert
Sampling: het selecteren van gedrag uit het gedragsuniversum ter observatie.
Representatieve sample: een steekproef van waarnemingen die het doelgedrag weergeeft hoe die
werkelijk is.
Observatiesessie: periode uit het observatie-universum wanneer je het doelgedrag gericht
waarneemt.
Observatiesetting: de plaats waar je observeert.
Bepalen kwaliteit van jouw observatie
Stap 5: welk cognitief-emotionele uitdagingen?
Reactief effect: personen die weten dat je hen observeert wijzigen doorgaans hun gedrag bewust en
onbewust.
Observatoreffect: de invloed van jouw aanwezigheid als zichtbare observator op het gebeuren
waarover je informatie wilt verzamelen.
Sociaal wenselijk gedrag: een persoon laat meer (onbewust) vermeend gewenst gedrag zien, en
verondersteld ongewenst gedrag minder.
Biased viewpoint-effect: als participerend observator heb je alleen maar toegang tot een deel van de
situatie of gedrag, namelijk het deel waar je zelf aan deelneemt.
2