100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting van de nieuwste versie van Handboek Internationaal Strafrecht

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
25
Subido en
18-05-2023
Escrito en
2022/2023

Deze samenvatting betreft de voorgeschreven literatuur voor het vak Internationaal Strafrecht semester 1 Master Strafrecht van de Radboud Universiteit (RU). Door middel van het leren van deze samenvatting, het volgen van de college's en het maken van de oefenopdrachten heb ik een 7,5 gehaald

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Voorgeschreven literatuur
Subido en
18 de mayo de 2023
Número de páginas
25
Escrito en
2022/2023
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Week 1

 Internationaal strafrecht is transnationaal Sr, omdat ook de nationale voorschriften over het
bereik van de nationale strafwetten passen in de inhoud van internationaal strafrecht
 Negatief rechtsmachtconflict Sr van geen enkele staat is op het concrete feit van
toepassing maar valt wel onder nationale DO van één of meerdere staten (bv relatief
negatief= Vd kan niet worden gebracht voor de rechter van de staat en deze kent geen
verstekvonnis)
 Positief rechtsmachtconflict Sr van meerdere staten is van toepassing op concreet SF en de
betrokkenen daarbij (NL’er die in DU onder invloed rijd)
Gradaties:
1. Abstract: Twee of meer staten kunnen in abstracto een geval vervolgen volgens
hun rechtsmachtsregeling
2. Concreet: Twee of meer staten maken van bovenstaand recht concurrerend
gebruik
3. Rechtsmachtsgeschillen tussen staten dreigen, wat kan resulteren in
onacceptabele cumulatie van strafvervolging en sancties (waardoor overleg verplicht is
volgens EU-recht vooraf of achteraf)

Kompetenz-Kompetenz
 de bevoegdheid rechtsmacht vast te stellen
* Vloeit voort uit de soevereiniteit van de staat om binnen eigen territorium op zelfgekozen wijze de
rechtsorde te handhaven (interne soevereiniteit)
* Inhoudt welke gedragingen op het grondgebied zijn SF en welke SF worden in een concreet geval
vervolgd (aanvulling territorialiteitsbeginsel)
Benaderingen reikwijdte:
1. Staat is volkomen vrij zijn Sr van toepassing te verklaren op alle soorten gedragingen in binnen- en
buitenland (1855 en 1950)
2. Staat heeft vrijheid om jurisdictiebeginselen naar eigen goeddunken te formuleren, met als
uiterste grens een volkenrechtelijke verbodsnorm op in het buitenland begane SF
3. Staat mag zijn Sr slechts uitstrekken over in het buitenland gepleegde SF indien het volkenrecht
daartoe machtigt (NL lange tijd en Lotuszaak)
4. Uit literatuur en rechtsmacht lijkt een terughoudende benadering voorgestaan er moet een
verband bestaan tussen het SF en de vd waarover rechtsmacht wordt gevestigd en de staat die het
o.g.v. dat wil berechten EN er moet in het concrete geval reden zijn waarom dit wordt gedaan naast
of i.p.v. de staat met een mogelijk sterker verband (personaliteit)
* Gevestigde rechtsmacht mag de rechter in de regel niet toetsen
* Bij vestigen extraterritoriale rechtsmacht moet sprake zijn van een juist evenwicht tussen de band
met het feit en de ernst van het feit (Als band sterk is hoeft het feit minder ernstig te zijn, maar wel
zekere ernst zoals in NL minstens 8 jaar gevangenisstraf)

Kenmerken beginsel van afgeleide rechtsmacht
1. Geen zelfstandige grondslag voor rechtsmacht, maar ziet op een mogelijkheid dat de staat deze

,ontleent aan de rechtsmacht waarin een andere staat in heeft voorzien (ene staat is zaakwaarnemer
voor andere door tot vervolging over te gaan met die RM)
2. Uitdrukkelijk verzoek van de staat met originair RM, ook om Ne bis in idem te voorkomen
* Niet altijd een uitdrukkelijk verzoek, kan ook verbonden zijn aan het niet-uitleveren of
overleveren van de verdachte (basis in nationale wet)

Afgeleide rechtsmacht in NL
1. Art. 8b lid 1 Sr NL Sr kan ook van toepassing zijn op basis van een verdrag waarin de RM
uitdrukkelijk aan een staat wordt toebedeeld (MvT)
2. Art. 5.3.16 Sv een afgewezen of ontoelaatbaar verklaard verzoek om uitlevering wordt bekeken
als een ingewilligd verzoek tot strafvervolging (waarbij vervolgingsbeslissing op zelfde manier wordt
genomen als bij een ander ernstig SF)
3. Bijzonder verdrag betreffende de vervolging m.b.t. misdrijven die verband houden met neerhalen
van vlucht MH17. Getekend door Australië, België, Maleisië, Oekraïne en NL met als voorwaarde dat
alle slo. ongeacht nationaliteit mogen voegen in strafproces

Jurisprudentie
HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1471, NJ 2002/559 m.nt. N.J. Schrijver en J.M. Reijntjes
(Decembermoorden Suriname).
HR 21 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD6568, NJ 2009/108 m.nt. N. Keijzer.

Week 2

Het beschermingsbeginsel art. 4 Sr
 delicten tegen de soevereiniteit en feiten die politieke of economische fundamenten van een
staat aantasten
Kenmerken:
1. Aanvulling op het territorialiteitsbeginsel uitsluitend van toepassing is op in het buitenland
gepleegde delicten
2. Persoon van de dader doet er niet toe
3. Hoedanigheid of band met strafbaar stellende staat is niet vereist alsmede dubbele strafbaarheid
4. Negatieve werking territorialiteitsbeginsel er wordt inbreuk gemaakt op het recht van vreemde
staten om zelf te bepalen wat op hun territorium is toegestaan (dus terughoudend gebruiken)
* België heeft beperkte werking (art. 10 onder 1 en 2 VTSv) Duitsland erg ruim (§5 StGB)
Nederland:
* Bepalingen uit Sr en andere bijzondere wetten ter bescherming van nationale collectieve belangen

Het passief nationaliteitsbeginsel
 NL’er is slo. geworden in het buitenland. Nationaliteit daders is onbelangrijk, NL heeft
rechtsmacht (art. 5 Sr)
Bezwaren:
1. Dader is niet op de hoogte van nationaliteit slo. en kan verrast worden met strafbaarheid van zijn
gedraging o.b.v. vreemde wetgeving
2. Leidt vaak tot een positief rechtsmachtconflict met de staat waar het is begaan of waar de

, verdachte staatsburger van is
Toepassingsvoorwaarden:
1. Slo. had de nationaliteit op het moment dat het feit is begaan (i.v.m. legaliteits- en schuldbeginsel)
2. Het feit is ook strafbaar op de plaats waar het is begaan (anders moet vd de nationaliteit van slo.
kennen of behoorde hij die te kennen)

Het actief nationaliteitsbeginsel
 NL’er die verdachte is in het buitenland (art. 7 Sr en art. 6 Sr jo. Besluit IVER)
Vormen:
1. Absoluut de staat verbindt de werking van zijn strafwet aan alle strafbare handelingen van zijn
onderdanen ongeacht of ze buiten of binnen de landsgrenzen worden begaan (zuivere vorm)
2. Onbeperkt de nationale strafwet is van toepassing op feiten, in het buitenland gepleegd door
onderdanen, zonder dat rekening gehouden wordt met de vraag of het feit strafbaar is volgens de
wet van het land waar het plaatsvond (art. 7 lid 2 Sr)
3. Beperkt naast nationaliteit van de dader aanvullende eis dat het feit ook op de plaats waar het
begaan strafbaar is (art. 7 lid 1 Sr). Voorkomt straffeloosheid

Dubbele strafbaarheid
 alleen uitleveren voor delicten die in NL ook strafbaar zijn
* Abstract toetsen: kijken naar het delict; of concreet toetsen: was het in dit geval strafbaar?
* Bij uitlevering geldt een abstracte toetsing, maar ook een gekwalificeerde dubbele strafbaarheid: in
allebei de landen staat er een minimale straf op het SF (art. 12 EUV en 18 lid 3 onder b/c UW)
* Geldt voor uitlevering en soms bij overlevering (art. 7 OLW)
Toepassingsproblemen:
1. Feit moet t.t.v. het begaan naar het recht van de staat waar het gepleegd is strafbaar zijn
2. In hoeverre spelen de algemene voorwaarden voor strafbaarheid buiten de DO een rol bij de
beoordeling van strafbaarheid naar het recht van de staat waar het is gepleegd?
* Alleen de buitenlandse DO bekijken (abstract welke NL rechter bezigt (bv geen verjaring))
* Ook kijken naar buitenlandse vervolgingsuitsluitingsgronden (concreet)
3. Dubbele strafbaarheid niet aan de orde want NL-wet kan niet op de gedraging worden toegepast
* Art. 5 Uitleveringswet en 7 lid 2 EVOS laten wel transformatieve interpretatie toe

Nederlandse ambtenaren en militairen
Ambtenaren:
* Kan uiting van actief nationaliteitsbeginsel zijn, maar lastig want ze hebben bepaalde kwaliteit.
* Kan uiting beschermingsbeginsel zijn, want zuiverheid NL bestuursapparaat wordt beschermd.
Echter ziet slechts op beschermde belang
* Rechtsmacht grondslag (art. 8 Sr) toepassing actief personaliteitsbeginsel
Militairen:
* De staat strekt zijn strafrecht uit over gedragingen van zijn militairen in het buitenland
(volkenrechtelijk aanvaard)
* Rechtsmacht NL in art. 4 Wetboek van Militair Strafrecht
$11.62
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
mirte2612

Conoce al vendedor

Seller avatar
mirte2612 Radboud Universiteit Nijmegen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
1
Última venta
2 año hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes