WERKGROEPVRAGEN WEEK 3: VOORRANG EN ZEKERHEIDSRECHTEN (I)
Rangorde binnen het faillissement en buiten het faillissement om.
Onderwerpen
Voorrang en verhaal algemeen, separatistenpositie, eigendomsvoorbehoud, recht van reclame,
retentierecht, uitwinning van verpande vorderingen, afkoelingsperiode
Literatuur
- Vriesendorp: H 5, par. 5.4.1.1, nrs 204 t/m 206, nr. 211 en par. 5.4.5
- T.H.D. Struycken & T.T. van Zanten, ‘Hamvragen omtrent de inning van stil verpande vorderingen
in faillissement – deel I’, TvI 2010/9
- T.H.D. Struycken & T.T. van Zanten, ‘Hamvragen omtrent de inning van stil verpande vorderingen
in faillissement – deel II’, TvI 2010/13
- F.M.J. Verstijlen, ‘Het eigendomsvoorbehoud in nevelen’, WPNR 2007, 6725
- Annotatie B.A. Schuijling bij HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun’Âge/Neo-River) in
JOR 2014/119
Jurisprudentie
Uitwinning van verpande vorderingen
HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 (Mulder q.q./CLBN)
HR 12 juli 2002, NJ 2003, 194 (Rabobank/Knol q.q.)
HR 22 juni 2007, NJ 2007, 520 (ING/Verdonk q.q.)
HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96 (Hamm q.q./ABN Amro)
HR 3 februari 2012, NJ 2012, 261 (Dix q.q./ING)
HR 1 februari 2013, NJ 2013/156 (Van Leuveren q.q./ING)
HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun’Âge/Neo-River)
Oneigenlijke vermenging, eigendomsvoorbehoud
HR 12 januari 1968, NJ 1968, 274 (Teixeira de Mattos)
HR 19 december 2003, NJ 2004, 293 (Curatoren Mobell/Interplan)
Rb. ’s-Gravenhage 12 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7231 (Reuser q.q./Rabobank Zuid
Holland Midden)
Casus 1
De Vries heeft al jaren een hippe meubelwinkel. De meubelfabriek Zittoe waar De Vries vaste
afnemer van is, levert de meubels onder eigendomsvoorbehoud. De Vries heeft een lening bij de
Tillebank. In het kader van de bedrijfsfinanciering heeft De Vries een pandrecht gevestigd op zijn
voorraad (ook toekomstige) en inventaris. Op 20 maart 2013 wordt De Vries failliet verklaard. Zowel
bij de meubelfabriek als bij de Tillebank heeft De Vries een hoge schuld. De curator ziet niet veel in
een doorstart (zonder de schuldeisers) en wil de winkel, de voorraad en de inventaris doorverkopen.
Kortom:
1) Is er een geldige overdracht? (onder eigendomsvoorbehoud)
2) Is er een geldige verpanding?
Zittoe --- De Vries = overdracht 3:84 BW onder EVB 3:92 lid 2 BW (v+l)
De Vries --- Tillebank = 3:84 (pand + vestigingsformaliteit)
a. Welke rechten heeft Zittoe in haar verhouding tot de curator met betrekking tot de meubels?
Er is sprake van EVB (3:92 BW) onder opschortende voorwaarde.
Deze voorwaarde is nooit vervuld. Er kan worden gerevindiceerd via 5:2 BW.
Rangorde binnen het faillissement en buiten het faillissement om.
Onderwerpen
Voorrang en verhaal algemeen, separatistenpositie, eigendomsvoorbehoud, recht van reclame,
retentierecht, uitwinning van verpande vorderingen, afkoelingsperiode
Literatuur
- Vriesendorp: H 5, par. 5.4.1.1, nrs 204 t/m 206, nr. 211 en par. 5.4.5
- T.H.D. Struycken & T.T. van Zanten, ‘Hamvragen omtrent de inning van stil verpande vorderingen
in faillissement – deel I’, TvI 2010/9
- T.H.D. Struycken & T.T. van Zanten, ‘Hamvragen omtrent de inning van stil verpande vorderingen
in faillissement – deel II’, TvI 2010/13
- F.M.J. Verstijlen, ‘Het eigendomsvoorbehoud in nevelen’, WPNR 2007, 6725
- Annotatie B.A. Schuijling bij HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun’Âge/Neo-River) in
JOR 2014/119
Jurisprudentie
Uitwinning van verpande vorderingen
HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 (Mulder q.q./CLBN)
HR 12 juli 2002, NJ 2003, 194 (Rabobank/Knol q.q.)
HR 22 juni 2007, NJ 2007, 520 (ING/Verdonk q.q.)
HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96 (Hamm q.q./ABN Amro)
HR 3 februari 2012, NJ 2012, 261 (Dix q.q./ING)
HR 1 februari 2013, NJ 2013/156 (Van Leuveren q.q./ING)
HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun’Âge/Neo-River)
Oneigenlijke vermenging, eigendomsvoorbehoud
HR 12 januari 1968, NJ 1968, 274 (Teixeira de Mattos)
HR 19 december 2003, NJ 2004, 293 (Curatoren Mobell/Interplan)
Rb. ’s-Gravenhage 12 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7231 (Reuser q.q./Rabobank Zuid
Holland Midden)
Casus 1
De Vries heeft al jaren een hippe meubelwinkel. De meubelfabriek Zittoe waar De Vries vaste
afnemer van is, levert de meubels onder eigendomsvoorbehoud. De Vries heeft een lening bij de
Tillebank. In het kader van de bedrijfsfinanciering heeft De Vries een pandrecht gevestigd op zijn
voorraad (ook toekomstige) en inventaris. Op 20 maart 2013 wordt De Vries failliet verklaard. Zowel
bij de meubelfabriek als bij de Tillebank heeft De Vries een hoge schuld. De curator ziet niet veel in
een doorstart (zonder de schuldeisers) en wil de winkel, de voorraad en de inventaris doorverkopen.
Kortom:
1) Is er een geldige overdracht? (onder eigendomsvoorbehoud)
2) Is er een geldige verpanding?
Zittoe --- De Vries = overdracht 3:84 BW onder EVB 3:92 lid 2 BW (v+l)
De Vries --- Tillebank = 3:84 (pand + vestigingsformaliteit)
a. Welke rechten heeft Zittoe in haar verhouding tot de curator met betrekking tot de meubels?
Er is sprake van EVB (3:92 BW) onder opschortende voorwaarde.
Deze voorwaarde is nooit vervuld. Er kan worden gerevindiceerd via 5:2 BW.