Week 1
Stemanamnese voeren, stemonderzoek doen, maken behandelplan.
- Weten hoe het bij jezelf is
- Soort cliënten: beroepssprekers > ondersteuning, technisch, advies en begrip, persoonlijk contact
met de cliënt, kinderen.
Stemklachten iemand:
- Kennis over
- anatomie: bouw, spieren, zenuwen
- fysiologie: werking, bernoulli effect
- Etiologie: weten hoe het in elkaar zit. De gezonde/normale stem.
- Leeftijd gerelateerde klachten.
- Normale stem:
- Stemhygiëne: stemmisbruik en stemgebruik (ademhaling, houding, resonans)
1. Elite vocal performers (zangers, acteurs)
2. Professional voice users (leraren, receptionisten, verkopers) > afhankelijk stem voor beroep
3. Non-vocal professionals (vertegenwoordigers, advocaten, verpleegkundigen, artsen)
4. Non-vocal nonprofessionals (iemand die niet werkt, huisvrouw, fabriekswerkers, arbeiders)
Wat is het voor stemgebruiker
Organische of niet-organische afwijking?
Fonoscopie: fono=klank. Kijken wat er binnen gebeurt als er klank wordt gegeven. Klank kijken met
een cameraatje.
Laryngologische evaluatie: dat de larynx goed in kaart wordt gebruikt, goed naar wordt gekeken. >
KNO-arts. Evaluatie. Kijken of er een laesie is.
Contralaterale reactie > hamerlaesie > cyste. Tegenovergestelde zijde
1e richtlijn: een volledige stemevaluatie (onderzoek)
BASIS LOGOPEDISCHE ANAMNESE
- Voorgeschiedenis van het probleem > de stemklacht, het verloop. Of het steeds erger
wordt/afneemt, en hoe het is ontstaan. Misschien komt het door verkeerd
stemmisbruik/gebruik. Wat plotseling kan ontstaan: poliep, cyste, stemplooiparalyse.
(stemklacht/verloop/ontstaan).
- Medische factoren: invloed op stemgebruik. Astma, intubatie trauma, medicatie, reflux
- Psychosociale factoren: jezelf tot relatie met de omgeving (belangrijke gebeurtenissen, ongeluk,
trauma, copingstijl (mutisme), vecht-vlucht-bevries, stress, heeft die stress effect op de
stemklacht, hoe gaat degene ermee om
, - Stemgebonden factoren: stemmisbruik, invloed op de stem, invloed stemgedrag op. Als iemand
vaak uit gaat: geen stem meer? Welk gedrag doet iemand/laat iemand zien en heeft effect op de
stemklacht, het verloop.
- Beschrijving van de stemparameters
Anamnese vragen:
Casuïstiek behorende bij de voorbereiding van Week A
Casus 1: stemplooiparese na openhart-operatie
Dhr. Van Ieperen heeft een openhartoperatie ondergaan, direct daarna heeft hij last gekregen van
een hese stem. Spreken kost hem erg veel moeite en zijn vrouw heeft moeite hem te verstaan. Dit
valt hem heel erg tegen na de operatie omdat hij hier niet op voorbereid was. Hij en zijn vrouw
waren sociaal heel actief en nu vermijdt hij grotere gezelschappen omdat het te vermoeiend is.
Anamnese vragen
- Waarvoor bent u hier gekomen?
- Hoe is de klacht ontstaan?
- Wanneer is de klacht ontstaan?
- Hoe is de klacht verlopen?
- Gebruikt u medicijnen?
- Neemt de klacht toe als u veel spreekt?
- Heeft u recent een ongeluk gehad
- Heeft uw stemgebruik invloed op de manier waarop u participeert in het dagelijks leven? Wat
voor invloed?
- Wat wilt u veranderd zien na het logopedisch behandelproces?
Casus 2: Noduli bij een 19 jarige studente die in haar vrije tijd veel hockey speelt
Sanne merkt de laatste tijd dat haar stem hees is aan het einde van een lange dag. Ze zit in het
tweede jaar van de PABO en speelt vrij intensief hockey. Op haar stage krijgt ze feedback op haar
hese stem, dit vindt ze niet prettig. Ze raakt wat onzeker over haar stem terwijl ze zelf eigenlijk niet
zoveel klachten heeft.
Anamnesevragen:
- Waarvoor bent u hier gekomen?
- Hoe is de klacht ontstaan?
- Wanneer is de klacht ontstaan?
- Hoe is de klacht verlopen?
- Overschreeuw je je stem wel eens?
- Heb je het gevoel dat je meer moeite moet doen om te spreken?
- Hoe vaak heb je last van de klacht?
- Heb je het idee dat je meer kracht moet bijzetten als je moet praten?
- Hoe vermoeid is de stem?
- Is de klacht wisselend, dus de ene keer hees, andere keer niet hees, wanneer?