Socialezekerheidsrecht
Hoofdstuk 3: De verzekering voor geneeskundige verzorging
Historische ontwikkeling
De veprlichte verzekering voor geneeskundige verzorging is ontstaan uit het particulier initiatief van
de werknemers in het kader van de emancipatiestrijd van de arbeidersvereniging. Alle arbeiders
legden een loon in een gezamenlijke kas en op het ogenblik dat iemand ziek wordt, kan men een
deel van de dokterskosten dekken door een deel uit de kas van maatschappijen voor onderlinge
bijstand. Deze maatschappijen zijn uitgegroeid door mutualiteiten en landsbonden. Christelijke
partijen stimuleren de oprichting van kassen, maar ook de socialisten leggen dergelijke kas aan.
Mettertijd bundelen deze kassen zich tot federaties van ziekenfondsen.
Na verloop van tijd bemoeit de staat zich ermee, omdat dit een goede techniek is om de mensen te
steunen in hun levensonderhoud. De staat gaat deze particuliere initiatieven subsidiëren (zij
leggen ook bij in de gezamenlijke pot). Natuurlijk moet van de staat ook de boekhouding kloppen.
Het beheer van de rijkstoelagen was redelijk amateuristisch en de staat beslist om een wettelijk
kader te creëren waarbij ze de landsbonden van ziekenfondsen gaan verplichten om aan bepaalde
regels te voldoen. Dit zijn vooral ook regels m.b.t. het financieel evenwicht en de controle. In 1944
stelt men vast dat de doelstelling niet helemaal bereikt is, daar de aansluiting bij dergelijke kas
vrijwillig is. Het resultaat is dat een steeds groeiende groep van mensen wel een verzekering
geniet maar dat er ook nog steeds een groep bestaat die geen verzekering heeft. Clandestien wou
men hier een einde aan maken en wou men in België een verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging aan iedereen geven (Sociaal Pact).
Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen gaan indekken zonder financieel in de problemen te
komen? Hoeveel bijdragen willen de mensen betalen?
In 1963 wordt een belangrijke beslissing genomen. Namelijk de verplichte verzekering uit te
breiden tot de ambtenaren. De zelfstandigen blijven wat arbeidsongeschiktheid betreft liever apart.
Men splitst de verplichte verzekering in twee sectoren: Verzekering geneeskundige verzorging en
de uitkeringsverzekering. We krijgen een graduele uitbreiding van het personeel
toepassingsgebied verzekering geneeskundige verzorging (Art. 32 ZIV-wet). De verschillende
fases van de graduele uitbreiding waren:
- Uitbreiding tot ambtenaren
- Uitbreiding tot leden van de niet-beroepsactieve bevolking: Personen ingeschreven in
rijksregister natuurlijke personen, behoudens enkele uitzonderingen
- Uitbreiding tot zelfstandigen, door integratie verzekering zelfstandigen. De aparte verzekering
van zelfstandigen wordt finaal geïntegreerd in de bestaande verzekering voor werknemers, niet-
beroepsactieve personen en ambtenaren.
Regelgeving
Basiswetgeving:
- De Gecoöridneerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen (ZIV-wet)
- KB van 3 juli 1996 tot uitvoering van de ZIV-wet
Administratieve organisatie
Alles begint bij de verplichting die art. 118 ZIV-Wet oplegt: De rechthebbenden moeten zich
aansluiten bij een verzekeringsinstelling
Er zijn 3 categorieën van verzekeringsinstellingen:
1. Landsbonden van de ziekenfondsen: Federaties van ziekenfondsen (Art. 2 - 6 Ziekenfondswet:
Ziekenfondsen zijn verenigingen van natuurlijke personen die het bevorderen van fysiek,
psychisch en sociaal welzijn als doel hebben. In een geest van voorzorg, onderlinge hulp en
solidariteit. Zij oefenen hun activiteiten niet uit met winstoogmerk. Zij moeten minstens één
dienst oprichten die als doel heeft: het deelnemen aan de uitvoeringen van verplichte
verzekeringen).
Pagina 1 van 5