H2 & H3
Herhaling H1:
Scheidingsmethodes en waar ze voor worden gebruikt:
Voor suspensies (twee slecht gemengde stoffen): filteren, bezinken & centrifugeren.
Voor oplossingen (twee goed mengende stoffen): adsorberen, omkristalliseren, vriesdrogen en indampen.
Voor vloeistofmengsels: destilleren.
Voor mengsel van vaste stoffen: extraheren.
Emulsie: twee slecht mengbare stoffen met een emulgator.
Formules H1
mass a deel
Massa% = ×100 %
massa≥h eel
volume deel
Volume% = ×100 %
volume≥h eel
deel
Promillage = ×1000 % o❑
¿ h eel
massa
Dichtheid =
volume
Herhaling H2
Gas: de moleculen bewegen veel en er is veel
ruimte tussen ze.
Vloeibaar: Moleculen bewegen langs elkaar en
hebben geen vaste plek.
Vast: Moleculen trekken elkaar aan. Ze blijven op
hun plaats en trillen.
Microniveau: Scheikunde in het klein je kan het zelf niet zien, zoals de beweging van moleculen om
verschijnselen te verklaren.
Macroniveau: Scheikunde wat je kan waarnemen. Kleur, geur hoe de stof zich gedraagt.
Elektrolyse: Bij elektrolyse van water hergroeperen de atomen zich tot waterstofmoleculen en
zuurstofmoleculen. Dit komt doordat het water wordt geëlektrocuteerd. Een reagentia gebruik je om aan te
tonen dat je de stof ook echt hebt opgevangen. Dit kan bij waterstof door het op te vangen en te verbranden je
hoort dan een plop. Bij zuurstof kan dit door gloeiend hout erboven te houden. Het zal harder gaan branden.
H3.1 De jacht op elementen
Alle stoffen bestaan uit moleculen. Water bestaat bijvoorbeeld uit waterstof en zuurstof. Zuurstof kan je niet
verder ontleden en daarom is dit een niet-ontleedbare stof, ook wel een element.
De uitgangspunten van het atoommodel van Dalton zijn:
1. Alle Moleculen bestaan uit kleinere deeltjes: atomen.
2. Atomen zijn niet te vernietigen.
3. Alle atomen van een niet-ontleedbare stof zijn aan elkaar gelijk. (zuurstof bestaat uit één atoomsoort
dus alleen uit zuurstof moleculen en waterstof alleen uit waterstof moleculen.)
4. Een molecuul is een groepje bij elkaar behorende atomen.
Er zijn een aantal soorten stoffen:
● Metalen: Deze geleiden stroom en warmte. Ze zijn bij kamertempratuur vast. Er zijn meer metalen
dan niet metalen. Staan links in het periodieksysteem. Groep één behalve waterstof zijn