Opname en begeleiding van de intensieve zorgafdeling
Respiratie
Normale AH:
• Ademhalingsspieren
• Diafragma = grootste AH spier (aanspannen bij inademing, uitademing is
ontspanning)
• Diffusie
• Perfusie
Observaties respiratie:
• Ademgeluiden
• Ademfrequentie
• Diepte AH
• Symmetrie AH
• Thoraxexcursies
• Ademhalingspatroon
• Ademhalingsvolume (spirometrie)
• Gebruik hulpademhalingsspieren
• Neusvleugelen
• Cyanose
• Saturatie/pO2= zuurstofspanning in bloed
,Hoge luchtwegen (A→airway):
Functie=
1. Verwarmen + bevochtigen lucht
2. Spreken m.b.v. ademlucht
3. Inlaat voeding + vocht
PH bepaalt de ademhaling.
Bloedgas
• pH→ norm: tussen7.35 en 7.45
• PaO2→ norm: 80 – 100mmhg
• PaCO2→ norm: 35 – 45 mmhg / 4,6 – 6,4 kpa
• SaO2 → norm: > 90%
• Bicarbonaat (HCO3-)→ norm: 22 –26 meq/ltr.
PCO2
• Longen
• Snel
• Zuur
• Respiratoir probleem
HCO3
• Nieren
• Langzaam
• Basisch
• Metabool probleem
,Ademhalingsspieren
• Diafragma
• Intercostaalspieren
• Borstkas
• Schoudergordel (hulpademhalingsspieren)
Respiratie→ 3 onderdelen
• Ventilatie
• Perfusie
• Diffusie
Ventilatie= aanvoer en afvoer van lucht (ademhalen)
Perfusie= doorstroming van het bloed naar en door weefsels (afgifte van O2 aan weefsel)
Diffusie= verplaatsing van een stof van hoogste concentratie naar een plaats met laagste
concentratie→ vanuit alveoli naar het bloed (O2 opgenomen in bloed)
Ventilatie problemen
• Pneumothorax
• Sputumplug
• Bronchospasme
• Bronchitis/astma
• Voorwerp in keel
• Opiaten AH
• Atelectase=alveoli klappen dicht→ oppervlakkig AH
Diffusie problemen
• Longoedeem
, • Longemfyseem
• Pneumonie
• Pleuravocht
• COPD
Perfusie problemen
• Longembolie
• Hypotensie
• Hypovolemie
Therapie: neusbril = 5L puur O2→ masker 10L puur O2→ non rebreathing 15L O2 →
optiflow 35-60L minder O2→ CPAP → BiPAP
Bouw luchtwegen
• Trachea
• 2 hoofdbronchiën
• Bronchiën
• Bronchioli
• Alveoli → gaswisseling
Dode ruimte = dient wel voor luchtgeleiding maar neemt niet deel aan gaswisseling
o Anatomische dode ruimte
Trachea
Bronchiën
Mond, keel, neusholte
→ niet bekleed met plaatepitheel, doet niet mee met gaswisseling.
o Functionele dode ruimte
Alveoli die zijn werk niet doen
→ bekleed met plaatepitheel waar capillairnetwerk tijdelijk niet zijn doorbloed
→ functionele dode ruimte kan groter wordt als in een deel van alveoli geen
gaswisseling plaatsvindt
Lagen alveoli → moet een O2 cel passeren om naar het bloed te gaan
o Plaatepitheel van longblaasje
o Basaalmembraan
o Endotheel van het capillair
o Erytrocyt
Respiratie
Normale AH:
• Ademhalingsspieren
• Diafragma = grootste AH spier (aanspannen bij inademing, uitademing is
ontspanning)
• Diffusie
• Perfusie
Observaties respiratie:
• Ademgeluiden
• Ademfrequentie
• Diepte AH
• Symmetrie AH
• Thoraxexcursies
• Ademhalingspatroon
• Ademhalingsvolume (spirometrie)
• Gebruik hulpademhalingsspieren
• Neusvleugelen
• Cyanose
• Saturatie/pO2= zuurstofspanning in bloed
,Hoge luchtwegen (A→airway):
Functie=
1. Verwarmen + bevochtigen lucht
2. Spreken m.b.v. ademlucht
3. Inlaat voeding + vocht
PH bepaalt de ademhaling.
Bloedgas
• pH→ norm: tussen7.35 en 7.45
• PaO2→ norm: 80 – 100mmhg
• PaCO2→ norm: 35 – 45 mmhg / 4,6 – 6,4 kpa
• SaO2 → norm: > 90%
• Bicarbonaat (HCO3-)→ norm: 22 –26 meq/ltr.
PCO2
• Longen
• Snel
• Zuur
• Respiratoir probleem
HCO3
• Nieren
• Langzaam
• Basisch
• Metabool probleem
,Ademhalingsspieren
• Diafragma
• Intercostaalspieren
• Borstkas
• Schoudergordel (hulpademhalingsspieren)
Respiratie→ 3 onderdelen
• Ventilatie
• Perfusie
• Diffusie
Ventilatie= aanvoer en afvoer van lucht (ademhalen)
Perfusie= doorstroming van het bloed naar en door weefsels (afgifte van O2 aan weefsel)
Diffusie= verplaatsing van een stof van hoogste concentratie naar een plaats met laagste
concentratie→ vanuit alveoli naar het bloed (O2 opgenomen in bloed)
Ventilatie problemen
• Pneumothorax
• Sputumplug
• Bronchospasme
• Bronchitis/astma
• Voorwerp in keel
• Opiaten AH
• Atelectase=alveoli klappen dicht→ oppervlakkig AH
Diffusie problemen
• Longoedeem
, • Longemfyseem
• Pneumonie
• Pleuravocht
• COPD
Perfusie problemen
• Longembolie
• Hypotensie
• Hypovolemie
Therapie: neusbril = 5L puur O2→ masker 10L puur O2→ non rebreathing 15L O2 →
optiflow 35-60L minder O2→ CPAP → BiPAP
Bouw luchtwegen
• Trachea
• 2 hoofdbronchiën
• Bronchiën
• Bronchioli
• Alveoli → gaswisseling
Dode ruimte = dient wel voor luchtgeleiding maar neemt niet deel aan gaswisseling
o Anatomische dode ruimte
Trachea
Bronchiën
Mond, keel, neusholte
→ niet bekleed met plaatepitheel, doet niet mee met gaswisseling.
o Functionele dode ruimte
Alveoli die zijn werk niet doen
→ bekleed met plaatepitheel waar capillairnetwerk tijdelijk niet zijn doorbloed
→ functionele dode ruimte kan groter wordt als in een deel van alveoli geen
gaswisseling plaatsvindt
Lagen alveoli → moet een O2 cel passeren om naar het bloed te gaan
o Plaatepitheel van longblaasje
o Basaalmembraan
o Endotheel van het capillair
o Erytrocyt