Instructie 2
Zekerheidsrecht: Een stukje zekerheid die je verbindt aan een lening laag risico lage rente +
meer lenen.
Recht van pand
Vuistpandrecht: Het onderpand echt achterlaten, in het bezit van degene die het geld verstrekt
(ketting bij bank).
Bezitloos pandrecht: geld voor auto/motor lenen, niet logisch als deze alleen maar voor de garage
staat. Als er niet betaald wordt mag de bank het verkopen.
Stil pandrecht: Niet in bezit, niet in openbaar register. (Voorraad van bedrijf als onderpand).
Hypotheek: met een onroerend goed als onderpand.
Recht van hypotheek: Kan alleen op een registergoed (=boten, vliegtuigen en huizen/appartement)
Hypotheeknemer is de geldverstrekker.
Hypotheekgever is de geldlener (degene die in het huis woont) Karel geeft de bank het recht van
hypotheek. Op het moment dat geldlener zijn verplichtingen niet nakomt, mag de bank het recht van
hypotheek uitvoeren pand verkopen.
Soorten hypotheek:
- Vaste hypotheek: 1 huis (vast), vast bedrag, vaste looptijd. Kenmerken: 1 onderpand, 1
looptijd, 1 vast bedrag.
- Bank hypotheek: is meestal zakelijk.
Lening bij de bank van €50.000 voor inventaris voor de sportschool.
Rekening-courant van €15.000.
De bank wil dan al het recht van hypotheek van alle leningen (dus inventaris en rekening-courant
op alles wat jij de bank verschuldigd bent), zodat de hypotheek verstrekt kan worden.
Bank wil extra zekerheid
Altijd breder dan alleen het huis, alles wat je van de bank te goed hebt.
- Krediethypotheek: Huis met €0 hypotheek.
Bejaard stel met weinig pensioen, maar wel een huis.
Uitstaand bedrag wisselt, wel maximumbedrag.
Bijv. je mag opnemen tot €100.000 als je in de min staat rente.
Komt vaak voor dat de rente zelfs bij geleend moet worden leidt vaak tot verkoop van de woning.
Variabel bedrag.
2 belangrijkste zekerheden van een bank bij het verstrekken van een lening:
1. Inkomen
2. Onderpand
Hypotheek van €200.000, in hypotheekakte staat: €260.000.
Hier komen rente en kosten bij.
Bijv. wanneer er niet betaald wordt per maand, loopt de bank rente + aflossing mis. Bij verkoop komt
makelaar kijken enz. Vandaar de extra kosten.
Bedingen in hypotheekakte (het mag niet, tenzij je toestemming krijgt van de bank om de bank te
beschermen):
- Beding van niet-wegneming: Bijv. woonboot en woonwagens.
- Huurbeding: woning mag niet verhuurd worden.
- Niet-wijzing beding: bijv. nieuwe badkamer erin zetten of het hele huis roze schilderen.
Positieve verandering: geen toestemming nodig. Negatieve verandering wel (roze).
Zekerheidsrecht: Een stukje zekerheid die je verbindt aan een lening laag risico lage rente +
meer lenen.
Recht van pand
Vuistpandrecht: Het onderpand echt achterlaten, in het bezit van degene die het geld verstrekt
(ketting bij bank).
Bezitloos pandrecht: geld voor auto/motor lenen, niet logisch als deze alleen maar voor de garage
staat. Als er niet betaald wordt mag de bank het verkopen.
Stil pandrecht: Niet in bezit, niet in openbaar register. (Voorraad van bedrijf als onderpand).
Hypotheek: met een onroerend goed als onderpand.
Recht van hypotheek: Kan alleen op een registergoed (=boten, vliegtuigen en huizen/appartement)
Hypotheeknemer is de geldverstrekker.
Hypotheekgever is de geldlener (degene die in het huis woont) Karel geeft de bank het recht van
hypotheek. Op het moment dat geldlener zijn verplichtingen niet nakomt, mag de bank het recht van
hypotheek uitvoeren pand verkopen.
Soorten hypotheek:
- Vaste hypotheek: 1 huis (vast), vast bedrag, vaste looptijd. Kenmerken: 1 onderpand, 1
looptijd, 1 vast bedrag.
- Bank hypotheek: is meestal zakelijk.
Lening bij de bank van €50.000 voor inventaris voor de sportschool.
Rekening-courant van €15.000.
De bank wil dan al het recht van hypotheek van alle leningen (dus inventaris en rekening-courant
op alles wat jij de bank verschuldigd bent), zodat de hypotheek verstrekt kan worden.
Bank wil extra zekerheid
Altijd breder dan alleen het huis, alles wat je van de bank te goed hebt.
- Krediethypotheek: Huis met €0 hypotheek.
Bejaard stel met weinig pensioen, maar wel een huis.
Uitstaand bedrag wisselt, wel maximumbedrag.
Bijv. je mag opnemen tot €100.000 als je in de min staat rente.
Komt vaak voor dat de rente zelfs bij geleend moet worden leidt vaak tot verkoop van de woning.
Variabel bedrag.
2 belangrijkste zekerheden van een bank bij het verstrekken van een lening:
1. Inkomen
2. Onderpand
Hypotheek van €200.000, in hypotheekakte staat: €260.000.
Hier komen rente en kosten bij.
Bijv. wanneer er niet betaald wordt per maand, loopt de bank rente + aflossing mis. Bij verkoop komt
makelaar kijken enz. Vandaar de extra kosten.
Bedingen in hypotheekakte (het mag niet, tenzij je toestemming krijgt van de bank om de bank te
beschermen):
- Beding van niet-wegneming: Bijv. woonboot en woonwagens.
- Huurbeding: woning mag niet verhuurd worden.
- Niet-wijzing beding: bijv. nieuwe badkamer erin zetten of het hele huis roze schilderen.
Positieve verandering: geen toestemming nodig. Negatieve verandering wel (roze).