Week 2
Zelfstudievragen
1. Bij formeel omschreven delicten speelt causaliteit geen rol.
2. De conditio-sine-qua-non theorie is volkomen aselect en grenzeloos.
3. De redelijke toerekening behoeft een concretere invulling en als zodanig biedt dit
criterium het referentiekader voor alle causaliteitsvragen. Het criterium van redelijke
toerekening dient als een overall-toets.
4. “Zo behoedt de causaliteit niet te worden doorbroken als het slachtoffer zelf op
enigerlei wijze aan het gevolg van de daad heeft bijgedragen.”
5. De reden voor opname van de wederrechtelijkheid als bestanddeel in de
delictsomschrijving is dat het soms nodig is in de delictsomschrijving een term te
gebruiken die kernachtig gevallen terzijde schuift, welke anders onder de
delictsomschrijving zouden vallen en waarvoor die delictsomschrijving apert niet
bedoeld is. Het opnemen van wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving beperkt
de delictsomschrijving.
6. Wederrechtelijkheid als bestanddeel speelt een rol bij de eerste vraag van art. 350
Sv, wederrechtelijkheid als element speelt een rol bij de tweede vraag van 350 Sv. Als
bestanddeel bij de eerste vraag, omdat als er geen wederrechtelijkheid is, er niet aan
de delictsomschrijving wordt voldaan. Als element bij de tweede vraag, omdat dan
het feit niet strafbaar is, als het niet wederrechtelijk is.
7. De leer van de formele wederrechtelijkheid stelt dat degene die de strafwet
overtreedt wederrechtelijk handelt, tenzij de wet zelf de wederrechtelijkheid opheft.
Van de leer van de materiele wederrechtelijkheid is sprake wanneer de
wederrechtelijkheid van een daad ontbreekt op gronden die niet rechtstreeks door
de wetgever zijn voorzien.
8. Het begrip wederrechtelijkheid komt een eigen, specifieke betekenis toe in
overeenstemming met het doel en de strekking van de desbetreffende bepaling.
Facetwederrechtelijkheid wil zeggen dat de betekenis van wederrechtelijkheid
varieert naar gelang de strekking van de bepaling waarin de wederrechtelijkheid
voorkomt.
9. Tegen het recht. Een geslaagd beroep leidt tot vrijspraak, omdat wederrechtelijkheid
hier een bestanddeel is.
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1: casus Rebelse scholier
Voor de maatstaf van redelijke toerekening zijn belang: de aard van de gedraging, de
aanwezigheid van opzet en de ratio van de delictsomschrijving, afweging tussen
verschillende in aanmerking komende oorzaken en de andere theorieën. Jeroen is schuldig.
Is er sprake van een causaal verband? Volgens de advocaat is de causaliteitsketen
doorbroken, doordat de arts een fout heeft gemaakt.
1. Is gedraging naar aard geschikt om gevolg te veroorzaken of heeft deze het risico dat
gevolg zou intreden in aanzienlijke mate vergroot? De gedraging (het slaan met een
Zelfstudievragen
1. Bij formeel omschreven delicten speelt causaliteit geen rol.
2. De conditio-sine-qua-non theorie is volkomen aselect en grenzeloos.
3. De redelijke toerekening behoeft een concretere invulling en als zodanig biedt dit
criterium het referentiekader voor alle causaliteitsvragen. Het criterium van redelijke
toerekening dient als een overall-toets.
4. “Zo behoedt de causaliteit niet te worden doorbroken als het slachtoffer zelf op
enigerlei wijze aan het gevolg van de daad heeft bijgedragen.”
5. De reden voor opname van de wederrechtelijkheid als bestanddeel in de
delictsomschrijving is dat het soms nodig is in de delictsomschrijving een term te
gebruiken die kernachtig gevallen terzijde schuift, welke anders onder de
delictsomschrijving zouden vallen en waarvoor die delictsomschrijving apert niet
bedoeld is. Het opnemen van wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving beperkt
de delictsomschrijving.
6. Wederrechtelijkheid als bestanddeel speelt een rol bij de eerste vraag van art. 350
Sv, wederrechtelijkheid als element speelt een rol bij de tweede vraag van 350 Sv. Als
bestanddeel bij de eerste vraag, omdat als er geen wederrechtelijkheid is, er niet aan
de delictsomschrijving wordt voldaan. Als element bij de tweede vraag, omdat dan
het feit niet strafbaar is, als het niet wederrechtelijk is.
7. De leer van de formele wederrechtelijkheid stelt dat degene die de strafwet
overtreedt wederrechtelijk handelt, tenzij de wet zelf de wederrechtelijkheid opheft.
Van de leer van de materiele wederrechtelijkheid is sprake wanneer de
wederrechtelijkheid van een daad ontbreekt op gronden die niet rechtstreeks door
de wetgever zijn voorzien.
8. Het begrip wederrechtelijkheid komt een eigen, specifieke betekenis toe in
overeenstemming met het doel en de strekking van de desbetreffende bepaling.
Facetwederrechtelijkheid wil zeggen dat de betekenis van wederrechtelijkheid
varieert naar gelang de strekking van de bepaling waarin de wederrechtelijkheid
voorkomt.
9. Tegen het recht. Een geslaagd beroep leidt tot vrijspraak, omdat wederrechtelijkheid
hier een bestanddeel is.
Werkgroepopdrachten
Opdracht 1: casus Rebelse scholier
Voor de maatstaf van redelijke toerekening zijn belang: de aard van de gedraging, de
aanwezigheid van opzet en de ratio van de delictsomschrijving, afweging tussen
verschillende in aanmerking komende oorzaken en de andere theorieën. Jeroen is schuldig.
Is er sprake van een causaal verband? Volgens de advocaat is de causaliteitsketen
doorbroken, doordat de arts een fout heeft gemaakt.
1. Is gedraging naar aard geschikt om gevolg te veroorzaken of heeft deze het risico dat
gevolg zou intreden in aanzienlijke mate vergroot? De gedraging (het slaan met een