WEEK 7 WERKGROEP 1
ONDERWERP:
Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW)
Kwalitatieve aansprakelijkheden (algemeen)
Aansprakelijkheid van ouders voor gedrag van kinderen (6:169 BW)
Aansprakelijkheid van werkgever voor gedrag ondergeschikten (6:170 BW)
Aansprakelijkheid van opdrachtgever voor gedrag niet-ondergeschikten (6:171 BW)
Aansprakelijkheid van bezitter voor dieren (art. 6:179 BW)
VAARDIGHEDEN:
Analyseren wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Presenteren en samenwerken
LITERATUUR:
Brahn/Reehuis:
Hoofdstuk 21.2.6, 21.3-21-7.
JURISPRUDENTIE:
Blackboard:
- HR 7 maart 1980, NJ 1980, 353 (Stierkalf) m. nt. G.J. Scholten
- HR 9 november 2007, AA 2008 (Groot Kievitsdal) m. nt. S.D. Lindenbergh
- HR 21 december 2001, AA 2002 (Delfland/De Stoeterij) m. nt. T. Hartlief
INLEIDING OP DE STOF
In het Burgerlijk Wetboek wordt onderscheid gemaakt tussen aansprakelijkheid op grond
van eigen onrechtmatige daad (afdeling 6.3.1 BW) en kwalitatieve aansprakelijkheid
(afdeling 6.3.2 BW). De groepsaansprakelijkheid wordt ook deze week behandeld (art.
6:166 BW)
Wie door onrechtmatig eigen gedrag een risico in het leven roept is voor de daaruit
voortvloeiende schade aansprakelijk (art. 6:162 BW). Wie door het aannemen van een
bepaalde hoedanigheid of kwaliteit (ouder, bezitter van een dier, werkgever etc.) een
risico in het leven roept, heeft onder omstandigheden ook op te komen voor de
schadelijke gevolgen daarvan. Aansprakelijkheid kan dus niet alleen worden gebaseerd
op eigen gedrag, maar ook op bepaalde hoedanigheden die men heeft of waarin men
handelt. Ouders zijn aansprakelijk voor fouten van hun kinderen, werkgevers voor fouten
van hun werknemers, dierenbezitters voor gedragingen van hun dieren, et cetera. De
gedachte achter deze aansprakelijkheden is dat degene die een risico in het leven roept
daarvan ook de lasten dient te dragen. De kwalitatieve aansprakelijkheden zijn –
doorgaans – niet gebaseerd op schuld en worden daarom veelal risico-
aansprakelijkheden genoemd. Ook deze aansprakelijkheden zijn evenwel niet onbeperkt.
Zo omschrijft iedere aansprakelijkheidsgrond niet alleen de omstandigheden waaronder
aansprakelijkheid bestaat, maar bevat hij tevens de begrenzing van die
aansprakelijkheid.
1
ONDERWERP:
Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW)
Kwalitatieve aansprakelijkheden (algemeen)
Aansprakelijkheid van ouders voor gedrag van kinderen (6:169 BW)
Aansprakelijkheid van werkgever voor gedrag ondergeschikten (6:170 BW)
Aansprakelijkheid van opdrachtgever voor gedrag niet-ondergeschikten (6:171 BW)
Aansprakelijkheid van bezitter voor dieren (art. 6:179 BW)
VAARDIGHEDEN:
Analyseren wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Presenteren en samenwerken
LITERATUUR:
Brahn/Reehuis:
Hoofdstuk 21.2.6, 21.3-21-7.
JURISPRUDENTIE:
Blackboard:
- HR 7 maart 1980, NJ 1980, 353 (Stierkalf) m. nt. G.J. Scholten
- HR 9 november 2007, AA 2008 (Groot Kievitsdal) m. nt. S.D. Lindenbergh
- HR 21 december 2001, AA 2002 (Delfland/De Stoeterij) m. nt. T. Hartlief
INLEIDING OP DE STOF
In het Burgerlijk Wetboek wordt onderscheid gemaakt tussen aansprakelijkheid op grond
van eigen onrechtmatige daad (afdeling 6.3.1 BW) en kwalitatieve aansprakelijkheid
(afdeling 6.3.2 BW). De groepsaansprakelijkheid wordt ook deze week behandeld (art.
6:166 BW)
Wie door onrechtmatig eigen gedrag een risico in het leven roept is voor de daaruit
voortvloeiende schade aansprakelijk (art. 6:162 BW). Wie door het aannemen van een
bepaalde hoedanigheid of kwaliteit (ouder, bezitter van een dier, werkgever etc.) een
risico in het leven roept, heeft onder omstandigheden ook op te komen voor de
schadelijke gevolgen daarvan. Aansprakelijkheid kan dus niet alleen worden gebaseerd
op eigen gedrag, maar ook op bepaalde hoedanigheden die men heeft of waarin men
handelt. Ouders zijn aansprakelijk voor fouten van hun kinderen, werkgevers voor fouten
van hun werknemers, dierenbezitters voor gedragingen van hun dieren, et cetera. De
gedachte achter deze aansprakelijkheden is dat degene die een risico in het leven roept
daarvan ook de lasten dient te dragen. De kwalitatieve aansprakelijkheden zijn –
doorgaans – niet gebaseerd op schuld en worden daarom veelal risico-
aansprakelijkheden genoemd. Ook deze aansprakelijkheden zijn evenwel niet onbeperkt.
Zo omschrijft iedere aansprakelijkheidsgrond niet alleen de omstandigheden waaronder
aansprakelijkheid bestaat, maar bevat hij tevens de begrenzing van die
aansprakelijkheid.
1