WEEK 9
ONDERWERP:
Verbintenissen uit andere bronnen dan contract en onrechtmatige daad
Zaakwaarneming
Onverschuldigde betaling
Ongerechtvaardigde verrijking
VAARDIGHEDEN:
Analyseren wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Casus oplossen
Mondeling presenteren met en in een groep
LITERATUUR:
Brahn/Reehuis:
Hoofdstuk 14, 22
Blackboard:
W.J. Zwalve, ‘Zaakwaarneming en ongerechtvaardigde verrijking. Enige historische
en rechtsvergelijkende opmerkingen’, NTBR 1995, p. 157-163.
JURISPRUDENTIE
Blackboard:
HR 5 september 2008, NJ 2008, 481 (Verbouwing)
INLEIDING OP DE STOF:
In de voorgaande weken hebben de twee belangrijkste bronnen van verbintenissen
centraal gestaan: de obligatoire – verbintenisscheppende – overeenkomst (het contract)
en de onrechtmatige daad. Dit zijn niet de enige bronnen waaruit verbintenissen kunnen
ontstaan.
In het bijzonder vinden wij in titel 4 van Boek 6 een drietal bronnen terug die
verbintenisscheppende feiten zijn: de zaakwaarneming (Afdeling 1, art. 6:198-202 BW),
de onverschuldigde betaling (Afdeling 2, art. 6:203-211 BW) en de ongerechtvaardigde
verrijking (Afdeling 3, art. 6:212 BW). Deze drie bronnen staan centraal in deze week.
Van zaakwaarneming is sprake als A bewust de belangen behartigt van B die niet in staat
is zijn eigen belangen te behartigen, zonder dat B hem dat heeft gevraagd of zonder dat
er een andere wettelijke basis is voor de handelingen van A. A mag zich dus niet zomaar
bemoeien met B’s zaken, er moet wel sprake zijn van belangenbehartiging op een
redelijke grond. Is dat het geval, dan kan de zaakwaarnemer (A) vergoeding van zijn
schade vorderen die hij ten gevolge van de zaakwaarneming heeft geleden.
Van onverschuldigde betaling is sprake wanneer A zonder rechtsgrond een goed aan B
heeft gegeven. A kan dan dit goed als onverschuldigd betaald terugvorderen. De
rechtsgrond kan van meet af aan hebben ontbroken (bijvoorbeeld doordat A dacht dat hij
aan B een goed moest geven, maar dat was niet het geval), of eerst hebben bestaan,
maar later komen te ontvallen met terugwerkende kracht (bijvoorbeeld na vernietiging
van een koopovereenkomst tussen A en B, waarbij A aan B een auto heeft geleverd). De
wet voorziet in een regeling voor verschillende typen prestaties, die onverschuldigd
ONDERWERP:
Verbintenissen uit andere bronnen dan contract en onrechtmatige daad
Zaakwaarneming
Onverschuldigde betaling
Ongerechtvaardigde verrijking
VAARDIGHEDEN:
Analyseren wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Casus oplossen
Mondeling presenteren met en in een groep
LITERATUUR:
Brahn/Reehuis:
Hoofdstuk 14, 22
Blackboard:
W.J. Zwalve, ‘Zaakwaarneming en ongerechtvaardigde verrijking. Enige historische
en rechtsvergelijkende opmerkingen’, NTBR 1995, p. 157-163.
JURISPRUDENTIE
Blackboard:
HR 5 september 2008, NJ 2008, 481 (Verbouwing)
INLEIDING OP DE STOF:
In de voorgaande weken hebben de twee belangrijkste bronnen van verbintenissen
centraal gestaan: de obligatoire – verbintenisscheppende – overeenkomst (het contract)
en de onrechtmatige daad. Dit zijn niet de enige bronnen waaruit verbintenissen kunnen
ontstaan.
In het bijzonder vinden wij in titel 4 van Boek 6 een drietal bronnen terug die
verbintenisscheppende feiten zijn: de zaakwaarneming (Afdeling 1, art. 6:198-202 BW),
de onverschuldigde betaling (Afdeling 2, art. 6:203-211 BW) en de ongerechtvaardigde
verrijking (Afdeling 3, art. 6:212 BW). Deze drie bronnen staan centraal in deze week.
Van zaakwaarneming is sprake als A bewust de belangen behartigt van B die niet in staat
is zijn eigen belangen te behartigen, zonder dat B hem dat heeft gevraagd of zonder dat
er een andere wettelijke basis is voor de handelingen van A. A mag zich dus niet zomaar
bemoeien met B’s zaken, er moet wel sprake zijn van belangenbehartiging op een
redelijke grond. Is dat het geval, dan kan de zaakwaarnemer (A) vergoeding van zijn
schade vorderen die hij ten gevolge van de zaakwaarneming heeft geleden.
Van onverschuldigde betaling is sprake wanneer A zonder rechtsgrond een goed aan B
heeft gegeven. A kan dan dit goed als onverschuldigd betaald terugvorderen. De
rechtsgrond kan van meet af aan hebben ontbroken (bijvoorbeeld doordat A dacht dat hij
aan B een goed moest geven, maar dat was niet het geval), of eerst hebben bestaan,
maar later komen te ontvallen met terugwerkende kracht (bijvoorbeeld na vernietiging
van een koopovereenkomst tussen A en B, waarbij A aan B een auto heeft geleverd). De
wet voorziet in een regeling voor verschillende typen prestaties, die onverschuldigd