26/10/2015
Hoorcollege 8 SBR
Thema 8- Decentralisatie
Uitgangspunt decentralisatie
Regeling en bestuur vinden niet uitsluitend vanuit een centraal gezag plaats, maar worden
uitgevoerd door het rijk en door een veelheid van andere publieke lichamen of organen, die
binnen bepaalde grenzen in vrijheid en eigen verantwoordelijkheid de hun toevertrouwde
taken en bevoegdheden kunnen uitoefenen.
Soorten decentralisatie
- Territoriale decentralisatie (gebiedscorporaties):
o Provincies (123 Gw): 12 provincies -> open huishouding
o Gemeentes (123 Gw): 393 gemeentes -> open huishouding
o Waterschappen (133 Gw): 23 waterschappen -> gesloten huishouding, alleen
bezighouden met water
- Functionele decentralisatie (doelcorporaties):
o Waterschappen -> (133 Gw)
o Openbare lichamen voor beroep (en bedrijf) en andere bijv. BES-eilanden
(134 Gw)
o Bij gemeenschappelijke regeling opgerichte openbare lichamen (135 Gw),
Wet gemeenschappelijke regelingen
- Deconcentratie: een bestuursbevoegdheid wordt rechtstreeks aan een
ondergeschikte ambtenaar of dienst geattribueerd.
Verschil staatsvorm versus regeringsvorm
Staatsvorm ziet op de verticale verhouding tussen:
- De centrale overheid en decentrale lagen
- Federale overheid en de deelstaten
De staatsvorm ziet dus op de mate van decentralisatie: eigen bevoegdheden voor decentrale
organen?
Regeringsvorm ziet op de horizontale verhouding (dus binnen een overheidsverband):
- Conventioneel: sterke eenheid regering/parlement, alleen parlement eigen mandaat
(geen vertrouwensregel)
- Presidentieel: regering (president/regering) los van parlement, elk een eigen
mandaat (geen vertrouwensregel)
- Parlementair: regering apart van parlement, maar parlement eigen mandaat: op
samenwerking aangewezen (wel vertrouwensregel)
Kernvraag bij regeringsvorm: bestaat er een vertrouwensregel?
Hoorcollege 8 SBR
Thema 8- Decentralisatie
Uitgangspunt decentralisatie
Regeling en bestuur vinden niet uitsluitend vanuit een centraal gezag plaats, maar worden
uitgevoerd door het rijk en door een veelheid van andere publieke lichamen of organen, die
binnen bepaalde grenzen in vrijheid en eigen verantwoordelijkheid de hun toevertrouwde
taken en bevoegdheden kunnen uitoefenen.
Soorten decentralisatie
- Territoriale decentralisatie (gebiedscorporaties):
o Provincies (123 Gw): 12 provincies -> open huishouding
o Gemeentes (123 Gw): 393 gemeentes -> open huishouding
o Waterschappen (133 Gw): 23 waterschappen -> gesloten huishouding, alleen
bezighouden met water
- Functionele decentralisatie (doelcorporaties):
o Waterschappen -> (133 Gw)
o Openbare lichamen voor beroep (en bedrijf) en andere bijv. BES-eilanden
(134 Gw)
o Bij gemeenschappelijke regeling opgerichte openbare lichamen (135 Gw),
Wet gemeenschappelijke regelingen
- Deconcentratie: een bestuursbevoegdheid wordt rechtstreeks aan een
ondergeschikte ambtenaar of dienst geattribueerd.
Verschil staatsvorm versus regeringsvorm
Staatsvorm ziet op de verticale verhouding tussen:
- De centrale overheid en decentrale lagen
- Federale overheid en de deelstaten
De staatsvorm ziet dus op de mate van decentralisatie: eigen bevoegdheden voor decentrale
organen?
Regeringsvorm ziet op de horizontale verhouding (dus binnen een overheidsverband):
- Conventioneel: sterke eenheid regering/parlement, alleen parlement eigen mandaat
(geen vertrouwensregel)
- Presidentieel: regering (president/regering) los van parlement, elk een eigen
mandaat (geen vertrouwensregel)
- Parlementair: regering apart van parlement, maar parlement eigen mandaat: op
samenwerking aangewezen (wel vertrouwensregel)
Kernvraag bij regeringsvorm: bestaat er een vertrouwensregel?