Thema 6. Grondrechten
Inleiding op het thema:
Bij de voorgaande thema’s hebt u zich nader verdiept in het legaliteitsbeginsel. Daarbij is
onder andere stilgestaan bij de vraag hoe ambten aan hun bevoegdheden komen. Als een
ambt eenmaal een bevoegdheid heeft verkregen, kan het die bevoegdheid nog niet volledig
naar eigen goeddunken gebruiken. Er worden eisen gesteld aan de wijze van uitoefening
van overheidsbevoegdheden. Overheidshandelen wordt genormeerd, immers ook de
overheid moet zich aan het recht houden. Die eisen kunnen voortvloeien uit het specifieke
wettelijke kader dat de uitoefening van een bevoegdheid regelt (en waar men op grond van
het legaliteitsbeginsel aan gebonden is), maar ook uit algemene regels die
overheidshandelingen normeren. Deze tweede groep normen bestaat uit grondrechten en
algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De algemene beginselen van behoorlijk
bestuur zijn vorige week aan bod gekomen. Bij dit thema gaat u zich verdiepen in
grondrechten.
In dit thema komt onder meer aan bod wat grondrechten zijn, wat de internationale en
nationale bronnen zijn van grondrechten, wat voor soorten grondrechten er zijn (klassiek,
sociaal), positieve verplichtingen, horizontale werking en botsing van grondrechten.
Daarnaast wordt ingegaan op de reikwijdte van grondrechten en de beperkingssystematiek
van grondrechten uit zowel de Grondwet als het EVRM. De bescherming die een grondrecht
biedt, is afhankelijk van de reikwijdte ervan. Daarnaast is bescherming van de meeste
grondrechten niet absoluut. Die kan – als aan daarvoor vereiste voorwaarden is voldaan –
door de overheid beperkt worden.
Ook wordt aandacht besteed aan de manier waarop grondrechten vervat in internationale
verdragen doorwerken in de nationale rechtsorde. Grondrechten vinden we immers, behalve
in de Nederlandse Grondwet, ook in verdragen. Van deze internationale verdragen is voor
Nederland het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele
vrijheden (EVRM) veruit het belangrijkste. Dit komt niet in de laatste plaats doordat de
Nederlandse rechter wetten in formele zin wel aan EVRM-bepalingen (op grond van artikel
94 Grondwet) en niet aan de Grondwet (op grond van artikel 120 Grondwet) mag toetsen.
Voor de reikwijdtevraag en met name de vraag of een grondrecht al dan niet rechtmatig
beperkt is, is het verder van groot belang of men met een grondrecht uit de Grondwet of het
EVRM te maken heeft.
Literatuur:
- BKVW hoofdstuk 6 (p. 123-152)
- BKVW hoofdstuk 14 paragraaf 14.1 en 14.2.1 (p. 351-356)
- Blackboard-tekst waarin de beperkingssystematiek van het EVRM wordt uitgelegd
Jurisprudentie:
- EHRM 26 april 1979 (Sunday Times) (Ars Aequi jurisprudentie)
- ABRvS 28 augustus 1995 (Drugspand Venlo) (Ars Aequi jurisprudentie)
- HR 19 april 2005 (Verfbommetje) (Ars Aequi jurisprudentie)
- HR 16 juni 2009 (Reisbureau Rita) ECLI:NL:HR:2009:BG7750 (via Blackboard)
Leerdoelen:
Na bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van het onderwijs kunt u:
1. Het belang van grondrechten bij de normering van bevoegdheidsuitoefening door de
overheid beschrijven;
Universiteit Utrecht, Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016 ©
Inleiding op het thema:
Bij de voorgaande thema’s hebt u zich nader verdiept in het legaliteitsbeginsel. Daarbij is
onder andere stilgestaan bij de vraag hoe ambten aan hun bevoegdheden komen. Als een
ambt eenmaal een bevoegdheid heeft verkregen, kan het die bevoegdheid nog niet volledig
naar eigen goeddunken gebruiken. Er worden eisen gesteld aan de wijze van uitoefening
van overheidsbevoegdheden. Overheidshandelen wordt genormeerd, immers ook de
overheid moet zich aan het recht houden. Die eisen kunnen voortvloeien uit het specifieke
wettelijke kader dat de uitoefening van een bevoegdheid regelt (en waar men op grond van
het legaliteitsbeginsel aan gebonden is), maar ook uit algemene regels die
overheidshandelingen normeren. Deze tweede groep normen bestaat uit grondrechten en
algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De algemene beginselen van behoorlijk
bestuur zijn vorige week aan bod gekomen. Bij dit thema gaat u zich verdiepen in
grondrechten.
In dit thema komt onder meer aan bod wat grondrechten zijn, wat de internationale en
nationale bronnen zijn van grondrechten, wat voor soorten grondrechten er zijn (klassiek,
sociaal), positieve verplichtingen, horizontale werking en botsing van grondrechten.
Daarnaast wordt ingegaan op de reikwijdte van grondrechten en de beperkingssystematiek
van grondrechten uit zowel de Grondwet als het EVRM. De bescherming die een grondrecht
biedt, is afhankelijk van de reikwijdte ervan. Daarnaast is bescherming van de meeste
grondrechten niet absoluut. Die kan – als aan daarvoor vereiste voorwaarden is voldaan –
door de overheid beperkt worden.
Ook wordt aandacht besteed aan de manier waarop grondrechten vervat in internationale
verdragen doorwerken in de nationale rechtsorde. Grondrechten vinden we immers, behalve
in de Nederlandse Grondwet, ook in verdragen. Van deze internationale verdragen is voor
Nederland het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele
vrijheden (EVRM) veruit het belangrijkste. Dit komt niet in de laatste plaats doordat de
Nederlandse rechter wetten in formele zin wel aan EVRM-bepalingen (op grond van artikel
94 Grondwet) en niet aan de Grondwet (op grond van artikel 120 Grondwet) mag toetsen.
Voor de reikwijdtevraag en met name de vraag of een grondrecht al dan niet rechtmatig
beperkt is, is het verder van groot belang of men met een grondrecht uit de Grondwet of het
EVRM te maken heeft.
Literatuur:
- BKVW hoofdstuk 6 (p. 123-152)
- BKVW hoofdstuk 14 paragraaf 14.1 en 14.2.1 (p. 351-356)
- Blackboard-tekst waarin de beperkingssystematiek van het EVRM wordt uitgelegd
Jurisprudentie:
- EHRM 26 april 1979 (Sunday Times) (Ars Aequi jurisprudentie)
- ABRvS 28 augustus 1995 (Drugspand Venlo) (Ars Aequi jurisprudentie)
- HR 19 april 2005 (Verfbommetje) (Ars Aequi jurisprudentie)
- HR 16 juni 2009 (Reisbureau Rita) ECLI:NL:HR:2009:BG7750 (via Blackboard)
Leerdoelen:
Na bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van het onderwijs kunt u:
1. Het belang van grondrechten bij de normering van bevoegdheidsuitoefening door de
overheid beschrijven;
Universiteit Utrecht, Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016 ©