Week 8 Decentralisatie
Inleiding op het thema:
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Belangrijke bevoegdheden komen toe
aan organen van ‘lagere’ publiekrechtelijke lichamen. Op de bevoegdheidsuitoefening door
de gedecentraliseerde organen kan de centrale overheid toezicht uitoefenen. Het verlenen
van bevoegdheden aan niet aan de centrale overheid ondergeschikte organen kan worden
onderscheiden in territoriale en functionele decentralisatie. Bij territoriale decentralisatie
krijgen de organen van een openbaar lichaam een algemene bevoegdheid tot wetgeving en
bestuur op een deel van het grondgebied van de staat. Bij functionele decentralisatie krijgen
de organen van een openbaar lichaam bepaalde bevoegdheden tot wetgeving en bestuur
met het oog op een bepaald doel.
In beginsel kunnen de organen van de functioneel gedecentraliseerde lichamen hun
bevoegdheden uitoefenen op het gehele Nederlandse grondgebied. Een mengvorm van
beide is ook mogelijk: het verlenen van specifieke bevoegdheden met betrekking tot een
bepaald territoir. Decentralisatie past in het streven naar democratisering van de
bevoegdheidsuitoefening. Tevens past het in de rechtsstaatgedachte. Eén van de
rechtsstatelijke beginselen is het verdelen van macht. Ook de verdeling van bevoegdheden
tussen centrale en decentrale overheden (naast een verdeling binnen de centrale overheid)
bevordert het ontstaan van een systeem van checks and balances. In Nederland heeft dit
systeem de vorm aangenomen van de ‘gedecentraliseerde eenheidsstaat’ waarbij de
centrale overheid toezicht uitoefent op lagere lichamen. Decentralisatie kent zijn grenzen
omdat verschillende overheden verschillende, onderling tegenstrijdige, besluiten kunnen
nemen.
In deze week komt tevens aan de orde hoe de beginselen van de democratische rechtsstaat
uitwerking hebben gekregen op het gedecentraliseerde overheidsniveau. In dat verband was
de dualisering van de gemeente- en provinciebesturen een uitermate belangwekkende
ontwikkeling.
Literatuur
- BKVW hoofdstuk 13
Jurisprudentie
- HR 4 maart 1952 (Emmense baliekluivers), (Ars Aequi Jurisprudentie)
Leerdoelen:
Na succesvolle bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van de
onderwijsbijeenkomsten kunt u in ieder geval:
1. de verschillende verschijningsvormen van decentralisatie in Nederland benoemen en
daar voorbeelden van geven;
2. de begrippen autonomie en medebewind uitleggen;
3. de verhouding tussen centrale overheid en decentrale openbare lichamen uitleggen
in termen van
a. autonomie
b. medebewind
c. toezicht op lagere overheden;
4. de hoofdorganen van provincie en gemeente, hun taken en onderlinge verhouding
onderscheiden onder verwijzing naar de belangrijkste grondwettelijke en wettelijke
bepalingen;
5. aan de hand van een eenvoudige casus blijk geven van begrip van de grondslag van
en grenzen aan de gemeentelijke verordenende bevoegdheid.
Universiteit Utrecht, Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016 ©
Inleiding op het thema:
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Belangrijke bevoegdheden komen toe
aan organen van ‘lagere’ publiekrechtelijke lichamen. Op de bevoegdheidsuitoefening door
de gedecentraliseerde organen kan de centrale overheid toezicht uitoefenen. Het verlenen
van bevoegdheden aan niet aan de centrale overheid ondergeschikte organen kan worden
onderscheiden in territoriale en functionele decentralisatie. Bij territoriale decentralisatie
krijgen de organen van een openbaar lichaam een algemene bevoegdheid tot wetgeving en
bestuur op een deel van het grondgebied van de staat. Bij functionele decentralisatie krijgen
de organen van een openbaar lichaam bepaalde bevoegdheden tot wetgeving en bestuur
met het oog op een bepaald doel.
In beginsel kunnen de organen van de functioneel gedecentraliseerde lichamen hun
bevoegdheden uitoefenen op het gehele Nederlandse grondgebied. Een mengvorm van
beide is ook mogelijk: het verlenen van specifieke bevoegdheden met betrekking tot een
bepaald territoir. Decentralisatie past in het streven naar democratisering van de
bevoegdheidsuitoefening. Tevens past het in de rechtsstaatgedachte. Eén van de
rechtsstatelijke beginselen is het verdelen van macht. Ook de verdeling van bevoegdheden
tussen centrale en decentrale overheden (naast een verdeling binnen de centrale overheid)
bevordert het ontstaan van een systeem van checks and balances. In Nederland heeft dit
systeem de vorm aangenomen van de ‘gedecentraliseerde eenheidsstaat’ waarbij de
centrale overheid toezicht uitoefent op lagere lichamen. Decentralisatie kent zijn grenzen
omdat verschillende overheden verschillende, onderling tegenstrijdige, besluiten kunnen
nemen.
In deze week komt tevens aan de orde hoe de beginselen van de democratische rechtsstaat
uitwerking hebben gekregen op het gedecentraliseerde overheidsniveau. In dat verband was
de dualisering van de gemeente- en provinciebesturen een uitermate belangwekkende
ontwikkeling.
Literatuur
- BKVW hoofdstuk 13
Jurisprudentie
- HR 4 maart 1952 (Emmense baliekluivers), (Ars Aequi Jurisprudentie)
Leerdoelen:
Na succesvolle bestudering van de opgegeven literatuur en het bijwonen van de
onderwijsbijeenkomsten kunt u in ieder geval:
1. de verschillende verschijningsvormen van decentralisatie in Nederland benoemen en
daar voorbeelden van geven;
2. de begrippen autonomie en medebewind uitleggen;
3. de verhouding tussen centrale overheid en decentrale openbare lichamen uitleggen
in termen van
a. autonomie
b. medebewind
c. toezicht op lagere overheden;
4. de hoofdorganen van provincie en gemeente, hun taken en onderlinge verhouding
onderscheiden onder verwijzing naar de belangrijkste grondwettelijke en wettelijke
bepalingen;
5. aan de hand van een eenvoudige casus blijk geven van begrip van de grondslag van
en grenzen aan de gemeentelijke verordenende bevoegdheid.
Universiteit Utrecht, Inleiding staats- en bestuursrecht 2015-2016 ©