MILIEU EN GEZONDHEID DT1
Cursus introductie inhoudelijk
Wanneer is een stof gevaarlijk?
Een stof is gevaarlijk volgens toxicologische principes:
Hazard x blootstelling = risico.
Stoffen kunnen op verschillende manieren worden blootgesteld:
- Inhalatie, ingestie, dermale absorptie, intraveneus.
- Chronisch of acuut.
Je moet ook altijd kijken naar de target van de blootstelling:
foetus, baby, kind, volwassene. Bij deze groepen heb je
verschillende critical windows: bij welke exposure een persoon dood gaat.
Gezondheidseffect: acuut of uitgesteld effect? Dit is kortademig en overgeven versus
carcinogeniteit na blootstelling aan bijvoorbeeld cadmium.
Om het gezondheidseffect te onderzoeken kun je epidemiologisch of toxicologisch
onderzoek doen. Deze zijn beide van belang.
Waar worden we aan blootgesteld?
Chemische stoffen: de productie stijgt nog steeds. De stoffen zijn nodig voor productie
bepaalde materialen en industrie.
Stoffen uit de natuur:
- Aflatoxine: natuurlijke gifstof geproduceerd door schimmels op oa noten en
peulvruchten. Deze zijn schadelijk voor de lever, kankerverwekkend. Stof kan
placenta passeren en ongeboren kind gevoeliger maken voor leverschade en kanker.
- Lectine: kan werking in darmen verstoren of zelfs nieren beschadigen. De oplossing
hiervan is verhitting.
- Projecten:
- BPA: bisfenol A. Wordt gebruikt om plastic hard te maken. Dit is schadelijk
doordat het hormoonverstorend is en geassocieerd met diverse
gezondheidseffecten.
- PAKs: polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Deze ontstaan bij
onvolledige verbranding, bijvoorbeeld bij BBQ of de rook van sigaretten. Ook
ontstaan ze door rubbergranulaar (gerecycled autobanden op kunstgras). Het
is gevaarlijk doordat het zorgt voor carcinogeen en het is geassocieerd met
diverse gezondheidseffecten.
- Vlamvertragers: vertragen brand. Deze zijn ook hormoonverstorend en
geassocieerd met diverse gezondheidseffecten.
- Ftalaten: weekmakers in plastic. Deze zijn hormoonverstorend en
geassocieerd met diverse gezondheidseffecten.
- PFOA: perfluorbutaanzuur. Gebruikt om producten oa water- en vetafstotend
te maken. Hoge concentraties in het bloed geassocieerd met diverse
gezondheidseffecten.
,- DMAC: dimethylacetamide. Oplosmiddel gebruikt voor verwerking van lycra-
garen (bijv. zwemkleding). Verondersteld reprotoxisch met mogelijke
teratogene effecten voor het ongeboren kind, toxisch voor lever en nier en
nadelige effecten voortplantingsorgaan mannelijke dieren. Acuut toxisch,
schadelijk bij inademing en bij contact via de huid. Veroorzaakt ernstige
oogirritatie.
- TATA-steel: uitstoot voor het maken is schadelijk. Staalfabriek geeft uitstoot
van fijnstof, PAKs, dioxines en zware metalen. Hierdoor kunnen en
grafietregens ontstaan die zorgen voor luchtwegaandoeningen.
, Epidemiologie
Onderzoeksdesigns
Er bestaan een aantal veelgebruikte standaarden voor onderzoek.
Er bestaan twee hoofdcategorieën:
- Observationeel: bestuderen van 1 of meerdere kenmerken van de populatie in haar
natuurlijke setting.
- Experimenteel: hier doe je iets met de proefpersonen, je varieert 1 of meerdere
kenmerken en onderzoekt het effect daarvan.
Ecologische studie
Bij een ecologische studie is de doelstelling inventarisatie van patronen. Het
onderzoeksdesign hierbij is dus observationeel op groepsniveau.
- Voordeel: makkelijk verzamelbare informatie uit registraties en is goedkoop om uit te
voeren.
- Nadeel: conclusies op individueel niveau niet mogelijk zijn. Hierdoor zul je binnen de
groepen verder onderzoek moeten doen. Deze studies zijn dan ook niet geschikt
voor het bevestigen van een theorie, maar meer voor het vormen van hypotheses.
Transversale studie
Bij een transversale studie heb je waarnemingen op individueel niveau. Kenmerkend is dat
de determinant en uitkomst op hetzelfde moment worden bepaald.
- Voordeel: relatief goedkoop, snel en efficiënt.
- Nadeel: uitspraken over de oorzakelijkheid van onderzochte verband zijn niet
mogelijk.
Case- control
Cursus introductie inhoudelijk
Wanneer is een stof gevaarlijk?
Een stof is gevaarlijk volgens toxicologische principes:
Hazard x blootstelling = risico.
Stoffen kunnen op verschillende manieren worden blootgesteld:
- Inhalatie, ingestie, dermale absorptie, intraveneus.
- Chronisch of acuut.
Je moet ook altijd kijken naar de target van de blootstelling:
foetus, baby, kind, volwassene. Bij deze groepen heb je
verschillende critical windows: bij welke exposure een persoon dood gaat.
Gezondheidseffect: acuut of uitgesteld effect? Dit is kortademig en overgeven versus
carcinogeniteit na blootstelling aan bijvoorbeeld cadmium.
Om het gezondheidseffect te onderzoeken kun je epidemiologisch of toxicologisch
onderzoek doen. Deze zijn beide van belang.
Waar worden we aan blootgesteld?
Chemische stoffen: de productie stijgt nog steeds. De stoffen zijn nodig voor productie
bepaalde materialen en industrie.
Stoffen uit de natuur:
- Aflatoxine: natuurlijke gifstof geproduceerd door schimmels op oa noten en
peulvruchten. Deze zijn schadelijk voor de lever, kankerverwekkend. Stof kan
placenta passeren en ongeboren kind gevoeliger maken voor leverschade en kanker.
- Lectine: kan werking in darmen verstoren of zelfs nieren beschadigen. De oplossing
hiervan is verhitting.
- Projecten:
- BPA: bisfenol A. Wordt gebruikt om plastic hard te maken. Dit is schadelijk
doordat het hormoonverstorend is en geassocieerd met diverse
gezondheidseffecten.
- PAKs: polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Deze ontstaan bij
onvolledige verbranding, bijvoorbeeld bij BBQ of de rook van sigaretten. Ook
ontstaan ze door rubbergranulaar (gerecycled autobanden op kunstgras). Het
is gevaarlijk doordat het zorgt voor carcinogeen en het is geassocieerd met
diverse gezondheidseffecten.
- Vlamvertragers: vertragen brand. Deze zijn ook hormoonverstorend en
geassocieerd met diverse gezondheidseffecten.
- Ftalaten: weekmakers in plastic. Deze zijn hormoonverstorend en
geassocieerd met diverse gezondheidseffecten.
- PFOA: perfluorbutaanzuur. Gebruikt om producten oa water- en vetafstotend
te maken. Hoge concentraties in het bloed geassocieerd met diverse
gezondheidseffecten.
,- DMAC: dimethylacetamide. Oplosmiddel gebruikt voor verwerking van lycra-
garen (bijv. zwemkleding). Verondersteld reprotoxisch met mogelijke
teratogene effecten voor het ongeboren kind, toxisch voor lever en nier en
nadelige effecten voortplantingsorgaan mannelijke dieren. Acuut toxisch,
schadelijk bij inademing en bij contact via de huid. Veroorzaakt ernstige
oogirritatie.
- TATA-steel: uitstoot voor het maken is schadelijk. Staalfabriek geeft uitstoot
van fijnstof, PAKs, dioxines en zware metalen. Hierdoor kunnen en
grafietregens ontstaan die zorgen voor luchtwegaandoeningen.
, Epidemiologie
Onderzoeksdesigns
Er bestaan een aantal veelgebruikte standaarden voor onderzoek.
Er bestaan twee hoofdcategorieën:
- Observationeel: bestuderen van 1 of meerdere kenmerken van de populatie in haar
natuurlijke setting.
- Experimenteel: hier doe je iets met de proefpersonen, je varieert 1 of meerdere
kenmerken en onderzoekt het effect daarvan.
Ecologische studie
Bij een ecologische studie is de doelstelling inventarisatie van patronen. Het
onderzoeksdesign hierbij is dus observationeel op groepsniveau.
- Voordeel: makkelijk verzamelbare informatie uit registraties en is goedkoop om uit te
voeren.
- Nadeel: conclusies op individueel niveau niet mogelijk zijn. Hierdoor zul je binnen de
groepen verder onderzoek moeten doen. Deze studies zijn dan ook niet geschikt
voor het bevestigen van een theorie, maar meer voor het vormen van hypotheses.
Transversale studie
Bij een transversale studie heb je waarnemingen op individueel niveau. Kenmerkend is dat
de determinant en uitkomst op hetzelfde moment worden bepaald.
- Voordeel: relatief goedkoop, snel en efficiënt.
- Nadeel: uitspraken over de oorzakelijkheid van onderzochte verband zijn niet
mogelijk.
Case- control