Samenvatting colleges media-effecten
Nog uit het boek Schermgaande jeugd:
Leren:
• H3 Theorieën 44-65
• H4 Baby’s en peuter 66-87
• H5 Kinderen 88-102
• H6 Jongeren 103-122
• H7 Media en geweld 123-143
• H8 Media en emoties 144-164
• H10 Effecten van reclame 187-203
• H11 Media en seks 204-226
• H12 Games
• H13 Sociale Media
Lezen:
• H1 (Jeugd en media / inleiding)
• H2 (Vroeger en nu / historisch perspectief)
• H9 (Jeugd en commercie)
• H14 (Media en opvoeding)
• H15 (Slot)
1
, Marjolein In der Maur
Inhoud
1. Inleiding in media effecten ........................................................................................................................ 3
1.1 Variabelen ............................................................................................................................................. 3
2. Kinderen en media ..................................................................................................................................... 5
3. Media en agressie....................................................................................................................................... 7
3.1 Theorieën invloed agressie in de media op gedrag ........................................................................... 8
3.2 Soorten agressie ................................................................................................................................... 9
4. Media en emoties ..................................................................................................................................... 10
4.1 Waarom kijken we toch naar dingen die we eng vinden? .............................................................. 10
4.2 Toekomst en media en emotie ......................................................................................................... 11
5. Media en seks ........................................................................................................................................... 12
5.1 Seks in de media ................................................................................................................................. 13
5.2 Liefde en relaties ................................................................................................................................ 13
6. Gaming ...................................................................................................................................................... 15
6.1 Soorten games .................................................................................................................................... 15
6.2 Theoriën (waarom zijn ze populair) en archetypes ......................................................................... 15
6.3 Effecten ............................................................................................................................................... 16
6.4 Verslaving............................................................................................................................................ 17
7. Trends en mediatheorieën ...................................................................................................................... 18
7.1 Sociale media ...................................................................................................................................... 18
7.2 Hoe houden ze je dan zo lang vast? ................................................................................................. 18
7.3 Complottheorieën .............................................................................................................................. 19
Week 8: Kahoot yeah ................................................................................................................................... 20
2
, Marjolein In der Maur
1. Inleiding in media effecten
Er is nog geen alles verklarende theorie over de effecten van media op kinderen en jongeren. Dit
komt onder andere doordat de media en het gebruik ervan constant verandert. Er is veel onderzoek
gedaan naar waarom en welke effecten de media op ons hebben en voor wie dat opgaat, maar niet
echt over óf ze effect hebben. Media effecten zijn bij niemand hetzelfde. Dus sommige soorten
media hebben een soort effect op sommige mensen in sommige omstandigheden. Er zijn zoveel
variabelen, dat er niet één conclusie getrokken kan worden.
1.1 Variabelen
Geslacht:
- Wel effect op: voorkeur media-inhoud, zelfbeeld/lichaamsbeeld en voorkeur games1
- Geen effect op: angsten ten gevolg van media, beïnvloeding reclames en pestgedrag op
sociale media
Vrouwen identificeren zich met mannen en vrouwen. Mannen identificeren zich alleen maar met
mannen.
Mannen nemen eerder agressief gedrag over uit media.
Leeftijd:
- Wel effect op: mediavoorkeur, devicevoorkeur, agressie, angsten, communicatie etc.
- Geen effect op: reclame
Hoe jonger je bent, hoe eerder je denkt dat dingen waar zijn. Kinderen geloven als ze jong zijn (2-3
jaar) dat tekenfilms echt zijn. Reclames voor kinderen gebruiken felle kleuren en liedjes, waar
kinderen op aanslaan, omdat ze bijvoorbeeld kunnen meezingen.
Ouderen lezen bijvoorbeeld een krant, jongeren gebruiken meer media.
Ouderen nemen minder snel agressie over dan jongeren.
Opleidingsniveau/intelligentie:
- Wel verschil bij beïnvloeding (FB algoritme): mensen met een lager opleidingsniveau zijn
meer beïnvloedbaar voor de berichten die zij te zien krijgen. Als intelligent persoon heb je
eerder door wat echt nieuws en fake-nieuws is, maar het verschil is heel klein 2. Er wordt
vooral gekeken naar vormgeving en taal. Schermtijd is ook niet veel verschil.
- Geen verschil bij hoeveelheid mediagebruik
Mediawijsheid: de mate waarin je in staat bent om te herkennen hoe een bepaald soort media
werkt. Als je dit beter kunt, kun je beter het doel van de media herkennen. Je bent dan minder
beïnvloedbaar voor appellerende boodschappen (bijv. maak geld over).
- Wel effect op: mediagedrag, mediakeuze, negatieve beïnvloeding etc.
- Geen effect op: voorkeuren
1 Vrouwen spelen Sims en mannen spelen actiespelletjes (GTA CoD)
2
Intelligente mensen kunnen fake-nieuws alleen beter herkennen aan de hand van taalfouten. Als het
taalkundig in orde is, kunnen ze dat net zo goed (of slecht) als minder intelligente mensen.
3