WONEN
CONCEPTUEE
L
Meike Kirch
,Inhoudsopgave
Week B1 Inleiding wonen.............................................................................................................................. 2
Week B2 SVO en criminologische theorieën................................................................................................... 4
Week B3 Milieu en fysieke bedreigingen........................................................................................................ 8
Week 4B...................................................................................................................................................... 10
Week B5 Wie werken aan de veiligheid in de wijk?......................................................................................12
Week B6 Stad van de toekomst en brandveiligheid......................................................................................14
1
, Week B1 Inleiding wonen
Je kunt uitleggen wat steden zijn en bent bekend met de opkomst van de stadssociologie
Kenmerken steden:
1. Menselijke nederzetting
2. Duurzaamheid
3. Grootte en uitgestrektheid
4. Compactheid
5. Heterogeen
6. Complex
7. Multifunctioneel
8. Stedelijkheid
Opkomst van steden (stadssociologie) in 4 fasen:
1. Agrarische revolutie
3 functies:
Economisch – handel, de gildes
Politiek-militair – stadsbestuur
Religieus – kerken in de steden, bisschoppen hadden enorm veel invloed
Surplusproductie (voedselproductie) is een absolute voorwaarde
Arbeidsdeling deze zorgde voor verstedelijking, boeren op het land kleermakers in de stad
Steden waren klein
Bouwen: hout werd gebruikt voor bouwen maar na grote brand in 1232 kwam brandverordering
2. Industriële revolutie
Opkomst van grootschalige fabrieken
Migratie: van platteland naar stad door bijvoorbeeld misoogsten
Expansiedrift: steden werden steeds groter, bracht sociale problemen met zich mee
Netwerken: economische handel werd groter, uitbreiding van wegen en het wegverkeer
Woningwet 1901: zeer noodzakelijk vanwege de baggeren omstandigheden waarin mensen leefden.
Eerste wet omtrent huisvestiging. Minimumnormen voor de woningkwaliteit (sanitair, voorzieningen,
licht en lucht.
Creëerde balans in vraag en aanbod van particuliere en gesubsidieerde bouw
3. Suburbanisatie
Vanaf 1950: De Tweede wereldoorlog was net achter de rug en er ontstond enorme woningnood
door de gebombardeerde steden.
Daardoor ontstonden er woningen buiten de binnenstad, ook wel tuintjesteden
De midden- en hogere klas verdieners gingen wonen buiten de stad
4. Herwaardering van de stad
Vanaf 1980: de steden moesten weer aantrekkelijk en mooi worden voor de midden en hogere klas
verdieners.
Door subsidies werden ze teruggetrokken omdat de stad redelijk begon te verwateren,
2
CONCEPTUEE
L
Meike Kirch
,Inhoudsopgave
Week B1 Inleiding wonen.............................................................................................................................. 2
Week B2 SVO en criminologische theorieën................................................................................................... 4
Week B3 Milieu en fysieke bedreigingen........................................................................................................ 8
Week 4B...................................................................................................................................................... 10
Week B5 Wie werken aan de veiligheid in de wijk?......................................................................................12
Week B6 Stad van de toekomst en brandveiligheid......................................................................................14
1
, Week B1 Inleiding wonen
Je kunt uitleggen wat steden zijn en bent bekend met de opkomst van de stadssociologie
Kenmerken steden:
1. Menselijke nederzetting
2. Duurzaamheid
3. Grootte en uitgestrektheid
4. Compactheid
5. Heterogeen
6. Complex
7. Multifunctioneel
8. Stedelijkheid
Opkomst van steden (stadssociologie) in 4 fasen:
1. Agrarische revolutie
3 functies:
Economisch – handel, de gildes
Politiek-militair – stadsbestuur
Religieus – kerken in de steden, bisschoppen hadden enorm veel invloed
Surplusproductie (voedselproductie) is een absolute voorwaarde
Arbeidsdeling deze zorgde voor verstedelijking, boeren op het land kleermakers in de stad
Steden waren klein
Bouwen: hout werd gebruikt voor bouwen maar na grote brand in 1232 kwam brandverordering
2. Industriële revolutie
Opkomst van grootschalige fabrieken
Migratie: van platteland naar stad door bijvoorbeeld misoogsten
Expansiedrift: steden werden steeds groter, bracht sociale problemen met zich mee
Netwerken: economische handel werd groter, uitbreiding van wegen en het wegverkeer
Woningwet 1901: zeer noodzakelijk vanwege de baggeren omstandigheden waarin mensen leefden.
Eerste wet omtrent huisvestiging. Minimumnormen voor de woningkwaliteit (sanitair, voorzieningen,
licht en lucht.
Creëerde balans in vraag en aanbod van particuliere en gesubsidieerde bouw
3. Suburbanisatie
Vanaf 1950: De Tweede wereldoorlog was net achter de rug en er ontstond enorme woningnood
door de gebombardeerde steden.
Daardoor ontstonden er woningen buiten de binnenstad, ook wel tuintjesteden
De midden- en hogere klas verdieners gingen wonen buiten de stad
4. Herwaardering van de stad
Vanaf 1980: de steden moesten weer aantrekkelijk en mooi worden voor de midden en hogere klas
verdieners.
Door subsidies werden ze teruggetrokken omdat de stad redelijk begon te verwateren,
2