Samenvatting Artikelen FO Recht 2016-2017
HC 3: Kerstens & Stol (2012) - Jeugd en cybersafety: Online slachtoffer- en
daderschap onder Nederlandse jongeren.
Cyberpesten ook wel bekend als het pesten/in elkaar slaan van een klasgenoot, dit filmen en
online plaatsen. Het creëert een kortstondige hype en de bijbehorende roep om maatregelen.
Het brengt een schokeffect teweeg. Maatregelen voor online veiligheid moeten voortkomen
uit onderzoek. Dit onderzoek richt zich op jongeren en hun veiligheid online en beschrijft
waaruit online onveiligheid bestaat en hoe het kan worden begrepen. Het gaat in op de
prevalentie, beleving, profilering en de wisselwerking tussen slachtoffer en daderrol. Het
eigen internetgedrag van jongeren hangt sterk samen met het slachtoffer- en daderschap.
Jongeren die online ongeremd zijn hebben een verhoogde kans op problemen. Dit onderzoek
is uitgevoerd onder 6000 jongeren van 44 scholen.
1.4 Drie risicogebieden nader uitgewerkt.
Er zijn drie communicatierollen binnen:
- Het kind als ontvanger.
- Het kind als participant.
- Het kind als zender.
Indeling volgens van Hasebrink (2008)
Er zijn wel beperkingen aan dit model. Zo kan een afbeelding die bedoeld is voor lust
geïnterpreteerd worden als cyberpesten (contact) of als verspreiden (conduct). En bij het OM
kan dit ook strafrechtelijk worden vervolgd door de foute interpretatie (content).
1e risicogebied is cyberpesten:
- Pesten: een vorm van agressie tussen jongeren, vaak op school/speelplaats.
- Toebrengen van fysieke, psychische of reputatieschade.
- Olweus (1993) “de dader heeft de intentie om te pesten, het gedrag komt herhaaldelijk
voor en er bestaat een verschil in machtsverhouding tussen dader en slachtoffer”.
- Offline: traditioneel pesten, online: cijferpesten.
HC 3: Kerstens & Stol (2012) - Jeugd en cybersafety: Online slachtoffer- en
daderschap onder Nederlandse jongeren.
Cyberpesten ook wel bekend als het pesten/in elkaar slaan van een klasgenoot, dit filmen en
online plaatsen. Het creëert een kortstondige hype en de bijbehorende roep om maatregelen.
Het brengt een schokeffect teweeg. Maatregelen voor online veiligheid moeten voortkomen
uit onderzoek. Dit onderzoek richt zich op jongeren en hun veiligheid online en beschrijft
waaruit online onveiligheid bestaat en hoe het kan worden begrepen. Het gaat in op de
prevalentie, beleving, profilering en de wisselwerking tussen slachtoffer en daderrol. Het
eigen internetgedrag van jongeren hangt sterk samen met het slachtoffer- en daderschap.
Jongeren die online ongeremd zijn hebben een verhoogde kans op problemen. Dit onderzoek
is uitgevoerd onder 6000 jongeren van 44 scholen.
1.4 Drie risicogebieden nader uitgewerkt.
Er zijn drie communicatierollen binnen:
- Het kind als ontvanger.
- Het kind als participant.
- Het kind als zender.
Indeling volgens van Hasebrink (2008)
Er zijn wel beperkingen aan dit model. Zo kan een afbeelding die bedoeld is voor lust
geïnterpreteerd worden als cyberpesten (contact) of als verspreiden (conduct). En bij het OM
kan dit ook strafrechtelijk worden vervolgd door de foute interpretatie (content).
1e risicogebied is cyberpesten:
- Pesten: een vorm van agressie tussen jongeren, vaak op school/speelplaats.
- Toebrengen van fysieke, psychische of reputatieschade.
- Olweus (1993) “de dader heeft de intentie om te pesten, het gedrag komt herhaaldelijk
voor en er bestaat een verschil in machtsverhouding tussen dader en slachtoffer”.
- Offline: traditioneel pesten, online: cijferpesten.