Literatuur heeft altijd wel een rol gespeeld in mijn leven, in sommige jaren wat meer dan in
andere. Pas toen ik in de bovenbouw van de middelbare school kwam begon literatuur een
grote rol te spelen in mijn leven, mede door het vak Nederlands. Afgelopen vier jaar heb ik
zeventien Nederlandse literaire werken gelezen. Sommige waren vrij bekend, andere juist
niet en sommige waren een stuk beter dan de andere. Wat ik heb geleerd is dat een goed
boek een grote invloed op je kan hebben. Literaire werken kunnen emoties losmaken, je
dingen leren en je meningen of zelfs jou als persoon beïnvloeden. Dit heb ik ervaren bij een
aantal van de boeken die ik heb gelezen, niet bij allemaal. Dat is echter wat het lezen van
boeken leuk maakt en enthousiasme bij me opwekt; je weet pas wat het werk met je doet
als je het allerlaatste woord van het boek gelezen hebt.
Doordat ik redelijk wat heb gelezen de afgelopen vier jaar, heb ik een literatuuropvatting
ontwikkeld. Een boek beschouw ik als een literair werk zodra het begrijpen van de
verbeelding van de auteur en de complexe stijlfiguren een spel worden, waardoor je als het
ware de onderliggende betekenis van het werk in elkaar moet puzzelen. Hierbij speelt
intertekstualiteit ook een grote rol. Alhoewel ik dit geen voorwaarde vind voor literatuur,
voegt het wel waarde toe aan het werk. Dit komt omdat de verwijzing naar andere teksten
de onderliggende betekenis van een tekst sterk kan beïnvloeden. Daarnaast toont het de
intellectualiteit en literaire kennis van de auteur. Ook leer je flink wat van het uitpluizen van
de verbanden tussen verschillende teksten. Dit is opnieuw te vergelijken met een puzzel,
hierdoor krijgt literatuur een uitdagende functie.
Verder vind ik dat een literair werk een luik hoort te openen naar de wereld waarbinnen het
boek zich afspeelt. Het moet de lezer dus meeslepen in het verhaal, zodat de lezer alles voor
zijn ogen ziet afspelen. Bovendien is het belangrijk dat personages complex zijn en niet
vastzitten in rolpatronen, anders worden verhalen voorspelbaar en cliché. Wat ik echter het
allerbelangrijkst vind bij literatuur is dat het boek een voetprint in mijn geheugen achterlaat.
Dit staat sterk in verband met mijn eerdergenoemde criteria voor literatuur, omdat het vaak
deze aspecten zijn die een verhaal indrukwekkend maken. Ook kan een werk een blijvende
indruk achterlaten bij een lezer door een open einde te hebben. Daarom vind ik het
belangrijk dat een literair werk nooit alle vraagtekens bij de lezer uitwist. Er moeten echter
ook niet te veel vraagtekens achterblijven, omdat de lezer anders vrij weinig kan meenemen
van het verhaal.
Het is belangrijk om op te merken dat een boek kan voldoen aan de eerdergenoemde
criteria, maar toch geen indruk achterlaat. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren omdat het boek
afdwaalt van het onderwerp of omdat het moeilijk is om sympathie te krijgen voor de
personages. Literatuur moet in mijn ogen dus uitdagend, meeslepend en uniek zijn. Daarbij
is het met name belangrijk dat het werk een indruk achterlaat op de lezer. Daarom ben ik tot